Individueel


Mijn huis staat niet zover
van de bewoonde wereld
vanuit mijn raam
kan ik in straten
mensen zien lopen

als ik mijn deur open
kan ieder mens naar binnen
kunnen ze zien
dat ik niet zover woon
van de bewoonde wereld

in de straat die ik zie
vanuit mijn raam
blijven mensen liever buiten
dan dat ze binnenkomen
door mijn geopende deur.

Niemand minder, niemand meer


Laat mij schrijven in eigen woorden
Waarmee ik eigen keus beschrijf
Het is immers mijn verantwoorden
Dat ik bij mijn eigen standpunt blijf

Jij mag toch ook je eigen keus bepalen
Hoeft niet bang te zijn dat ik je iets verwijt
Je zult er echt niet door in mijn ogen dalen
We kunnen ook verschillen zonder strijd

Schrijf gerust wat je eigen mening is
Geloof me dat ik dat zal respecteren
Zonder hoogmoed of enige ergernis
We kunnen altijd zoveel van elkaar leren.

Snoer van edelsteen


Wij kennen de cirkel der seizoenen
De permanente rondgang van het jaar
Waarin dag en nacht elkaar verzoenen
Als zomer en winter verhouden tot elkaar

Maar toch kennen wij niet in ons leven
De tijden die gelijken dag op dag
Als een kleurrijk tapijt aaneen geweven
Zo nu en dan een traan, dan weer een lach

Iedere dag is als snoer van edelsteen
Die wij rond ons midden rijgen
Maar die past wat moeilijk er omheen
Als we te veel omvang krijgen.

In witregels


Ik laat mijn gedachten tussen regels vallen
zo blijven ze blanco op papier
vertellen niet wat woorden willen zeggen
maar klinken in eigen akkoorden
en tonen waar ik nadruk wil leggen
zonder pressie of enige dwang.

Zo kan men lezen tussen regels
die ik beschreven heb
inter-pretentie van eigen gevoel
kan met mijn mening leren leven
in ruimte voor eigen interventie
en eigen woord zo ik bedoel.

Dagelijks


0nberoerd ligt maagdelijke grond
in reine vorm en structuur
verwachtingsvol te dromen
van rijke opbrengst, goede oogst

reeds zijn de ploegscharen
voor de komende tijd
geslepen en de eerste voren
ontmaagden vorm en structuur
en maken pijnlijk kenbaar
dat zonder verwarren
geen vruchtbaarheid kan leven
zo grond daartoe niet vervormd wordt.

Ontmaagd dan dagelijks mijn grond
die steeds harder en stugger wordt
en meng de vormen en structuren
door scherpe ploegscharen gesmeed in vuren.

Brood en spelen


Een maatschappij in groei.
Een economie in bloei.
Een productie hoger dan nodig.
Een mens meer dan overbodig.
Welvaart die men niet wil delen.
Het volk wíl; “Brood en spelen!”.

In kamer en kabinet,
wordt uitvoerig uiteen gezet,
hoe verdelen we het beleid,
over inkomsten en welvaartsstrijd.
En om de kiezers te strelen,
geven ze; “Brood en spelen!”.

We wíllen wel wat doen.
Maar ’t kost minstens een miljoen
om vele levens te redden.
Helaas, vergokt met wedden.
En om de wonden te helen,
kiezen we voor; “Brood en spelen!”.

Nooit verzadigd van ’t genoeg,
vliegt ons geld in casino en kroeg.
En in veel onnodige zaken.
Tijd om de overheid te kraken.
Géén tijd om te verdelen,
wij móéten; “Brood en spelen!”.

Een wereld in ellende.
Geen mens die dat nog ontkende.
Kindersterfte en hongersnood,
bittere klacht om dagelijks brood.
Een overschot bij velen,
wij éísen; “Brood en spelen!”.

Tv. en radio staan “bol”.
Oorlog eist dagelijks zijn tol.
En wij…, rustig thuis?
Bekijken het op de “buis”.
Beelden, die onze ogen strelen.
Wij hébben; “Brood en spelen!”.

Eens was er, het Rijk der Romeinen.
Dat ging –geheid- “naar de Filistijnen!”.
Hun cultuur ging verloren.
Geen roem was hen verder beschoren.
De strijd begon hen te vervelen.
Ze hádden; “Brood en spelen!”.