Jong bejaard


Eens was ik nog jong en onervaren
En wist niet wat ik worden zou
Nergens zag ik nog gevaren
Altijd scheen de zon en de lucht was blauw

En steeds verlang ik nog terug naar die jaren
Zo onbezorgd vrolijk en vrij
Nog niet bezig met kapitaal vergaren
Gewoon in ’t leven, vogelvrij

Thans heb ik vele jaren achter mij gelaten
En heb ervaringen opgedaan
Al mijn zwoegen mocht niet baten
Altijd is de lucht nog blauw
En de zon daar blijven staan

Gewoon nog jong


Als het mijn leeftijd is
wat mij mankeert
is er niets aan de hand
maar de letters in de krant
worden steeds vager
ik moet vaker naar de WC
naar de brievenbus
duurt wat langer,
ik ga niet meer zo ver van huis,
’t verkeer wordt alsmaar drukker,
er komt zoveel herrie op straat
men wordt steeds gehaaster.
Wat er is met de maatschappij?
Óf… zou ’t aan m’n leeftijd liggen?

Jeugdige overmoed


Ik bouwde een huis van steen
met één deur en geen ramen
een huis van enkel muren
waar niemand binnen kon gluren.

Ik bouwde een huis van hout
met kieren tussen planken
zonder meubels of bed
zelfs geen ruwe banken.

Ik bouwde een huis van glas
waar doorheen zon kon schijnen
daarvoor een zonneterras
men zei dat ’t overbodig was.

Toen heb ik een huis gebouwd
van steen, hout en glas
met ramen en met deuren
en ben toen keurig getrouwd.

Herfst en Jacobsladders


Nooit wil ik het leven als herfst bezien
maar terug denken aan de zomer
of aan voorjaar met schat van bloemen
klanken van vogels in de bomen
en kan ik van warmte dromen
als ik vlinders zie en bijen hoor zoemen.

Ooit zal ik het leven als herfst bezien
maar ook dan de zonnestralen waarderen
tussen ’t gedempte licht gevat in vele kleuren
stralen die als ladders naar de hemel wijzen
om daar dan in gedachten misschien
engelen naar de hemel op zien rijzen.

Gestage tijdstroom


Tijden nemen mij mee
in hun stroom
zacht laat ik me drijven
tussen oeverloos lijden
en stroomversnellingen van feest

gestaag glijden de oevers
mij onttrekkend
aan het oog der vogels
die azen op mijn hart
langs water dat mijn brein ontwart

en aan het eind der stroom
beland in eindeloze zee
vermenigvuldigd met gelijken
dansen wij verheugd
vrij van horizon tot horizon.

Relativiteitsgedachte


Vele luchten heb ik gezien
evenals zo vele dagen
en steeds leek dezelfde zon
weer ander licht te geven
‘t blauw was even dikwijls
anders dan voordien

geen winter had dezelfde sneeuw
of ijslaag op het water
nooit was de lente even zacht
lammeren gelijk en vrolijk
bloemen en bloesem gelijk
in hoeveelheid en van kleur.

Bleef toch de wereld niet
zoals ze altijd was geweest
maar was ’t slecht mijn jeugd
die voorbij was gevlogen
als zucht van morgen- tot avondrood
en zal ik als eendagsvlieg sterven.

Gewoon de doorgaande tijd

Senior couple in park on Sunday walk.

De bomen hangen wat zwaar
bladeren verschieten van kleur
bloemen lijken mistroostig
en de wegen glimmen.

Dieren schuilen wat verder weg
vogels trekken naar ’t zuiden
mensen duiken dieper in hun jas
maar de wolken breken.

Flauw zonnelicht schijnt door ’t bos
geruisloos gaat de wind liggen
gekleurd blad valt naar de grond
de stilte wordt intens.

Geuren vullen weer het woud
het jaar is weer en maandje ouder
zoals ook de mens de jaren voelt
als zijn leeftijd door zijn leden woelt.

Zicht op verleden


Stil gaan de beelden voorbij uit het verleden
een leven lang van uur tot uur, dag tot dag
regelmaat van de klok met een traan of lach
trekken langzaam één lange rij tot op heden

en zwijgend denkend aan die tijden van toen
toen jeugd en toekomst nog volop naar ons lachten
overvallen mij soms sombere gedachten,
vragen of ik het allemaal nog zo zou doen

ik wist niet beter, ‘t waren andere tijden
dagelijks heb ik gewoon mijn plicht gedaan
zo goed mogelijk mij aan mijn taak te wijden

bij andere aanpak heb ik nooit stil gestaan
ik ben tevreden over wat ik heb verricht
nimmer waren mijn daden destructief gericht.

Maandag, marktdag


Boven het geroezemoes van de markt
beierde het carillon hoog in de toren
kooplui prezen hun waren in de kraam
voddenman op klompen riep om lompen
ergens hoorde je paard en wagen gaan.

Daartussen liepen wij als boeffies
verstoppertje spelend tussen de kramen
of hielpen de groenteboer samen
z’n handkar duwen tegen een hoge brug
kwamen met rode koppen en appel terug.

Maar net op tijd haalden we de school
om braaf in leerboeken te verdiepen
dat daar iets van kwam was “Apenkool”
niemand die zich nog concentreren kon
op de markt hoorden we nog ’t carillon.

Einde van de dans

Als een blad ben ik neergedwarreld
in een hoek, ergens waar de wind
geen vat meer op mij had
en ik rustig in kan slapen.

Ergens tussen kleurrijk verdoolden
in een windvrije hoek
waar we vredig samenschoolden
en schaduw vonden bij elkaar.

Daar, waar wij als bladeren dansten,
over velden, door de straten,
zijn wij vergeten en verlaten,
zijn eindelijk op bestemming aangekomen.

Jeugdige ouderdom


Gisteren kwam ik weer langs die bloemenwei
waar wij in het warme voorjaar speelden
en dacht, wat is dat allemaal lang voorbij
ook dat wij samen daar die dropjes deelden.

De tijd gaat in ons leven toch zo razend snel
amper kunnen wij van jeugd nog te spreken
dagen van ons goede doen verdwijnen in een tel
komen we in ouderdom gevuld met gebreken.

Maar jaren is slechts tijd gevuld met leven
als ze ook werkelijk energiek worden benut
’t zij in jong of bij ouderdom is ‘t om ’t even
raak ook niet bij ieder wissewasje in de put.

We worden ouder


Over witte serene velden
hoorde ik bronzen klokken
als stemmen van heel ver
over de verstilde landerijen
met boerenhoeven her en der.

Zag het gekrookte riet
langs bevroren water
en de berijpte bomen staan
en besef pas nu veel later
dat ook die tijd is voorbij gegaan.

Sta nu stil op de brug te dromen
starend over ’t kabbelend vlak
wat eenden bijeen op een stam
nog mijmerend over vroeger
en tijd die mij mijn jeugd ontnam.