Warrelig


Ik heb mijn trots, mijn eigenzinnigheid
Mijn eigen leven zo ik dat wil leiden
Ben ook wel tot compromissen bereid
Maar zal me niet aan discussie wijden

Noem mij een stijfkop of eigengereid
Ik sta gewoon pal voor eigen keuze
Houd steeds voet bij stuk is mijn beleid
En blijf zoals je bent is mijn leuze

Wat waai je nu dan mee met elke wind
Alsof je voet geen doel of richting heeft
Gedreven als blad dat rust noch duur vindt
Een veertje die voor niet weet dat hij achter leeft

Waar is nu je trots, je eigenzinnigheid
Je gaat nu de weg die nergens naar leidt.

Mijn mooiste roosje


Als een vlinder fladderde je door mijn tuin
Een fleurig plaatje tussen mijn bloemen
In een kleurrijk perk waar ook bijen zoemen
Je lied was als vogelzang in een eikenkruin

Laten wij weer wandelen tussen mijn rozen
Samen genieten in de frisse ochtenddauw
Laat mij kijken in je ogen zo hemelsblauw
En samen tussen de struiken minnekozen

Kom, wees weer die vlinder, die vogel met zijn zang
En wandel weer tussen mijn perken met bloemen
Het wachten op jou duurde zo vreselijk lang

Jou wil ik weer mijn mooiste roosje noemen
Jouw haren zien blinken in de zonneschijn
Dan kan voor mij geen dag meer mooier zijn.

Hoop


Waarheen ik in de toekomst ooit nog eens zal reizen
Dat alleen ligt in hogere sferen beslist
Of nu zon of maan en sterren de weg mij wijzen
Nog nooit was er een aards profeet die dit beter wist

Ik loop die wegen van geboorte tot mijn sterven
Tot aan het licht dat schijnt achter de horizon
En hoop tot zover niet langer rond te zwerven
Maar daar dan uit te rusten bij de levensbron

Een bron van zuiver water, helder als kristal
Een ware oase te midden van een woestijn
Schaduwen van palmbomen en verfrissing overal
Waar door koele wind rust en vrede eeuwig zijn

Daar hoop ik dat ooit die weg mij heen zal leiden
Dat is hoop op toekomst vol liefde en bevrijden.

’t Is geweest


Steeds denkend aan de jaren uit het verleden
Toen ik jouw in overmoed nog adoreerde
Voel ik mij oud en afgeleefd in het heden
Een oude man die in zijn jeugd niet leerde

Nog steeds ben jij de schoonste die ik vereerde
De fee, de engel onder alle sprookjes figuren
En al ben je degene die mijn hart bezeerde
Toch blijft mijn bewondering voor jou nog duren

Ik denk al lang niet meer aan al jouw kuren
Maar zie jou nog steeds lichtvoetig dansen door ’t veld
Maar wie jou van mij kaapte zal moeten bezuren
Omdat werkelijke liefde bij jou niet telt

Al denk ik aan die jaren uit het verleden
Toch ben ik nu oprecht gelukkig in ’t heden.

Chauvinistisch ?


Hoera! Heel de wereld lijkt ”Oranje boven”
en loopt achter een bal of elf dwazen aan
die het niet om punten maar om “ballen” gaan,
voor mij hoeft ’t niet zo, wil je wel geloven.

Rennen! En wie dat niet doet gaat op de bank
en krijgt van de coach een reprimande
dat hij niet beter weet, is gewoon schande
als straf krijgt hij een “tonnetje” minder als dank.

Maar weet je wat het geval met mij nu is,
ik zit met kromme tenen op mijn stoel
en scheld af en toe de “scheids” de pokkel vol

roep; “Hey oen!! Dat zie je weer eens goed mis!”
Knalt Arjan echter de bal in ’t goede doel
slaat mij de feestroes volkomen in mijn bol.

Herinneringen aan mijn polder


Meerdere malen dwaalt mijn gedachte
naar de polder waar ik ben geboren
waar ik door velden zwierf in ochtendgloren
de zon vanaf de horizon mij toelachte

dan zie ik witte wolken door blauwe lucht
herinner mij nog vage bossen langs de kim
een verre struik als een nevelige schim
hoor de weidevogels in hun ochtendvlucht

nog stijgt de zon daar dagelijks over velden
en is het gras er nog steeds even groen
veel heeft voor economie moeten ontgelden

het weidse uitzicht is niet meer zoals toen
weiden zijn doorsneden met wegen en spoor
en nergens ligt er stilte meer zo in ’t gehoor.

