Nacht


Als zacht de nacht ontwaakte
met maneschijn en twinkelende ster
boerennachtegaal kwaakte
laatste klokken beierden van ver

verstomde mechanisch geweld
en aan de kim verdwenen laatste stralen
verstrijkende uren werden geteld
een oude man vertelde zijn verhalen

stil zat men bijeen bij lamplicht
en werd het grote boek geopend
met woorden als van een gedicht.

Nostalgie bij carillonklanken


Hoor in late avondschemer
in de verte nog dat carillon
met nog dezelfde klanken
die ik me van vroeger herinneren kon

gaan mijn gedachten naar dat plein
vol mensen en marktkramen
waar wij in vrije uren van school
stiekem appels en fruit uit kisten namen

op feestdagen speelde de beiaardier
de ganse dag met extra energie
zijn melodieën op volle toeren
“Vlaanderens leeuw” tot “Hollands glorie”!

Was ’t beter?


Vertel mij over dagen blakend in zonneschijn
hoe velden bloeiden vol boterbloem en dotter
de akkers ruisend graan met klaproos als robijn
in sloten, eendenkroos en enkel ook een otter.

Het grazig groene gras waar vele koeien weiden
daar boven kievit, tureluur of een ooievaar
en tussen ’t groen rammelaar die om vrouwtjes strijden
met doodsverachting boksten, rennend achter elkaar

de luchten altijd helder blauw, soms wat regen,
en buiten geurde hooi en rook naar verse kruiden
en overal de stilte en rust, zelfs op wegen
zacht hoorde men van ver het carillon soms luiden.

Ach, niet dat ik die oude tijd terug zou willen,
het was niet altijd pais en vree, ook toen had men grillen.

“Mijn” polder


Hoe dikwijls dwaal ik nog in mijn gedachte
Door ruime polder waar ik ben geboren
Door velden waar ik zwierf in ochtendgloren
En nieuwe dag weer glansrijk op mij wachtte.

Dan zie ik witte wolken langs de lucht
Herinner mij de bossen aan de kim
Een verre struik als nevelige schim
En hoor de vogels in hun ochtendvlucht.

Nog rijst de zon daar daag’lijks boven velden
En is het gras er nog steeds even groen
Veel heeft door economie moeten ontgelden

Het weidse uitzicht is niet meer zoals toen
Met wegen en spoor is het veld doorsneden
De rust van toen behoort nu tot verleden.

Wat was, wat is en wat wordt poëzie?


Eens werd droom van vele mensen
sprookjes en rijmpjes genoemd
en dichters waren zweverige types
eeuwig tot zeuren verdoemd

dichten heeft nu nieuwe vormen
klinkt zwierig ook al is ’t niet op rijm
hoeft niet gebonden aan normen
kan ook gewoon een verhaaltje zijn

persoonlijk zie ik poëzie als mooie tuin
een vorm van eigen leven
meer een geordende wildernis
niet stijf waar bloemen staan is om ’t even

hoe poëzie zal worden blijft gissen
maar dat er dichters blijven is zeker
mensen die blijven dromen kan niet missen
of ik zal me wel heel erg moeten vergissen.

Egbert Jan van der Scheer
02-09-11

Status van verleden


Ik zag een huis waar ik niet wilde schuilen
want deuren en ramen waren dicht
ik zou ‘t voor eigen huis niet willen ruilen
door dichte ramen kwam geen licht
’t leek mij ook zeer onhygiënisch
daar er geen frisse lucht naar binnen kon
door ijzeren spijlen van ’t hek floot de wind hysterisch
door dichte ramen kwam geen sprankje zon.

Als vesting opgetrokken met hoge muren
leek het meer op een fort dan op een huis
door tand des tijds had het veel moeten verduren
reeds lang woonde er noch kat noch muis.
Nee, dan woon ik toch liever in mijn bungalowtje
en voel me met iets minder toch tevreden
dan te moeten huizen in zo’n strak statig zooitje
maar dat was nu eenmaal de status van ’t verleden.

Prijs der economie


Hier herleeft weer het verleden
vrijheid en ruimte uit mijn jeugd
afbeelding zeldzaam in het heden
doet mij dit thans pijn en deugd

de rust op platteland gevonden
eenheid van natuur en dier
door tijdsdruk en economie geschonden
het interesseert de mens geen zier

waar ’t vee in alle rust liep te grazen
de tijd soms stil leek te staan
ziet men nu auto’s over wegen razen
de productie moet steeds sneller gaan.

Relativerend verleden


In waas die hangt over velden
als grauwsluier uit verleden tijd
komen vaag herinneringen boven
in kleuren vertellend hoe wij
het verleden eens beleefden.

Zien wij boven nevelige sluiers
maanlicht aan voor zonneschijn
en jeugd van toen als pubers staan
veel warmere dagen dan in ‘t heden
nachten vol zinderende romantiek.

