Gedicht bij maanlicht


Onder de sterrenhemel zag ik je gaan
Daar eenzaam door die donkere straten
Je gezicht vaag belicht door ’t schijnsel der maan
Gezien door uilen die in de bomen zaten

Jij trok je niks aan van sterren noch maan
Noch voelde je de blikken der uilen
Heel even bleef je daar op dat kruispunt staan
Alsof je van richting wilde ruilen

Maar jij vervolgde je weg door diezelfde laan
En nog even zag ik in ’t maanlicht je gezicht
Totdat je voor je huisdeur bleef staan
En ik dacht “Ze is een schoon gedicht”.

Onbekend bekend


Ik kende hem niet van naam
al zag ik hem elke keer gaan
iedere dag hier over het fietspad
stille groet een vriendelijke lach
dan fietste hij zwijgend verder

’t is vreemd, ’t sprak haast vanzelf
en eigenlijk wist ik ook niet beter
dat rond de klok van tien, half elf
ik hem over het pad zag gaan
praktisch steeds in dezelfde outfit

gisteren keek ik vergeefs naar hem uit
ook zonder eigenlijk bij na te denken
’t is nou niet iets waar men over zeurt
maar bij het nieuws van twaalf uur
hoorde ik dat er in het dorp
een dodelijk ongeluk was gebeurd.

Abgefürt


Door het duister stampen ijzeren zolen
en af en toe wordt op deuren gebonkt
en menigeen houdt zich verscholen
bij het schreeuwen van bevelen
houdt men de adem angstig in
bij het naderen van zwaar geronk
terwijl in het spaarzaam licht van een lantaren
weerschijn van helm en banjonet blonk

“Herr Cohen?”klonk snauwend de vraag
“Mit kommen! Nein wir haben nicht der zeit
Gein abschied bitte, das komt später”
Ze dacht, over niet te lange tijd komt hij terug
en besloot op hem te wachten
en al die tijd was ze bij hem in gedachten
als de laarzen weer door de straten stampten
in die eindeloze eenzame bange nachten
hoopte ze dat ze hem terug brachten

Er was toch om hem te straffen geen rede
geen enkel excuus voor straf of gevang
hij was een vriendelijk man en hield van vrede
maar nooit is hij bij haar teruggekomen
toch werd hij gedood omdat hij Cohen heette.

Ook zij


Ik vraag U Heer, als mens,
wees de vervolgden nabij
die, ook in Uw naam
worden veracht, geslagen,
omdat zij de naam
van Uw volk dragen
vervolgd worden
over gans de aard.

O Heer, hebt U ook medelijden
met hen die tegen hen strijden,
vervolgden, doden met het zwaard
wil ook hen zien als Uw kinderen,
geschapen Uw beeltenis gelijk,
gedenk ook hen als eens Uw Zoon
aan ’t schandelijk kruishout toen
“Vergeef hen, ze weten niet wat ze doen”.

Dilemma van Spinoza


Gelukkig hebben wij eigen wil en keus gekregen

ook daarvoor verantwoording en rekenschap

op alle door onszelf gekozen wegen

voor God en medemens

stap voor stap.

Geschapen zijn wij allen als individuen

naar Hem die in vorm en woord

ons voorbeeld wil wezen

zoals in het leven hoort.

In eigen vrijheid hebben wij de keuze

te gaan zoals van ons verwacht

of door geheel eigen leuze

te reiken naar macht.

Daarom ook steeds in onze gedachten

elk andere overtuiging of begrip

in stilte steeds weer verachten

want op eigen denken hebben

wij meestal zelf geen grip.

Hoor je die stem ?


Hoor je een stem door de wind
die stem zacht in de bomen
door het ruisende riet
over water nader komen

hoor je die stem door de dalen
die bergen doet beven
de zeeën stuwt
luister, luister dan even

hoor je die roep om hulp door alle streken
bedek je oren niet hij klinkt zo hart
het is geen woord, het is een smeken
van hen die door ’t lot zijn getart.

