Van de ochtend tot de avond


Geef mij zacht getemperd licht in vroege morgen
door nevelige sluiers die sieren velden
verwachtingen in schaduwen nog verborgen
hoop dat zich in het kleine wil doen gelden.

Rust en vrede vindt men binnen steden zelden
kent men niet vredige ruime landerijen
zal zich zo weinig hoorbare stilte melden
daar is het moeilijk natuurlijk te gedijen.

Laten wij onder bomen in mos ons vlijen
genieten van de warmte en zonnestralen
gehele dag tezamen om lang te vrijen
zo zullen wij daar voldaan de avond halen.

Geef mij zacht getemperd licht ook in de avond
einde van een dag waarin ik geluk weer vond.

Ik wil de schone muze zoeken


Ik wil de schone Muze overal zoeken
in het bos op de hei, ergens in het veld
‘t zij als schone maagd of fiere jonge held
Ik wil de schone Muze steeds weer zoeken.

Ik wil de schone Muze overal horen
in klanken van harpen en violen
met reien en gezangen als tegenpolen
Ik wil de schone Muze steeds weer horen

Ik wil de schone Muze steeds behagen
poëtisch spinsel aan haar opgedragen
haar bejubelend in schoonheid van minnedicht

Ik zie schone Muze komen vederlicht
als frêle deken die zich spreidt over velden
Zo vroeg ziet men schone Muze zelden

Duurzame natuur

Ik zal nooit wennen aan de drukte in de stad
al heb ik vele jaren daar op school gezeten
en heb in broeierige klassen zitten zweten
maar had ’t na veertien jaren al wel schoon gehad.

Ik heb gezworven door de weidse landerijen
genoot de vrije frisheid en het ruime zicht
en ied’re dag in warmte van het zonnelicht
aanschouw ik vlucht van vlinder en gezoem der bijen.

Doch zie ik aan de kim beton steeds naderen
het ruime veld verdwijnt achter flat en dijken
hoe ‘t verder gaat, mij stolt ’t bloed in d’ aderen,

misschien dat groen en akkers voor huizen wijken
dan gaat ook ruime horizon voor goed verloren
de vraag is, hoeveel vogels wij dan nog horen.

Geschreven schilderij

Ik schreef een schilderij vandaag
over alledaags gebeuren
over ’t hoe en waarom was de vraag
in overvloed van vele kleuren.

Het rood van ’t rijzend zonnegloren
het veld gehuld in nevelig blauw
de smaragdgroene bomen bekoren
aan elke grasspriet een parel van dauw.

Over neveldeken dansen zonnestralen
van zilveren schittering en warm goud
de dag kwam ieder mens onthalen
dat is waarom ik van het leven houd.

Ik schreef een schilderij in woorden
met kleurnuances van de dag
toch mis ik beslist wel enige akkoorden
omdat ik lang elk detail niet zag.

Ontwaken van de dag


In stilte verdwijnt duister
op het veld verspreidt dauw
toont ochtend in schone luister
als sierlijk gesluierde vrouw.

Stilte wordt verbroken uit bomen
moment waarop de dag heeft gewacht
de wereld ontwaakt uit dromen
versierd met parelen en smaragd.

Langs lanen hangen in haar haren
edelstenen in tal van schittering
wind speelt door ‘t riet als op snaren
melodie van pure betovering.

Vlakke velden


Wandelpad gewoon ergens door de weiden
genieten van zon en windvlaag om je hoofd
met rust en kalmte die je jezelf hebt beloofd
om je op nieuwe taken voor te bereiden

neuriënd één of ander wat je hebt gehoord
maar de woorden zou je echt niet meer weten
op jouw leeftijd zijn de hersenen wat versleten
maar toch ben je heus nog niet zo gestoord

’t is een genot daar door ’t veld te wandelen
het bestuderen van de wolken in de lucht
gewoon naar eigen keus en doen te handelen

vrij als vogels die je waarneemt in hun vlucht
met hun kapriolen zwaartekracht ontmantelen
helaas ’t vlakke veld moet wijken en ik zucht.

Brandend water


Waar je lucht en horizon
rood kleurt met je vurige stralen
het zand zilverend schitteren laat
wolken omrand met lila banen
waar tussen meeuwen scheren
als roze bliksemflitsen

en over zee deinen golven
in ritme dat ik niet schrijven kan
trekken even en oneven lijnen
in een spel van vrijheid en wind
geven ruimte aan dromen en fantasie
in gloed dat het water doet branden.

Iedere dag opnieuw


Leven van wind,
van lucht en ruimte
zwerven door velden
genieten van natuur.

In wouden ontspannen,
rusten in het zachte mos
zon door de kruinen
ruisende bries door lover.

Luisteren naar vogels,
bewonderen het hert
aanschouwen kleine dieren
ergens op de stille hei.

Gewoon alledaags leven,
weten dat je bent.
In al deze wonderen
liefde van de Schepper herkent.

Moeizame start


Nog is de nacht in mijn hoofd niet geblust
bij het kieren van de eerste zonnestralen
nauwelijks ben ik mij van mijn zijn bewust
of de dagtaak komt mij van mijn bedstee halen

in de ban van onwezenlijk tweeduuster
zoek ik mijn pad langs wel bekende weg
word gaandeweg mijn zijn bewuster
en het doelbereik door zelfoverleg

stilaan verdwijnt door zonnestraal
en vogelzang de nachtelijke duisternis
ontplooit mijn bewustzijn maximaal
word ik weer wakker en dauwfris.

Muze van de schone dagen


Je voorzegt je komst
langs scherpe randen
zacht streelt je adem groen
voel ik je handen
langs me strijken
en kom je in tule
over donker veld
lichtend in zee van kleuren.

Zacht hoor ik je stem
door zang van vogels
een melodie vol klank
stilte beroeren maar niet storen
verblijdend door een lach
met heerlijke belofte
voor wonderschone dag
nooit hoeven we je te zoeken.

Steeds zweef je om ons heen
in tal van wonderen
je zeilen bollend
boven boom en struik
met rust die je uitstraalt
door warmte van je gouden kroon
en bij tijdelijk afscheid
wens je rust met vogelstem.

Witte wieven


Donkere stroom
van rustig water
ingeperkt tussen oevers
en verre horizon
stromend door heldere nacht
na zoele dagen.

Tussen ruisend riet
in groene uiterwaarden
onderbroken door hagen
of solitaire boom
onder wassende maan
na lange dagen.

Lichtend in vroege schemer
als glanzend lint
tegen achterliggende
bossen achter de dijk
tot “Witte Wieven”

Even een kleine storing


Zomaar een middag
dromerig op het terras
mijmeren en soezen
zonder na te denken
enkel genieten van ’t moment

in de verte loeien koeien
een merel hipt
vlak voor je voeten
onder een struik
op zoek naar vroege bessen

langs nevelige horizon
blauwe randen van bossen
een vaag melkwitte lucht
vandaag is ’t nog zomer
morgen gaat de zon weer….

op de vlucht.

Iedere dag nieuwe belofte


Met stralen doorzeeft
glanzend en weerkaatsend
fonkelende morgendauw
kleinood als een parel
in water tot kristal gereinigd
puurheid van sprankelend
ochtendlicht en gouden stralen.

Als liefde en teer geluk
in prille zonnegloed
die fluisterend zegt
en glimlachend belooft
dat verwachting deze dag
’t nieuwe licht ontsteekt
na duister weer een blijde lach.