Voorbijgaan en komen


Geen tijd m’n levensdagen te tellen
Het waren er zo veel
Wat ik mij nog afvraag,
Waar zijn dagen van mijn jeugd gebleven
Tijd waarin ik dagen niet telde
Doorgebracht zonder zorg
Veilig geborgen bij ouders en vrienden

Maar de dagen zijn doorgegaan
Onopgemerkt als snoer aaneen geregen
Voort- en opgejaagd,
Geen seconde stil blijven staan
En nog steeds vormt de tijd de dagen
Die nu, schijnt, steeds gemakkelijker
Zijn te tellen.

Soms ben ik moe


Soms ben ik moe, omdat ik moe wil zijn
Slechts denkend aan taken mij opgelegd
of levensvreugde door leeftijd ontzegd
ook door levensjaren omgezet in pijn

last der jaren door eigen innerlijk verzet
niet ontberen doch dragen in grote overmaat
waardoor binnen een conflict ontstaat
dat ik steeds tracht te verdrijven met stil sonnet

luister naar Chopins, Brahms of Beethoven
en woorden die zingen een lied binnenin
in noten die zweven het universum te boven

gemoed bedaart vanuit nieuwe zinderende zin
Muzen hebben weer eens opnieuw bewezen
dat je niet moe hoeft zijn om moe te wezen.

Ouderen van tegenwoordig


Een kleine jongen over smalle wegen
zijn handen nonchalant in de zak
af en toe groet hij iemand verlegen
streelt vol liefde even over z’n nette pak
een petje scheef op z’n koppie
heimelijke glimlach om zijn mond
tanden zwart door ’t kauwen op een droppie
dat hij in hoekje van een kastje “vond”.

Lang zit ik hem stil na te staren
schud m’n wijze hoofd over huidige jeugd
waar de opvoeders zich zorgen om baren
die geen kant op wil en nergens voor deugd.
Maar langzaam begin ik te ontwaken
bedenk waar ik nu werkelijk naar kijk
’t is die foto uit mijn eigen jonge jaren.
Ach, wat voelde ik mij de koning te rijk.

Herinneringsemoties


Gedachten die hem vrolijk maakten
aan gebeurtenissen van toen
een glimlach om zijn lippen toverden
herinnering weerkaatsend in zijn ogen

stil mijmerend om die woorden
gesproken vriendelijk en teer
een hand strelend over zijn wangen
hoort hij in melancholie nog weer

een zachte stem alleen voor hem
alsof een harpsnaar werd beroerd
een zuivere heldere toon.

Maar waarom die tranen?

Herinneringsemoties

British conductor Leopold Stokowski (1882 – 1977), UK, 24th April 1973. (Photo by Evening Standard/Hulton Archive/Getty Images)

Gedachten die hem vrolijk maakten
aan gebeurtenissen van toen
een glimlach om zijn lippen toverden
herinnering weerkaatsend in zijn ogen

stil mijmerend om die woorden
gesproken vriendelijk en teer
een hand strelend over zijn wangen
hoort hij in melancholie nog weer

een zachte stem alleen voor hem
alsof een harpsnaar werd beroerd
een zuivere heldere toon.

Maar waarom die tranen?

Nacht


Als zacht de nacht ontwaakte
met maneschijn en twinkelende ster
boerennachtegaal kwaakte
laatste klokken beierden van ver

verstomde mechanisch geweld
en aan de kim verdwenen laatste stralen
verstrijkende uren werden geteld
een oude man vertelde zijn verhalen

stil zat men bijeen bij lamplicht
en werd het grote boek geopend
met woorden als van een gedicht.

Nostalgie bij carillonklanken


Hoor in late avondschemer
in de verte nog dat carillon
met nog dezelfde klanken
die ik me van vroeger herinneren kon

gaan mijn gedachten naar dat plein
vol mensen en marktkramen
waar wij in vrije uren van school
stiekem appels en fruit uit kisten namen

op feestdagen speelde de beiaardier
de ganse dag met extra energie
zijn melodieën op volle toeren
“Vlaanderens leeuw” tot “Hollands glorie”!

Was ’t beter?


Vertel mij over dagen blakend in zonneschijn
hoe velden bloeiden vol boterbloem en dotter
de akkers ruisend graan met klaproos als robijn
in sloten, eendenkroos en enkel ook een otter.

Het grazig groene gras waar vele koeien weiden
daar boven kievit, tureluur of een ooievaar
en tussen ’t groen rammelaar die om vrouwtjes strijden
met doodsverachting boksten, rennend achter elkaar

de luchten altijd helder blauw, soms wat regen,
en buiten geurde hooi en rook naar verse kruiden
en overal de stilte en rust, zelfs op wegen
zacht hoorde men van ver het carillon soms luiden.

