’t Is goed geweest


Wat zou ik graag weer in de bomen klimmen
Op zoek naar ekster- of kraaiennest
Of zo maar voor en mooi uitzicht over landerijen
Maar dat is geweest mijn vriend
Ach… dat is helaas geweest

Wat zou ik graag weer door de velden zwerven
Geen hek te hoog, geen sloot te breed
Geen storm te fel, geen zon te heet
Maar dat is geweest mijn vriend
Ach… dat is helaas geweest

Wat zou ik graag weer zwemmen met mijn vrienden
Ergens in een brede vaart of brede sloot
Of in de winter zwieren over het gladde ijs
Maar dat is geweest mijn vriend
Ach… dat is helaas geweest

Leeftijdseizoenen


In ‘d ouderdom moet men niet eeuwig blijven hangen
niet zeuren over pijntjes kwalen noch tekort
geen mens kan zijn leden uiteind’lijk ooit vervangen
het leven is nu eenmaal niet alleen comfort

plezier en vreugd beleefde men volop in zijn jeugd
in rijper jaren valt nog genoeg te genieten
herinnering aan toen geeft dikwijls nog zo’n deugd
tenzij wij afgestompt het vroeger laten schieten.

het leven bestaat niet alleen uit voorjaarstijd
of zomerzon wanneer de rozen weeld’rig bloeien
aanvaard ook frisse wind in kleurige herfsttijd
als dansende blad’ren om je hoofd heen stoeien.

Het leven is als seizoenen over heel het jaar
als men er van geniet overlappen ze elkaar.

Wat doet ’t er toe

Sneeuw in de bossen
Strabrechtse Heide

Bergen zal ik niet meer beklimmen
dichte oerwouden niet doordringen
over oceanen vaar ik niet meer
zeeën kan ik niet meer beteugelen.

Over werelden kan ik niet vliegen
landen bezoeken gaat niet meer
stil kan ik nog zitten mijmeren
genietend van landschap en winterweer.

Een ouder, een zorg


Spiegelglas vertelde mij
waarheid van het leven
mijn oogopslag zo vrij
heeft geen dag teruggeven.

Mijn hoofd nog fier geheven
mijn hand nog vast en sterk
toch niet meer zo bedreven
in alledaagse noeste werk.

Niet gelaten wil ik mij geven
aan gemijmer of gedachten
maar actief wil ik nog leven
met afleiding pijn verzachten.

Gooi spiegelglas aan scherven
aanschouw de realiteit
mijn leven wil ik niet bederven
door zelfbeklag of andere futiliteit.

Overtuiging en principe


Ik heb de druk ervaren
Van leven met ziekte en pijn
En vraag me af waarom
Al weet ik zeker
Dat ik nooit een antwoord zal krijgen
En accepteer ook niet
Dat het eigen schuld zou zijn

Maar dat ze aangedaan zouden zijn uit liefde
Is wel de meest menselijke fout
Er zijn veel meer besturende factoren
Die ons naar twijfelen leiden

Het enige dat me zekerheid geeft
Is het vasthouden aan mijn overtuiging

Helaas de leeftijd…


Wat zou ik graag nog eenmaal
daar lopen langs de rivier met jou
genietend van watervogels en planten
in alledaags landschap
met koeien, kalveren, paarden
of schapen in de wei

wijzend naar vissen in het water
kijkend naar vogels in de lucht
tussen verschillende vormen wolken
dikwijls denk ik daaraan met een zucht
armen geslagen om elkaars schouder.
Jammer, helaas worden we ouder.

Monumentaal


Vele jaren en lange tijden verstreken
gleden in rijen van glorie en roem voorbij
en tonen met de tand des tijds hun gebreken
tekenen hun sporen van wisselend getij

maar nog sta ik overeind, ben fier en vrij
beschermd door stalen zekerheid uit verleden
al komt dan de dag van afbraak dichterbij
nog is mijn laatste strijd dan niet gestreden

ik klamp mij aan de toekomst vast in het heden
zie met geduld en vertrouwen tegemoet
het einde van de weg die ik heb betreden
herinnering is het fundament dat er toe doet.

