Kortende dagen


Langzaam zak ik weg
in dromen van de tijd
dat is toegestaan
op mijn leeftijd
liefst voor knappende haard
met m’n oude hond
gelegen op m’n voeten
alles nog mogen
en niets meer moeten

het fonkelend rood glas
draaiend in mijn handen
wijl in vlammen staren
laat ik gedachten gaan
over voorbije jaren
nog levend in de waan
midden in de tijd te staan
dat wij “piep” waren
tijd die ons was voorbij gegaan.

Dat nostalgische pad


Nog eens loop ik door die laan
aan weerszijden eiken en beuken
en aan het eind die poel
met rietkraag omgeven
dikwijls zijn wij hier saam gegaan.

Daar tussen ’t riet aan de oever
stond dat bankje waarop wij zaten
dicht bij elkaar
genietend van stilte
we hoefden niet te praten.

Nu groet ik een jong paartje
die gearmd door het laantje gaan
ze knikken op mijn groet
en glimlachen
ze hoeven niet te praten.

Herinneringen aan de mooiste uit mijn klas


Je donker bruine ogen
vergeten zal ik ze nooit
ik zie je ravenzwarte haren
nog wapperen in de wind
je volle lippen die ik proefde
achter het fietsenhok

wandelingen door het park
mijn arm stevig om je heen
jouw geur die mij prikkelde
samen zittend op een bank
’s avond in de herfstschemering
en ik je dicht tegen mij aantrok

we zijn elkaar uit het oog verloren
misschien ook beter zo
beiden zijn wij geverfd door de jaren

misschien is het goed
dat ik je herinner zo je was.

Slootjespringen


Nog zie ik voor me die sloot
Die eerste sloot waar ik
Ooit in ben gesprongen
Belandde in de modder tussen kroos
Terwijl links en rechts kikkers zongen

Niet verder dan halfweg
Ben ik naar de andere kant gekomen
In het ijskoud drabberig water
Slechts in tweemaal bereikte ik de overkant
In eenmaal lukte me veel later

Nu is het slootje gekrompen net als ik
Slechts nog een greppel vol drab en slik
Maar ook nu zal ik de sprong niet wagen
De overkant bereik ik niet in één keer
En in twee keer zal ’t ook wel niet slagen.

Nacht


Als zacht de nacht ontwaakte
met maneschijn en twinkelende ster
boerennachtegaal kwaakte
laatste klokken beierden van ver

verstomde mechanisch geweld
en aan de kim verdwenen laatste stralen
verstrijkende uren werden geteld
een oude man vertelde zijn verhalen

stil zat men bijeen bij lamplicht
en werd het grote boek geopend
met woorden als van een gedicht.

Ouderen van tegenwoordig


Een kleine jongen over smalle wegen
zijn handen nonchalant in de zak
af en toe groet hij iemand verlegen
streelt vol liefde even over z’n nette pak
een petje scheef op z’n koppie
heim’lijke glimlach om zijn mond
tanden zwart door ’t kauwen op een droppie
dat hij in hoekje van een kastje “vond”.

Lang zit ik hem stil na te staren
schud m’n wijze hoofd over huidige jeugd
waar de opvoeders zich zorgen om baren
die geen kant op wil en nergens voor deugt.
Maar langzaam begin ik te ontwaken
bedenk waar ik nu werkelijk naar kijk
’t is die foto uit mijn eigen jonge jaren.
Ach, wat voelde ik mij de koning te rijk.

Ansichtkaart


Schilderij van Hans Versfelt

Nog droom ik als in mijn jonge jaren
dat ik loop door Hollands polderland
door velden met wind door mijn haren
door wereld van boerenstand

wijds en ver waren de luchten
blauw en met wolken bekleed
met vogels in grote vluchten
in de verte het gehucht Muggenbeet

en vredig tussen brede vaarten
lag loom het dromerig vee
als geschilderde ansichtkaarten
in alle rust en vree.

Hoop verloren

Ik blijf mijn dromen, dromen

trouw aan wensen uit verleden tijd

van geluk dat mij zal overkomen

of tegenslag dat ik in ‘t heden bestrijd

‘k blijf met mijn gedachten hangen

aan een jeugd vol liefde en vrolijkheid.

 

Ook al zal de toekomst korter wezen

en dagen gevuld met meer pijn

voor mij is nooit ’t schrikbeeld gerezen

dat die tijd dan eens zinloos zal zijn.

De jaren tellen

glimlach--hoed_19-102579
Breng mij mijn jeugd terug sprak ik tot het leven
dagen dat ik speelde, lachte met mijn vrinden
zorgeloze jaren waar ik geluk kon vinden
breng weer terug die tijd al is ‘t maar voor even

laat mij weer dromen van liefde en geluk
geborgen tijd van onbezonnenheid en vrede
een tijd van groei naar volwassenheid en rede
nog onbezorgd en vrij van levensdruk

ach iedere leeftijd heeft zijn eigen voordeel
brengt zijn eigen zorgen en vreugden mee
wat onze leeftijd zij, toekomst belooft nog veel

zo blijven wij dagelijks gaan tree voor tree
in het vaste ritme van voortgaand leven
de tijd kan ons geen dag terug meer geven.