Ach, niet dat ik die oude tijd terug zou willen,
het was niet altijd pais en vree, ook toen had men grillen.

“Mijn” polder


Hoe dikwijls dwaal ik nog in mijn gedachte
Door ruime polder waar ik ben geboren
Door velden waar ik zwierf in ochtendgloren
En nieuwe dag weer glansrijk op mij wachtte.

Dan zie ik witte wolken langs de lucht
Herinner mij de bossen aan de kim
Een verre struik als nevelige schim
En hoor de vogels in hun ochtendvlucht.

Nog rijst de zon daar daag’lijks boven velden
En is het gras er nog steeds even groen
Veel heeft door economie moeten ontgelden

Het weidse uitzicht is niet meer zoals toen
Met wegen en spoor is het veld doorsneden
De rust van toen behoort nu tot verleden.

Wat was, wat is en wat wordt poëzie?


Eens werd droom van vele mensen
sprookjes en rijmpjes genoemd
en dichters waren zweverige types
eeuwig tot zeuren verdoemd

dichten heeft nu nieuwe vormen
klinkt zwierig ook al is ’t niet op rijm
hoeft niet gebonden aan normen
kan ook gewoon een verhaaltje zijn

persoonlijk zie ik poëzie als mooie tuin
een vorm van eigen leven
meer een geordende wildernis
niet stijf waar bloemen staan is om ’t even

hoe poëzie zal worden blijft gissen
maar dat er dichters blijven is zeker
mensen die blijven dromen kan niet missen
of ik zal me wel heel erg moeten vergissen.

Egbert Jan van der Scheer
02-09-11

Status van verleden


Ik zag een huis waar ik niet wilde schuilen
want deuren en ramen waren dicht
ik zou ‘t voor eigen huis niet willen ruilen
door dichte ramen kwam geen licht
’t leek mij ook zeer onhygiënisch
daar er geen frisse lucht naar binnen kon
door ijzeren spijlen van ’t hek floot de wind hysterisch
door dichte ramen kwam geen sprankje zon.

Als vesting opgetrokken met hoge muren
leek het meer op een fort dan op een huis
door tand des tijds had het veel moeten verduren
reeds lang woonde er noch kat noch muis.
Nee, dan woon ik toch liever in mijn bungalowtje
en voel me met iets minder toch tevreden
dan te moeten huizen in zo’n strak statig zooitje
maar dat was nu eenmaal de status van ’t verleden.

Prijs der economie


Hier herleeft weer het verleden
vrijheid en ruimte uit mijn jeugd
afbeelding zeldzaam in het heden
doet mij dit thans pijn en deugd

de rust op platteland gevonden
eenheid van natuur en dier
door tijdsdruk en economie geschonden
het interesseert de mens geen zier

waar ’t vee in alle rust liep te grazen
de tijd soms stil leek te staan
ziet men nu auto’s over wegen razen
de productie moet steeds sneller gaan.

Relativerend verleden


In waas die hangt over velden
als grauwsluier uit verleden tijd
komen vaag herinneringen boven
in kleuren vertellend hoe wij
het verleden eens beleefden.

Zien wij boven nevelige sluiers
maanlicht aan voor zonneschijn
en jeugd van toen als pubers staan
veel warmere dagen dan in ‘t heden
nachten vol zinderende romantiek.

Maar nevel hangend over velden
en grauwsluiers uit verleden tijd
tekenen slechts herinneringen
vertelt ons hoe verleden schijnt
en in ‘t heden nu zo pijnlijk schrijnt.

Nostagie bij carillonklanken

?????????????????

Hoor in late avondschemer
in de verte nog dat carillon
met nog dezelfde klanken
die ik me van vroeger herinneren kon

gaan mijn gedachten naar dat plein
vol mensen en marktkramen
waar wij in vrije uren van school
stiekem appels en fruit uit kisten namen

op feestdagen speelde de beiaardier
de ganse dag met extra energie
zijn melodieën op volle toeren
“Vlaanderens leeuw” tot “Hollands glorie”!

Driemaal Latijns-Amrikans+Rock


Die avond op dansles
weet je nog
niet te warm
zodat we dicht tegen elkaar
die roemba dansten
als zweefden we door
zaal en luchtledig
alleen gedachten bij elkaar
of in die tango
waarin onze benen
bijna verstrikten
omdat we alleen maar
oog hadden voor elkaar
en daarna chachacha
dat was voor die avond
nagerecht, dat was vla.

Daarna gingen we Rocken
door warmte steeds
verder uit elkaar
tot we elkaar niet meer zagen
en ik verlang nog
naar die drie
Latijn-Amerikaans.