Opmontering


Ach beste vriend vergeet wat achter je ligt
En leef je leven vandaag, leef in ‘t heden
Gooi achter je de deur naar ’t verleden dicht
Vergeet ’t verdriet wat je hebt geleden

Kom vriend en recht je rug, ga moedig voorwaarts
Zit niet gevangen achter een open poort
Met gebogen hoofd ga je zo snel neerwaarts
Geniet elke morgen als de zon weer gloort

Ieders leven kent nu voor- en tegenspoed
Het is niet slechts rozengeur en maneschijn
Toch weet ik dat je ’t geluk eens weer ontmoet
En ben je dan verlost van onrust en pijn

Kom beste vriend,leef vandaag, wees vrij en dans
Bedenk, in elke morgen zit een nieuwe kans

Innerlijke peiling


In het diepe van mijn hart ben ik de kwaadste niet
Voor elk mens tracht ik heus de beste weg te vinden
En zie ik leed of droefenis, doet mij dat verdriet
Toch maak ik met mijn keus niet altijd goede vrinden

Ach, vele mensen oordelen vaak zo snel en licht
Alleen zo snel en ondoordacht naar de buitenkant
En zien geen inhoud van hart als werkelijk gewicht
Vandaar dat men gauw buiten samenleving beland

Hoeveel mensen op aard zijn beter dan wij denken
En hoeveel lijden er niet vreselijk veel pijn
Gewoon omdat wij hen te weinig aandacht schenken
Maar wij trekken ’t liefst alle mensen op één lijn

Zo moeilijk is ’t zien van de gedachten in ons hart
En ook ’t werkelijk medeleven van stille smart.

Positieve inkt


Nooit doop ik mijn pen in verzuurde inkt
Noch zal ik mijn papier met spot verminken
Ik verhoed dat mijn woord tot drek verzinkt
Noch zal mijn tekst op twee gedachten hinken

Liever schrijf ik mijn woorden tussen bloemen
In kleuren van lelie, jasmijn of rozen
Waar tussen vlinders vliegen en bijen zoemen
En meisjes lopen die lieflijk blozen

Laat iedereen dan zo mijn pennenvrucht lezen
Meegenietend op een zonnige dag
En net als ik vrolijk en opgewekt wezen
De dag besteden met een blijde lach

Dan wordt de pen niet in zure inkt gedoopt
Maar ervaart men hoe een lente dag verloopt.

Stil gevoel


Stil sta ik op de hoek te dromen
en voel de leegte in mijn bestaan
van alle kant zie ik problemen komen
kan soms de eenzaamheid niet aan.

En wachtend, ik weet zelf niet waarop,
vergaat de tijd in slechts weinig tellen
en holt uit als steen onder waterdrop
die uiteindelijk een oordeel vellen.

Leeg is mijn hoofd van ’t wachten
wachten op een zinvoller bestaan
er is toch meer licht dan de nachten
in het schijnsel van de flauwe maan.

Stil blijf ik op die hoek staan dromen
weet niet welke kant ik ooit zal gaan
zoek de nieuwe weg die moet komen
als ik aan de andere kant zal staan.

Maar in het onzeker wachten in de tijd
voel ik zachte banden die mij trekken
naar een plaats aan rust gewijd
waar woorden onze dode ziel weer wekken.

Mijn trouwste hulp


Hoe dikwijls heb ik niet jouw figuur bezongen
De lof geuit over de klanken van jouw stem
Misschien in termen als die van een kwajongen
Maar door jouw charme gedraag ik mij zo adrem

Nog ben je voor mij een vlinder in het voorjaar
De tere bries die zacht het riet doet wuiven
Verkoelende wind zacht strelend door mijn haar
En langs het strand het zand speels op doet stuiven

Ik bemerk jouw aanwezigheid alle dagen
Jij geeft mij steeds weer blijdschap en levenslust
Steeds kan ik aan jou weer inspiratie vragen
Vanaf de ochtend tot jij me welterusten kust

Mijn trouwe muze ik ervaar jou overal
Ik wil niet denken dat ik jou eens missen zal.

Terreur


Windstil maar in mijn hoofd raast nog steeds de storm
waar noch laag noch hoog de oorzaak van is
slechts enkel het gevolg van rusteloos gemis
verdriet en wanhoop door gebrek aan uitzicht en norm

buiten is de storm geluwd, wind is gekalmeerd
maar nog waait onrust aan in stille bries
een angst voor pijn bedreiging en verlies
omdat men in eeuwen nog nooit heeft geleerd

men zal met gevolgen moeten leren leven
niet meer aan denken vergeten wat is gebeurd
maar zou men toch niet beter kunnen streven

te voorkomen wat er in de wereld gebeurt
voor er door terreur nog meer levens sneven
en er dan nog meer doden worden betreurt.