Dankbaar verblijden


Ook deze morgen heb ik mij afgevraagd
waarom ik zo vrolijk licht heb ontvangen
gewekt door zonlicht aan de kim gedaagd
uitgerust en met ‘t hart weer vol verlangen

geef mij een loflied deze dag te zingen
een dag die ik weer ontvang in Uw gena
laat mij zien al Uw liefde en zegeningen
de rede die enkel is dat ik besta

heel deze dag wordt weer feest tot Uw eer
waarin wij in al Uw goedheid verblijden
maar gedenken dan ook telkens weer
dat wij dit alleen danken aan Uw lijden.

Blij met iedere dag


Geschenken in overvloed gedeeld
in dagelijkse mooie zaken
een zonnestraal die ons warm streelt
een kinderlach die zo blij kan maken.

Vogelzang in schone ochtendstond
een veld met kleurige bloemen
een akker graan op vruchtbare grond
te veel om alles op te noemen.

Schoonheid van schepping in natuur
voor niets aan ons gegeven
gevormd in zo veel verschillend creatuur
en het mooiste geschenk is ons leven.

De oren van je hart


Och, ik red me wel,
maak je om mij geen zorgen!”.
“Is ’t verkeerd als ik stel,
dat jij je verdriet hebt verborgen?”

“Nee, ’t doet me niets,
laat hen hun gang maar gaan!”
“Is er toch niet iets,
waarmee men jou “in de kou” laat staan?”

“Ik ben het vergeten,
ik wil er niet meer over praten!”
“Toch wil ik je gevoelens weten,
voor je, in stilte, er om gaat haten”.

“Laat me alleen,
ik wil ’t liever stil verwerken”.
“Oké, ik ga heen,
als je me nodig hebt, laat ’t me merken”.

“Ik trek me van geen mens iets aan,
ik ga mijn eigen gang”.
“Toch kun je niet álle problemen aan,
ben je voor eenzaamheid bang”.

Met woorden zeggen we zoveel,
zijn we zo stoer, zo sterk.
maar, tussen de woorden hoor je reëel,
wat je oppervlakkig niet merkt.

Met je gehoor hoor je ieder woord,
in een klank die je verwart.
Maar, als je de wérkelijke inhoud hoort,
luister je met de oren van je hart.

Gebogen onder schulden


Gebogen onder schulden
ben ik een weg gegaan.
Droeg zorgen die vulden
dagen van mijn bestaan.

Ik ging die weg met klagen
en niemand hoorde mij.
Ook niemand wilde ik vragen
maak mij toch van lasten vrij.

Woorden van troost en erbarmen
die van liefde hebben gesproken,
genade, bevrijding in Vaders armen.

Ze hebben mijn droefheid gebroken.
Eeuwig ben ik nu van last bevrijd.
Die weg te gaan, kost nu geen strijd.

Genieten en bezinnen op Pinksterdag


Zomaar op deze heerlijke pinksterdag
op mijn favoriete plekje bij de vijver
schrijf ik in de zon mijn gerijmd verslag
iedereen ziet dat ik overloop van ijver
tijdens dat druk gedoe zit ik te genieten
van het weelderig groen en bloemen
als daar zijn de azalea’s en de margrieten
genot te veel om allemaal op te noemen.

Op die middag van die mooie pinksterdag
daar op dat favoriete plekje bij de vijver
was het even of ik met andere ogen zag
naar alle onenigheid en vervelende na-ijver
tevreden keek ik naar de vissen in het water
hoorde overal vogels fluiten honderd uit
in de verte klonk hees eendengesnater
ik dacht; “Is dit ’t paradijs wat eens is verbruid?”

De zonnestralen verwarmden ons als vuur
alles leek op deze stralende dag een feest
een hervorming van al het leven in de natuur
als was alles aangeraakt en bezeten door de Geest.

Geest die ons blij laat zingen


Elke keer wil ik bij mijzelf beginnen
met verbeteren en vrede brengen Heer
maar dan voel ik de pijn vanbinnen
daar ook ik niet recht sta in Uw leer.

Heer, zend mij de Geest die U bezat
waarmee U de wereld kunt omspannen
liefde waar U het heelal mee omvat
de Liefdesgeest en kroon op Uw plannen.

De Geest door zachtmoedigheid geleid
om Uw woord op aard te verspreiden
die zorgt dat ieder mens zich verblijdt
als hij aan Uw wil zich kan wijden.

Geest die U naar de aarde hebt gezonden
in tongen van vuur en ongebluste vreugd
die de mens met de hemel heeft verbonden
en ons tot zingen toe heeft verheugd.

Hoera voor de wetenschap


Jawel de wetenschap maakt een grote vlucht
met een gering bedrag van anderhalf miljard
gaat weer de zoveelste satelliet in de lucht.
Jawel de wetenschap maakt een grote vlucht
wat zijn we door ’t succes opgelucht
een pak valt iedereen van het hart.
Jawel de wetenschap maakt een grote vlucht
met een gering bedrag van anderhalf miljard.

