Voortkabbelend


Geen tijd gaat ongemerkt voorbij
in dagen van jagen en jachten
als een zee met wisselend getij
gaan en komen steeds gedachten

verleden leeft in de herinneringen
als vaststaand alledaags beleven
van gewone en niet gewone dingen
van ontvangen en geven

in stilte wordt de tijd gesleten
onopgemerkt aan ons voorbij
tot plots toekomst laat weten
in een slag keert het tij.

Wat is poëzie?


Duizenden vormen bekend
één erkend ander verzwegen
voor mij als ik het leven zie
niet strak in geweven lijnen

schoonheid van een wilde tuin
de één geniet van deze bloem
de ander weer van een ander
men moet orde er in kunnen zien

onder lezen ziet men beelden
schoonheid, verlangen of verdriet
maar hoe de toekomst wordt
dát verklap ik nú nog niet.

Want dat is poëzie!

Elke dag in ‘t leven


Mijn dagen zijn mij kostbaar
Nu mijn uren zacht heengaan
Tijden die ik draag in mijn hart
Vanaf mijn jeugd en kindzijn
Mijmerend tot het heden
Herinneringen uit nog
Niet eens zo’n ver verleden
Als men de tijd in universum telt

Korte tijd is de mens beschoren
In een leven van stille aard
Dikwijls in eenzaamheid verloren

En ergens hangt de hoop
Dat toekomst eeuwig zal duren
Waarin vrede en liefde
Pijn angst en haat doen vergeten.

Allemaal “Beessies”


Een olifant is niet zomaar een knuffeldiertje
En wolf houd je niet onder tafel in een mand
Een neushoorn komt niet binnen door een kiertje
Een tijger voel je niet zomaar even aan de tand

Met en nijlpaard ga je niet zomaar zwemmen
Een ijsbeer neem je echt niet op de schaats
Een wilde hengst kun je niet in even temmen
Verwacht van haaien geen goed, enkel kwaads

Nee, ik neem veel liever een kanarie
Die blijft veilig opgesloten in een kooi
En zingt daar iedere dag zijn melodie
Is ook absoluut veilig, en dat is toch wel mooi.

Wie zou vermoeden dat wij dichten voor de lol


Wie zou vermoeden dat wij dichten voor de lol
En maling hebben aan hen die recenseren
Wat mij betreft, al schelden ze mij uit voor drol
Ze moeten eerst maar zelf eens schrijven leren
Reeds Bredero zei vroeger; het kan verkeren.

Waarom zou hij die slechts woorden kan vinden
Zijn mening mengt met stormen of iele winden
Alleen nut kennen van klanken die niets binden.

Dus zal ik mij door hen niet laten frustreren
Die denken mij met hun zotheid te beleren
Ze maken mij met hun kritieken heus niet dol
Op mijn fantasie kan ik nog heel lang teren
Wie ’t niet wil lezen doet zijn broek maar vol.

Alleen dat resultaat kan mij al amuseren.

Der keer’len god


Hoe was ik in mijn vorige leven
een koene graaf hoog te paard
ver boven volk en gepeupel verheven
onversaagd met speer en zwaard

de vrees van alle sluikse schooiers
die waagden de mens te knechten
dwong hen op hun knieën, de pooiers,
wist zo verdrukten aan mij te hechten

geliefd was ik, ver voorbij palen,
voor niemand bang, dat is gewis,
leef ik nog voort in vele verhalen
als “Der Keer’len God”, graaf Floris.

Valentijnsonnet


Ach luister schone, zie mij thans hier staan
ballade zingend naast uw regenton
-als ik tenminste ook nog zingen kon-
kom, hoor met glimlach mijn gejammer aan.

Toe werp een roos vanuit uw hoog balkon
zo u mij niet wil zien zal ik vertrekken
-ik zou verdomd van kou zowat verrekken-
straks krijg ik wegens overlast een bon.

Mijn stem is geen tenor en ’t lied wat raar
’t kan niet als tophit worden aangehoord
helaas ligt dat aan die gesprongen snaar

Waarom heb jij mijn dromen wreed verstoord
ik dacht, zij gooit een rooslein naar benee
helaas, waarom die zware bloempot mee?