Ons hart


Laat geen hart koud zijn als gure winterdag
Kleurloos, hard, grauw bedekt door wolken
Alsof er geen warmte meer wezen mag
Slechts afgunst ons innerlijk kan bevolken

Laat elk hart warmer zijn dan een zomerdag
In stralende zonneschijn geboren
In glans die men aan de horizon ooit zag
Met vogelzang die elk mens kan bekoren

Laat elk hart zijn als het groen der bomen
Beschermend tegen regen en felle zon
Waar mensen in schaduw kunnen dromen
Over de belofte waarmee deze dag begon

Over het pad


Niet altijd was mijn pad
de wens door mij gekozen
of ging, door ik weet niet wat,
over geurige rode rozen
menig doorn boorde in mijn voet
en kleurde de aarde
met mijn rode bloed
wat ik herinnerend bewaarde.

Niet altijd ging mijn pad
door vlakke groene weiden
met hemel helder of mat
zonnegloed aan alle zijden,
ook over bergen, door dalen
rivieren of woestijn,
zware inspanning of falen
lagen op mijn levenslijn.

Eeuwig vuur van liefde


Als ’s avonds duister valt
zon achter horizon verdwijnt
ontsteken wij binnen licht
om ons veilig te voelen
in gezelschap bij elkaar.

Als, ook overdag, duister heerst
diep in het binnenst van mijn hart
kan ik zelf geen licht ontsteken
blijft het donker en koud
en eenzaamheid dat ons verwart.

Slechts U kunt het licht ontsteken
dat iedere duisternis verdrijft
al lijkt voor ons ver geweken
de vlam van warmte en liefde
toch brand zelfs in de nacht het licht
als Uw brandend vuur in ons blijft.

Angst


Ruimte zo smal, zo eng,
Grauwe muren,
Grijze gezichten zo streng,
Die mij betasten, begluren.

Ruimte, waar stormwind huilt,
Stilte verstomt,
Overal gevaar schuilt,
Tijd, waar geen eind aankomt.

Waarneming van schijngestalten,
Gezichten in mist gehuld.
Handen tot vuisten balden.
Roep, die geen ruimte vult.

Tegen muren van beton,
Slechts echo van mijn hartslag,
In ritme van holle ton,
Regelmaat van nacht en dag.

Koude striemen, mistige vlagen,
Zicht benemend op de horizon.
Enkel nog smekend vragen,
Naar een straaltje warmte van de zon.

Lokroep


Als vlinders hebben ze mij omgeven
In wonderschone kleuren
En vormen als mooiste bloemen of rozen
Als feeën die mij moed inspreken
Met ogen als kristal en hemelse glimlach

Dan heeft het leven weer zin

Hun stemmen klinken als vogels in de bomen
Echoënd over het water der vijver
Lokkend als Lorelei vanaf de Rijn
Met glanzende gouden haren

Wat zou het leven zonder vrouwen zijn.

Duizend tinten


AIs kleurloos beeld
verdeeld in enkel tinten
’t zij grijs of zwart
geen leven die ’t aanschouwt
’t is alleen een gebouw
van staal en binten
welk geen warmte behoudt

kleur het in met woorden
beschilderde gedachten
bespiegeling uit diepste ziel

verbind het staal
tussen de binten
met het kleurrijkst
zachtste materiaal.

Illusie


Loop niet de dromen na
Die ik heb gedroomd mijn vriend
Het bleken zo dikwijls illusies
Ze brachten niet wat ik heb verwacht
Slechts ijdel was mijn hoop

Nee stel jezelf zoals ik niet teleur
Maar hecht je aan realiteit
Al is de waarheid hard – zo is het leven

Klem je niet aan valse schijn
Dromen kunnen je geen zekerheid geven
Bij ontwaken blijft enkel de pijn

Nee, loop niet de dromen na
Dromen die ook ik ben nagelopen