Jaren, eeuwen hebben we er van moeten dromen
het leidt onder de volkeren tot vrede en rust
en eindelijk is het er nu dan van gekomen
Jaren, eeuwen hebben we er van moeten dromen
maar toch hebben ze het nu klaar weten stomen
zijn we ons van veiligheid en vrede bewust
Jaren, eeuwen hebben we er van moeten dromen
het leidt onder de volkeren tot vrede en rust.

Wetenschappers roepen, “Wat zijn wij geleerd en wijs.
Na jaren van veel onderzoek en nog meer kosten
ontdekken we eindelijk een grote klomp ijs.”
Wetenschappers roepen, “Wat zijn wij geleerd en wijs.
Straks gaan we nog naar de hemel op reis
of kunnen we satellieten en fototoestellen op ijsklompen posten
Wetenschappers roepen, “Wat zijn wij geleerd en wijs.
Na jaren van veel onderzoek en nog meer kosten.”

Geleid door geestesvuur


Laat die vlam een vuur ontsteken
zodat wij voelen die heilige gloed
waardoor wij met ontzag spreken
over de Geest die voor falen hoedt

Geest door Vaders Zoon gezonden
leer ons de liefde en het ware woord
dat wij onze vrienden onomwonden
kunnen tonen zo Hij wil dat het hoort

trooster van allen die terneergeslagen
nederig vragen om Vaders zorg
omdat zij dikwijls zware lasten dragen
sta voor hun verlichting borg

leid ons op onze lange levensreis
over het pad dat ons moet brengen
naar het einddoel, het paradijs,
waar leven in eeuwigheid zal lengen.

Allemaal “Beessies”


Een olifant is niet zomaar een knuffeldiertje
En wolf houd je niet onder tafel in een mand
Een neushoorn komt niet binnen door een kiertje
Een tijger voel je niet zomaar even aan de tand

Met en nijlpaard ga je niet zomaar zwemmen
Een ijsbeer neem je echt niet op de schaats
Een wilde hengst kun je niet in even temmen
Verwacht van haaien geen goed, enkel kwaads

Nee, ik neem veel liever een kanarie
Die blijft veilig opgesloten in een kooi
En zingt daar iedere dag zijn melodie
Is ook absoluut veilig, en dat is toch wel mooi.

Fakkelvuur


Er is een fakkel ontstoken
Verlicht het duister op aard
Heeft angst en twijfel gebroken
De hoop en liefde bewaard

Nu gaat dat licht over de aarde
Verwarmt een ieders hart
Dat Zijn gena aanvaarde
Die de dood heeft getart

Hij draagt het vuur van het geloof
En elk mens die Hem nooit griefde
Maar bij Hem aan de maaltijd schoof
Schenkt Hij de kracht der liefde.

Er is een fakkel ontstoken
Met zacht en helderlicht
Hij heeft de duisternis doorbroken
Op aard weer vrede gesticht

Recessie


Pakken wat je pakken kunt,
hebben is hebben, houden is kunst.

Sparen graaien potten maar.

Jatten zakkenvullen stelen hier-en-daar.

Een bankie kraken
een auto pikken
rammen die juwelenzaken
ergens miljonair kop in tikken.

Dag oom agent
hoe gaat ’t met u?
Ik ben een beste vent,
alleen geen parvenu.

Recessie? Hoe kán dat nou?
Ga ik verhuizen, sta jij straks in de kou.

Levenslast

You have temperature, darling. Careful senior woman is touching forehead of her sick husband by hand. Sad man is sitting on sofa and holding glass of water. Copy space

Ontdaan van vreugde, licht en hoop in het leven
slechts blindelings staren in donkere nacht
ach liefde, vriendschap, begrip, het duurt zo even
mensen zwelgen in arrogantie en macht

wie heeft ooit aan vredig verzoenen gedacht
niet de fouten gezien van zijn medemens
daar geholpen waar dat van hem werd verwacht
meer nog vernedert men elkaar intens

ergens leeft bij iedereen de stille wens
te leven in een wereld vol rust en vrede
in ieder verlangen ligt ergens een grens
om die te overschrijden zonder rede

zal altijd een oorzaak zijn voor het verdriet
een stille wanhoop die men bijna niet ziet.

Het kleine boompje achter in de tuin

Ach was ik dat kleine boompje
daar helemaal achterin Uw gaard
aan de oever van smalle stroompje
in luwte van grote bomen bewaard

mocht ik daar schaduw schenken
en geven volop vree en rust
aan dieren die daar komen drenken
gezond en voor het oog een lust

een boompje waaraan bloesems bloeien
als een boeket een lust voor ’t oog
en waaruit later de vruchten groeien
alleen bestemd voor boven de hemelboog

dat die vruchten eens Uw tafel sieren
door U Zelf daarvoor uitgezocht
en als Uw gasten het feestmaal vieren
U daar dan ook lof voor oogsten mocht.

Crisismetaforen


Takken van mijn boom gerukt
liggen verspreid op het tuinpad.

In bossen vleien gouden bladeren
zich rottend op de bodem.

In water zakt de lelie
terug naar ’t stinkend drab.

Over groene velden
kwijnen laatste bloemen.

En op gouden stranden
liggen lege schelpen

van oesters die wij hebben gegeten
tussen wrakhout van onze zekerheid.