Steengoede ontmoeting


Er stond een steen
Hij wenkte naar mij
En vroeg mij nader te treden
Maar ik ben door gelopen

Hij bleef daar staan
Op die zelfde plaats
Roerloos en stil
Zo een steen betaamt

Toch keek ik nog een paar maal om
En zag dat hij bleef wenken
‘k Heb beleeft terug gewuifd
En besloot toch even verder te gaan
Maar blijf steeds aan hem denken

Die stijve statische steen
Hoe lang nog zal hij naar mij wenken?

Als…


Als alle paden recht zouden zijn
beloften echt gemeend
en woorden niets dan waarheid
recht in hart en ziel vereend.

Als vrijheid voor ieder mens
een heel normale zaak zou zijn
en elk eens naar eigen wens
kan leven zonder pijn.

Als eens over heel de aard
vrede en vriendschap heerst
in verdeelde welvaart
niemand laatst en niemand eerst.

Als deze dromen uit zouden komen
hoeveel meer was dan leven waard
dan was de aardse balans volkomen
en leven niet door verdriet bezwaard.

Vreemde machten


Hopend is verlangen
brandend in mijn ogen
dat vrede wordt gevonden
waar nu haat nog heerst
zoek ik tussen massa
begrip en menselijkheid.

Moe gestreden tegen onrecht
gebroken door zinloos geweld
alleen tot angst gedreven
door macht, arglistig, vol bedrog.

Slechts overeind gehouden
door hoop op overwinning.

Levensherinnering


Zie in ramen van mijn leven
weerspiegeling van velden
groen tot aan de horizon
golvend gras als op zeeën
bewogen in de oostenwind

hoor door openstaande deuren
zacht het klagen van een kind
gevallen in gespannen netten
en de strikken van een vrind
getroost door oude woorden

voel de streling van het water
dat mij draagt naar gindse zij
gewichtloos zonder enige moeite
als een schip naar stille kust
waar ik kan landen in veilige haven

zie in ramen van mijn leven
weerspiegeling van groene velden
golvend gras tot aan de horizon
hoor nog steeds het klagen van dat kind
voel het water dat draagt naar gindse zij.

Wensen


Als mijn gedachten en woorden
zouden vliegen als wolken in het blauw

witte wolken gedachten waren
die de kou verdrijven

donkere wolken die voor zon verdwijnen
met hen verdriet verdwijnen zou

eens de hemel vrij van tranen
wolkeloos met slechts lach gevuld

ieder morgen over de velden
heel de aarde in dauw gehuld

bomen glinsterend als robijnen
tussen donker groen smaragd.

Is vergeving óók vergeten?


Daden in verleden bedreven
misschien zwart of ook wel grijs
ze vragen deemoedig vergeven
vergeten als menselijk bewijs.

Vergeven zal zo moeilijk niet wezen
maar doen of er niets is gebeurd
terwijl in vele ogen nog is te lezen
dat men om de wonden treurt.

Wat heeft vergiffenis voor waarde
zolang men de daad niet vergeet
en herinnert tot in kille aarde
wat men ooit elkander deed.

Nee, ons vergeven is gebrekkig
en vergeten kunnen wij nooit
ook al lijkt het zo eenvoudig
het werkelijk vergeven én vergeten

word alleen door God voltooid.

Naamloos zwoegen


Wat zal er ooit nog eens van mij resten
Dan wat losse woorden op een steen
Die zich slechts korte tijd zal vesten
Daarna vliedt elke herinnering heen

Wat losse woorden hier of daar
In slordige letters op papier
Een kleinood dat ik zorgvuldig bewaar
Maar doet in de toekomst geen zier

Een enkel vers dat men gedachteloos leest
Doch verder geen aandacht aan besteed
Als gedachte aan iemand die ooit is geweest
En wiens naam nu niemand meer weet.

Hemelsschoon


Wij stellen ons de hemel voor
met tal van aardse schatten
beelden van goud, diamant of ivoor
schoonheid te veel om te omvatten.

Een stad gebouwd van edelsteen
nieuw Jeruzalem schoon als bruid
daar wensen wij ons allen heen
ontvangen met tamboerijn en fluit.

Hoe anders zal het kunnen wezen
als in de hemel geen aardse waarde is
want in licht van het hemelwezen
voelt men aan rijkdom geen gemis.

Wat mag dan die rijkdom wel wezen
waar wij iedere dag van dromen
is het liefde waardoor wij niet vrezen
en vertrouwend tot Hem kunnen komen?

Overdenking in twee minuten


Hoe zal mijn hart
in schreeuwend verzet
de blikken vangen
van hen
wie eens gevangen
in machteloosheid
door pijn bezweken.

Wat zal mijn oog
nog pijnlijker treffen
dan het kind
dat wordt weggevoerd
in onbegrip.
voor het gezicht
van zijn ouders

Hoe zal mijn ziel
nog luider klagen
als ik colonnes aanschouw
van hen die meelij vragen
gedreven door hen
die de wereld
dompelen in rouw.

Geen bewijs

Wie zegt mij waar het eerste leven begon
en hoe ontwikkeling zich ontplooit

waarom verbrand niet alles door straling van de zon
is de aard nog steeds niet van schoon berooid

wie weet hoe uit levenloze chemie
een eerste cel tot leven komen kan

koud materiaal zich vormt tot emotie
zonder voorop gesteld levensplan

tot waar zal leven zich keren
als de eindgrens is bereikt

wie kan met zekerheid beweren
dat niet de geest zich van het lichaam scheidt.

Twee oppermachten

Wat is een God, Zijn naam betekend liefde,
De schepper van al wat is en leeft
Die met Zijn geest het hemelruim doorkliefde
Aan ieder schepsel Zijn genade geeft

Hoe zou die God, die liefde is
Van Zijn schepselen dood kunnen vragen
Of vervloeken met hel en verdoemenis
En niet Zijn Eigen kinderen verdragen

Maar hier op aarde heerst Zijn antagonist
In vele vormen als dodelijk rivaal
Hij is de nietsontziende antichrist
Voor heel de schepping is hij fataal.