Lopen over de lange lindelaan


O Leentje ‘k zag je laatst nog lopen
Over de lange Lindelaan
Waar je schoentjes ging kopen
Je bleef daar voor de winkel staan

Ik dacht; O, dat ze mij ook leerde lopen
Zo samen hand in hand
De stoutste gedachten hebben mij bekropen
Ik dacht; Man, gebruik toch je verstand

Maar je keek me aan en lachte
Met je allerliefste lach naar mij
Met mijn hoofd rood zonder gedachte
Sprong ik een gat in de lucht zo blij

Kom, zei ik, we gaan je schoentjes kopen
Of trekje liever laarsjes aan?
Dan gaan we daarna samen lopen
Hand in hand over de lange Lindelaan.

En een eindje verder voor het vensterraam
Zagen we lief lachend lotje staan.

Allemaal goede voornemens


Ik heb me voorgenomen
dat ik dit jaar
eens heel braaf zal zijn
dat ik zoveel mogelijk
mijn vrouw zal helpen
en er voor zal zorgen
dat mijn hond
niet bij de buren
in de tuin komt

dit jaar zal ik heel netjes
en heel secuur
het gras van ons gazon maaien
en op tijd alle struiken snoeien
het onkruid keurig wieden
één of twee keer autowassen
het grint ieder 2 á 3 weken harken
en misschien wel het terras vegen

Kortom

Ik ga dit jaar niks
anders doen dan
vorig jaar!!!!!!

Don Quichotte


Hij valt te paard met woedend strijdgekletter
open poorten binnen en de vijand aan
slaat zijn slag veegt ieder van de baan
zijn trouwe dienaar volgt hem met trompetter

ten aanval trekt hij moedig onverschrokken
geharnast en gezeten op een vurig ros
vijanden die niet vluchten zijn de klos
heeft geen tijd te eten of jagen achter rokken

de burger ziet hem naarstig komen
men heeft geen echte vrees voor hem
mensen kennen zijn verdwaasde dromen

zijn wapens zijn slechts houten speer en stem
geen standplaats is zijn huis hij kan slechts dolen
als oprecht dichter bevecht hij iedere molen.

Op mijn brommer


Scheuren door polders en over boerenwegen
van dorpen naar steden dan steeds heen en weer
of de zon nu scheen, of in zware slagregen
dat kon me niet schelen, ik zat toch in het leer

steeds sneller en sneller schoot ik alles voorbij
elk maximum overschreed zo die brommer
met de wind om je kop voel je, je pas echt vrij
niet verstandig, maar niet meedoen was dommer

Ze kunnen geniepig ergens verdekt gaan staan
heren der “Hermandad” stiekem op de loer
en juist als je lekker op topsnelheid wilt gaan

wordt je justitioneel promotievoer
de brommer ging zonder-meer op de rollerbank
hij staat nu één-bij-één in de vensterbank.

En dan krijgen we weersverandering


Heerlijk is dat zomerweer
dat luieren in de zon
ergens op het pas gemaaide gras
of in een luie stoel op het gazon

je humeur is als de zonneschijn
warme licht en mild
en naast je staat een koel glas
met drank waar je niet aan vertilt

langzaam sluiten ogen tegen felle licht
ongemerkt lig je aan palmenstrand
en maakt een schitterend gedicht
zonder dat je merkt dat je flink verbrand

dan ontwaak je door een frisse drop
en palmbomen vallen om
langzaam sla je de moede ogen op
denkt, “Oei, ik ben wel erg dom!”

want in de tijd dat je heerlijk sliep
stak de wind op met donder en geweld
en al die mooie palmboomdromen
zijn door die donderslag geveld.

Eufemistisch filosofie paradoxaal beargumenteerd


Etymologisch tracht ik mijn woorden
in te delen, eufemistisch op gediend,
in zinsneden als parabolen
zonder cynische ondertoon
meer gebruikt als metaforen
zonder paradoxale verspreking
gevat in climax van synoniemen
van obligatie tot apotheose.

Eens in de geschiedenis te gloren
bij het beargumenteren
van grammaticale scoren
naar filosofisch welbehoren.