Heldere winteravond en –nacht


Gouden bal van vuur en licht
heel de horizon ontstekend
als in een rode vlammenkrans
met laaiende gloed over velden
waar winterse serene reinheid
de dag heeft overheerst

langzaam verdwijnt je licht
tussen bomen en achter huizen
als coulissen van een jaargetij
verdwijnt je majestueuze verschijning
hult zich het veld in stemmig grijs
tot zilverglans van jou weerkaatst.

Heel het jaar


Zijn het de bomen die mij trekken
naar de groene wouden
het eeuwig zingen van ruisende wind
zang van vogels in de lente
het koeren van de duif?

Is het de storm die huilend
twijgen en takken laat zwiepen,
regen druppelend op de grond
frisse dennengeuren
verrassend groen van mos?

Koele schaduw in de zomer
rust onder kruin van eik of beuk
wandelen over slingerpaden
ergens zitten op een stronk.

Frisse lucht in longen zuigen
tussen kleuren van herfstblad
van goudgeel tot koortsig rood
luisterend naar burlend hert
en genieten van de vinken.

Misschien is het de serene stilte
die ieder mens tot denken zet
tussen kale bomen en ijle lucht
in een wachtende witte wereld
tot de zon weer nieuw leven wekt.

Geniet nog even…..


Fietsend over slingerpaden door dichte bos
vrolijk fluitend met de vogels in de bomen
even van de alledaagse sleur bekomen
zo nu en dan rusten in het zachte mos

dan weer trekken over ruime weidse velden
gewoon genieten van heerlijk frisse lucht
en van weidevogels in hun hoge vlucht
geen zorgen om heren die de wetten stelden

geleerden die vertellen achter het bureau
hoe men de natuur het snelste kan vernielen
die beweren, het moet niet zus maar het moet zo

maar als het er op aankomt lichten ze de hielen
men ziet hen niet waar het werk wordt gedaan
goed of fout, zij verdienen er heus wel aan.

Geniet deze dag


Geen dag begint schoner dan met zonnestralen
met vogelzang in kruinen der hoogste bomen
na nachten verdiende rust en schone dromen
over feeën die ons bekoorlijk onthalen

als wij daarna in vrolijk zonlicht genieten
van vele vlinders tussen kleurrijke bloemen
heerlijke geuren te veel om op te noemen
hommels die vol stuifmeel een bloem verlieten

wat zullen wij nog morren over regendagen
en pruilend terug zien naar vergane tijd
nog over donderbuien of stormen klagen

terug zien op verloren tijd vol verwijt
laten we deze stralende dag slechts prijzen
nu we de zon aan de kim zagen reizen.

Almacht


Hoe hoog zijn de bergen,
hoe diep de dalen
hoever stomen rivieren tussen oevers
zeeën ver tot de horizon.

Hoger is Uw liefde
dieper dan de dalen
meer nog stroomt Uw gena
dan water naar de zee.

Verder dan in de velden
het zicht de einder reikt
bent U aanwezig
ons tot steun en staf.

Als beschermer aan onze zijde,
ter verdediging in onze rug
overal wilt U ons schragen
ons in Uw almacht dragen.

Eerste wintertekenen


Het licht gedempt in ochtendschemer
doet denken aan komende herfstdag
grauw gehuld in flarden mist
somber met slechts flauwe zonneschijn
en witte door rijp bedekte velden

een vage lichtend rode lijn
in verte niet te benaderen
trekt strepen in bogen langs een gewelf
met kleuren in velerlei tinten
beloven de dag de eerste winterkou.

De magnolia bloeit


Als ik je in volle bloei zie staan
met je schitterende bloemen
voel ik me gelukkig en voldaan
en is ’t geen wonder
dat ik jou mijn trots wil noemen.

Daar in die hoek vol kleuren
waarvan ik jaarlijks weer geniet
behalve die prachtige azalea
mijn oog ook telkens ziet
genot van de schone magnolia!