Maar nevel hangend over velden
en grauwsluiers uit verleden tijd
tekenen slechts herinneringen
vertelt ons hoe verleden schijnt
en in ‘t heden nu zo pijnlijk schrijnt.

Nostagie bij carillonklanken

?????????????????

Hoor in late avondschemer
in de verte nog dat carillon
met nog dezelfde klanken
die ik me van vroeger herinneren kon

gaan mijn gedachten naar dat plein
vol mensen en marktkramen
waar wij in vrije uren van school
stiekem appels en fruit uit kisten namen

op feestdagen speelde de beiaardier
de ganse dag met extra energie
zijn melodieën op volle toeren
“Vlaanderens leeuw” tot “Hollands glorie”!

Driemaal Latijns-Amrikans+Rock


Die avond op dansles
weet je nog
niet te warm
zodat we dicht tegen elkaar
die roemba dansten
als zweefden we door
zaal en luchtledig
alleen gedachten bij elkaar
of in die tango
waarin onze benen
bijna verstrikten
omdat we alleen maar
oog hadden voor elkaar
en daarna chachacha
dat was voor die avond
nagerecht, dat was vla.

Daarna gingen we Rocken
door warmte steeds
verder uit elkaar
tot we elkaar niet meer zagen
en ik verlang nog
naar die drie
Latijn-Amerikaans.

Een beetje antiek

Weet je, ik vond in een oude lade
nog van die grote langspeelplaten
muziek waar we vroeger uren
naar te luisteren zaten, ademloos.

Mijn smaak was niet direct pop
of rock van dat genre, ik luisterde
klassiek of jazz, tonen van Vivaldi,
Beethoven of Brahms, eindeloos.

Maar ook cornet en stem van Satch
drum van Art Blakey, Billy Cobham,
B.B.King of the bleus, weergaloos.

Zo haal ik door mijn langspeelplaten
weer herinneringen uit die oude tijd
van die vroegere artiesten, virtuoos!

Platteland nu


In luwte van wind en zonneschijn
stil aan het oog ontrokken
slechts een schaduw van weleer
en kracht uit jonge jaren
staar ik voor mij uit over de velden.

Het uitzicht doet mij zeer.

Nog zie ik daar de koeien grazen
en hoor de kievit en de “griet”
zie mijzelf nog slootje springen
de hond rennen achter hazen
maar zie hier nu geen koeien

en vogels hoor ik niet meer.

Doorsneden zijn nu de landerijen
met wegen waarover auto’s gaan
en overal ziet men megabedrijven
voor kippen, varkens of koeien staan
hoort men over stankoverlast klagen.

Tijden veranderen, telkens weer.

Herinnering aan mijn polder


Meerdere malen dwaalt mijn gedachte
naar de polder waar ik ben geboren
waar ik door velden zwierf in ochtendgloren
de zon vanaf de horizon mij toelachte

dan zie ik witte wolken door blauwe lucht
herinner mij nog vage bossen langs de kim
een verre struik als een nevelige schim
hoor de weidevogels in hun ochtendvlucht

nog stijgt de zon daar dagelijks over velden
en is het gras er nog steeds even groen
veel heeft voor economie moeten ontgelden

het weidse uitzicht is niet meer zoals toen
weiden zijn doorsneden met wegen en spoor
en nergens ligt er stilte meer zo in ’t gehoor.

Genieten van herinneringen


Hoe zou ik ooit kunnen vergeten
dagen die wij toen samen waren
hebben gesproken in ’t licht der zon
lachten tot ver in duistere nachten
vrijden tot volgende ochtend begon
tijden vol jeugd, liefde en dans

samen als verdwaasde lampreien
stoeiend en schaterend door weiden
zorgen waren enkel goed voor morgen
de dag van vandaag was voor ons alleen
horizon werd nergens onderbroken
was ruim vrij en onnoemelijk ver

nu zal ik nooit vergeten de dagen,
die we hier zitten voor ons huis in de zon
mijmerend over gesprekken die we voerden
gisteravond bij het licht van de lamp,
herinneringen van vroegere dagen
toen wij genoten van jeugd, liefde en dans.

Tijden verbergen


Zoveel hebben wij vergeten
is uit ons brein gewist
of willen gewoon niet weten
wat vroeger is beslist

tot wij oude gebouwen betreden
die ons naar ’t verleden brengen
en vragen dan naar de reden
dat wij weinig aan vroeger denken

of wij vinden die foto van een vriend
die wij zolang reeds hebben verloren
die achteraf toch niet heeft verdiend
dat wij niets van ons lieten horen

dan denken wij aan verborgen tijden
die wij bewust of onbewust
uit onze gedachten mijden
te gemakkelijk in slaap hebben gesust