Dus was het leven nog niet helemaal verloren,
uiteindelijk werd ik als monument herboren.

Ervaren


Zwijgzaam staren in gedachten
hunkeren naar die tijd terug
naar de jonge onbezorgde jaren
was het beter, de tijd ging zo vlug,
in de toekomst wacht onzeker
wat komend lot ons brengen zal
maar nooit zal tijd weer keren

hoe lang duurt de toekomst nog
lang genoeg om in te keren
zonder somberheid of spijt
geen illusies meer te maken
delen ervaringen met wie wil
rusten na verdiende dagen
mijmerend, zwijgzaam, stil.

Blik naar voren


Daar ik niet terug kan of wil
over jaren die ik ben gelopen
mijn blik voorwaarts richt
en stil blijf hopen
op nog gelukkig vergezicht
zal ik niet blijven staan
noch omzien naar die dagen
dat ik niet gelukkiger was
noch was ik ongelukkiger

iedere tijd heeft zijn vreugd
kent ook zijn verdriet
jaren tellen op en tellen af
we kunnen niet blijven hangen
dat wat ons toen beviel
kunnen we niet terug vangen
daarom leg ik mij neer
bij tijd die mij verliet.

Realisme


Zacht vervagend licht
schijnt aan de einder
kleurt het avondrood
over velden trekt de nevel
de nacht opent haar schoot

melancholie beklimt mij
bij afscheid van ’t licht
als de zon verdwijnt
vraag ik mij af
of hij ook morgen schijnt

bij ’t zacht vervagend licht
in het zicht van witte nevel
rijst bij mij de twijfel
in een wankel evenwicht.
Mijn dagen korten in.

Stille liefde


Als geluiden niet worden gehoord
geen woorden storen in stilte tussen jou en mij
maar samen schoonheid zien in onze ogen
in vibrerende eenvoud van zwijgen
en handen samengevat over tafel in licht
dat schijnt op gezichten weerkaatst in ons oog
die spreken woorden genoeg.

Niet alleen geluk ook verdriet in jaren ervaren
vriendschap of wrok begrip en onbegrip
uiteindelijk comprimerend onze grenzen
geen scheiding bepalend leven met en voor elkaar
niet sudderend geen stilstand blijven in hoop
dat betere tijden weer zullen keren steeds zijn
voor elkaar ook al valt dat niet mee.

Jong bejaard


Eens was ik nog jong en onervaren
En wist niet wat ik worden zou
Nergens zag ik nog gevaren
Altijd scheen de zon en de lucht was blauw

En steeds verlang ik nog terug naar die jaren
Zo onbezorgd vrolijk en vrij
Nog niet bezig met kapitaal vergaren
Gewoon in ’t leven, vogelvrij

Thans heb ik vele jaren achter mij gelaten
En heb ervaringen opgedaan
Al mijn zwoegen mocht niet baten
Altijd is de lucht nog blauw
En de zon daar blijven staan

Gewoon nog jong


Als het mijn leeftijd is
wat mij mankeert
is er niets aan de hand
maar de letters in de krant
worden steeds vager
ik moet vaker naar de WC
naar de brievenbus
duurt wat langer,
ik ga niet meer zo ver van huis,
’t verkeer wordt alsmaar drukker,
er komt zoveel herrie op straat
men wordt steeds gehaaster.
Wat er is met de maatschappij?
Óf… zou ’t aan m’n leeftijd liggen?

Jeugdige overmoed


Ik bouwde een huis van steen
met één deur en geen ramen
een huis van enkel muren
waar niemand binnen kon gluren.

Ik bouwde een huis van hout
met kieren tussen planken
zonder meubels of bed
zelfs geen ruwe banken.

Ik bouwde een huis van glas
waar doorheen zon kon schijnen
daarvoor een zonneterras
men zei dat ’t overbodig was.

Toen heb ik een huis gebouwd
van steen, hout en glas
met ramen en met deuren
en ben toen keurig getrouwd.