Na m’n pensioen


Ik hoef niet meer zo erg nodig
Te gaan in snelle passen der jeugd
Dat haasten is mij overbodig
Slechts rust en kalmte is mijn deugd

Mijn actie is een statisch voortgaan
In bewegende belangstelling
Al glijd ik ook op langzame baan
Naar nauwelijks merkbare verandering

Ik moet nu niet zoveel meer
Ik kan op voldoende ervaring bogen
En ’t kost me geen verweer
Niets te moeten, des te meer te mogen.

Stille liefde


Als geluiden niet worden gehoord
geen woorden storen in stilte tussen jou en mij
maar samen schoonheid zien in onze ogen
in vibrerende eenvoud van zwijgen
en handen samengevat over tafel in licht
dat schijnt op gezichten weerkaatst in ons oog
die spreken woorden genoeg.

Niet alleen geluk ook verdriet in jaren ervaren
vriendschap of wrok begrip en onbegrip
uiteindelijk comprimerend onze grenzen
geen scheiding bepalend leven met en voor elkaar
niet sudderend geen stilstand blijven in hoop
dat betere tijden weer zullen keren steeds zijn
voor elkaar ook al valt dat niet mee.

Avondvullend


Eindelijk zijn de kinderen ’t nest ontvloden
kunnen de ouders buitenshuis dineren
bij genot van muziek en glas de tijd doden
en ontspannen weer een avond vibreren

Zorgeloos genieten van uitgelezen maal
geen sores waar jeugdigen zich vermaken
tussen de gangen zwieren in de grote zaal
en wat het nageslacht doet zijn hún zaken

Van kroost, zorgen en beslommering dus verlost
De tweede jeugd in vrijheid staat nu open
Met vreugd wordt dan gedineerd, gedanst en gehost

zelfs heeft men tijd een bios aan te knopen
Later bij het lege huis binnengekomen
ontkomt men niet aan “lege-nest-syndromen”

Keerzijde van de lentemedaille


Zekere weemoed overvalt me
als alles weer in bloei komt staan
winterweer zijn ijzigheid prijsgeeft
alles kleurt weer in ’t frisse groen
de natuur vult met jong leven

dan geniet ik wel van zon en warmte
wondere herschepping om me heen
van hernieuwend leven overal
voel mijzelf ook frisser en gezonder
maar verjongen, nee dat zit er niet in.

Tijd gaat of staat


De tijd gaat zijn eigen weg
vandaag morgen iedere dag
te voet of vliegend
danwel kruipend soms
een vastgestelde route
in vaste tred zijn eigen weg

in tempo dat hij zelf kiest
ijlt hij dikwijls voort
of staat afgeleid even stil
door plotsklaps een schok
om daarna onverstoord
weer zijn eigen weg te gaan.

Soezen


De bries streelt het riet langs kabbelend water
op het ruime meer bollen witte zeilen
in de zon een waar genot te verwijlen
horend vogelzang en eendengesnater

langzaam verspreidt geur van eerst gemaaide gras
langs blauwe hemel drijven wolkenvelden
zo een heerlijke rust beleeft men zelden
doet mij dromen van tijd zo het vroeger was

ik hoor weer het lachen van een spelend kind
dat nog vrij van zorgen door de velden gaat
in alles zijn klein geluk en vrede vindt

ik zie nog de molen die aan de einder staat
door de stilte hoor ik nog het carillon
vanuit de stad ginds aan de horizon.

’t Is goed geweest


Wat zou ik graag weer in de bomen klimmen
Op zoek naar ekster- of kraaiennest
Of zo maar voor en mooi uitzicht over landerijen
Maar dat is geweest mijn vriend
Ach… dat is helaas geweest

Wat zou ik graag weer door de velden zwerven
Geen hek te hoog, geen sloot te breed
Geen storm te fel, geen zon te heet
Maar dat is geweest mijn vriend
Ach… dat is helaas geweest

Wat zou ik graag weer zwemmen met mijn vrienden
Ergens in een brede vaart of brede sloot
Of in de winter zwieren over het gladde ijs
Maar dat is geweest mijn vriend
Ach… dat is helaas geweest

Leeftijdseizoenen


In ‘d ouderdom moet men niet eeuwig blijven hangen
niet zeuren over pijntjes kwalen noch tekort
geen mens kan zijn leden uiteind’lijk ooit vervangen
het leven is nu eenmaal niet alleen comfort

plezier en vreugd beleefde men volop in zijn jeugd
in rijper jaren valt nog genoeg te genieten
herinnering aan toen geeft dikwijls nog zo’n deugd
tenzij wij afgestompt het vroeger laten schieten.

het leven bestaat niet alleen uit voorjaarstijd
of zomerzon wanneer de rozen weeld’rig bloeien
aanvaard ook frisse wind in kleurige herfsttijd
als dansende blad’ren om je hoofd heen stoeien.

Het leven is als seizoenen over heel het jaar
als men er van geniet overlappen ze elkaar.

Wat doet ’t er toe

Sneeuw in de bossen
Strabrechtse Heide

Bergen zal ik niet meer beklimmen
dichte oerwouden niet doordringen
over oceanen vaar ik niet meer
zeeën kan ik niet meer beteugelen.

Over werelden kan ik niet vliegen
landen bezoeken gaat niet meer
stil kan ik nog zitten mijmeren
genietend van landschap en winterweer.

Een ouder, een zorg


Spiegelglas vertelde mij
waarheid van het leven
mijn oogopslag zo vrij
heeft geen dag teruggeven.

Mijn hoofd nog fier geheven
mijn hand nog vast en sterk
toch niet meer zo bedreven
in alledaagse noeste werk.

Niet gelaten wil ik mij geven
aan gemijmer of gedachten
maar actief wil ik nog leven
met afleiding pijn verzachten.

Gooi spiegelglas aan scherven
aanschouw de realiteit
mijn leven wil ik niet bederven
door zelfbeklag of andere futiliteit.

Overtuiging en principe


Ik heb de druk ervaren
Van leven met ziekte en pijn
En vraag me af waarom
Al weet ik zeker
Dat ik nooit een antwoord zal krijgen
En accepteer ook niet
Dat het eigen schuld zou zijn

Maar dat ze aangedaan zouden zijn uit liefde
Is wel de meest menselijke fout
Er zijn veel meer besturende factoren
Die ons naar twijfelen leiden

Het enige dat me zekerheid geeft
Is het vasthouden aan mijn overtuiging

Helaas de leeftijd…


Wat zou ik graag nog eenmaal
daar lopen langs de rivier met jou
genietend van watervogels en planten
in alledaags landschap
met koeien, kalveren, paarden
of schapen in de wei

wijzend naar vissen in het water
kijkend naar vogels in de lucht
tussen verschillende vormen wolken
dikwijls denk ik daaraan met een zucht
armen geslagen om elkaars schouder.
Jammer, helaas worden we ouder.

Monumentaal


Vele jaren en lange tijden verstreken
gleden in rijen van glorie en roem voorbij
en tonen met de tand des tijds hun gebreken
tekenen hun sporen van wisselend getij

maar nog sta ik overeind, ben fier en vrij
beschermd door stalen zekerheid uit verleden
al komt dan de dag van afbraak dichterbij
nog is mijn laatste strijd dan niet gestreden

ik klamp mij aan de toekomst vast in het heden
zie met geduld en vertrouwen tegemoet
het einde van de weg die ik heb betreden
herinnering is het fundament dat er toe doet.

Dus was het leven nog niet helemaal verloren,
uiteindelijk werd ik als monument herboren.