Clematis


Onzichtbare draden
verbinden jou en mij
doorzichtig als ijle wind
zuiver water uit een beek

stralen van zonlicht
glans van maan
teer als kristal
in kleuren van zirkoon

met zachte fluister
als briesje door blad
streling door windvlaag
over teer jong gras.

Stil is de luister
mooi als engelenstem
vanuit het paradijs
en verre vlakten.

Buitenlucht


Ik verlang weer te zwerven
door het wijde polderland
over paden langs boerenerven
baggeren door klei of over zand.

Weidevogels weer te horen
en kikkers in plas of sloot
mij aan geen jager storen
die ergens een eendje schoot.

‘k Wil weer fietsen door bos en hei
horen de roep van wulp en tureluur
op paarse vlakte zoemen van een bij,
genieten op ’t vroege ochtenduur.

Ergens dwalen tussen bomen
onder ’t groene bladerdak
zomaar ergens dromen
in je eentje op je gemak.

‘k Verlang naar prachtige herfstkleuren
bladeren die dwarrelen in de wind
de intens doodringende geuren
dan voel ik me gelukkig als een kind.

Baan der zon


De dag begint met roze gloed
en rood glanst heel de horizon
als de zon de aarde weer begroet
en rijst als warme vurige ballon
de dag beschijnend met haar stralen
en toont ons weer het smaragden veld
om aan het eind der dag te dalen
verlicht de kim daar tegengesteld.

Dan eindigt weer de dag in roze gloed
dan daalt de zon als vurig rode ballon
en brengt de dag een laatste groet
voor ze verdwijnt achter de horizon.

Alle dingen komen langzaam


Ach, dat ik je eindelijk zag in mijn tuin
met je kleur van liefde en hartstocht
dat je bloeide met de zon op je kruin
en dat ik je geuren genieten mocht
ik wil vlinders, die je bezoeken, tellen
bijen die komen snoepen van je nectar
iedereen van je schoonheid vertellen

helaas is nu ’t weer nog koud en bizar
en laat de lente nog op zich wachten
maar jij , nog veilig in je knop geborgen ,
wacht geduldig op zachtere nachten
komt ’t niet vandaag, dan zeker morgen.

Maar je staat nog in mijn geheugen als toen
voorlopig zal ik het met deze zegel doen.

Bladeren


In voorjaar zijn ze ontsproten,
Aan takken en jonge loten,
Aan struik en boom,
In voorjaar, zonder schroom.

Gehard door wind regen en zon,
Waar hun eerste dans begon,
Sieraad der natuur,
Schoonheid, van niet lange duur.

Trotserend, vroege stormen,
Samen beschutting vormen,
Tegen regen, zon en wind,
Zodat men er leven vindt.

Aan struiken, eiken en linden,
In tuinen, of bossen te vinden,
Ieder in eigen kleur en vorm.
Keren, draaien voor de laatste storm.

In ’t voorjaar zijn ze ontsproten,
Aan takken en jonge loten,
Vlijen zich in de herfst neer,
Als deken tegen ’t gure winterweer.

Dichtersfatsoen


De schoonste woorden zijn gewijd aan ’t sonnet
En vragen klank en ritme als schoon akkoord
Waarop men danst in wals, in tango of ballet
Of in een quickstep wat ook bij stijldans hoort.

Men danst ritmisch, gracieus met veel plezier
Op woorden die door muziek zijn vervangen
In smoking, avondjurk , baljurk met veel zwier
En ‘t maakt niets uit van welke stand of rangen.

Helaas, ook woorden die als donder klinken
En hart en ziel gevoelig kunnen raken,
Dan zullen zang en dans in droefheid zinken

Ze hebben niets met poëzie of dans te maken
Maar zullen tot onwaardig luchtledig slinken
Geen dichter maakt gebruik van derg’lijke zaken.

Zweverig


Op wind wil ik me laten drijven
met vleugels sterk en groot
zweven tussen wolken
genieten van de zon

gewoon zweven zonder zorgen
kijken op de aarde neer
op thermiek en zachte stroming
over velden, heuvels en rivieren

weg van al dat druk gewemel
naar heerlijk stille plek
in gedichten denken
tussen weelderig groen.