Illusie of afknapper


Zijn het woorden die mij drijven tot dichten
zijn het mijn dromen in de stille nachten
waarin ik vele uren lig te wachten
tot het aan de horizon weer gaat lichten.

Dan schrijf ik weer mijn diepste gedachten
genietend van heldere zonnestralen
schoner dan glans van edele metalen
warmte dat pijn en leed doet verzachten.

Slechts wolken kunnen vreugde verdrijven
donkere schaduwen die licht doorboren
alleen in somberheid te beschrijven.

Dan trekken kou en regen diepe sporen
door al mijn mooie dromen van die nacht
en mijn pen houdt die dag stil de wacht.

Vuurstorm


Het brandhout waaide mij om de oren
Daar heb ik niets voor hoeven te doen
Het kwam vanzelf dat was goed te horen
Zowel in de tuin als ook in ’t plantsoen

Nu is ‘t alleen zagen en hakken maar
En vele spaanders hoort men vallen
Het werk is op zichzelf best wel zwaar
Maar kan vooruitzicht niet verknallen

Dan wordt je ook nog warm van ’t kloven
En ’t sjouwen naar de houtopslag
’t Is een beste klus moet je geloven
Maar nu reeds verlang ik naar de dag

Dat het hout in mijn openhaard zal laaien
Laat voor mijn part dus maar een boom omwaaien.

In kwatrijnen en terzinen


’t Is heus niet zo heel erg gemakkelijk,
sonnet in balans, metrum en rijm te zetten.
Alleen de vorm is al niet toegankelijk
door haar strakke regels en de strenge wetten.

Verder kom je in de knoop met kwatrijnen
het gebruik van de juiste en nette woorden
die als aanvaardbaar volta kunnen schijnen
welk in de terzinen zich vormt tot akkoorden.

Dan vragen wij Muzen te musiceren
willen in reidans de zangen van hen leren
Hoor schoonheid in hun verleidelijke zang

het genot om daar te zijn duurt nooit te lang
samen toeven onder tonen van het kwatrijn
tot we aan het eind van de terzinen zijn.

Vragen om een snoepie


Veel grote dichters zijn veel beter dan ik
Zij schrijven prachtige liederen
Menig leest hen met een zucht en snik
Bij hen vergeleken zit ik te kliederen

Ik schrijf niet zo met zoveel zwier
Ik schrijf wat meer ingetogen
Wat bescheidener op mijn manier
Ik heb geen roem en eer voor ogen.

Ach, ik ben maar een hobbyschrijver
De woorden zuig ik uit mijn duim
Ik ben dan ook vast geen blijver
Maar ontvang toch graag een pluim.

Mijn muze en ik


Hoe lief is mij de muze die ‘k bemin
ze komt van over veld of door het bos
als bruid in wit, op haar wang gezonde blos
een schoonheid stralend als een zongodin

van verre brengt ze mij het ritmisch lied
vertolkt door vogels in kruinen der bomen
en ’s nachts verrijkt haar lieve stem mijn dromen
zodat ik ’t hele etmaal haar bestaan geniet

haar zang en dans beroert naar ieders zin
haar lach welluidend als het harpenspel
van componisten als Mozart of Chopin

mijn muze is mijn lief mijn metgezel
ik weet niet wat ik zonder haar zal schrijven,
mijn muze, eeuwig wil ik bij haar blijven.

Het vrije schrijven


Hemelhoog voeren zij het woord
boven iedereen zijn zij verheven
zij alleen weten hoe het hoort
dat mag toch echt geen mens vergeten

Zij zweven hoog boven het volk
in elegante zwier en zwaai
welluidend klinkt hun zieledraai
in metrisch danwel ritmegolf

Om u de waarheid te vertellen
zeg ik het liever maar gewoon,
al overladen zij met hoon
de zinnen zo ik wil spellen.

Laat mij dan toch het vrije schrijven
dan zal mijn vers veel vrijer blijven.

Dichterlijkfatsoen

dancing-929818__340
De schoonste woorden zijn gewijd aan ’t sonnet
En vragen klank en ritme als schoon akkoord
Waarop men danst in wals, in tango of ballet
Of in een quickstep wat ook bij stijldans hoort.

Men danst ritmisch, gracieus met veel plezier
Op woorden die door muziek zijn vervangen
In smoking, avondjurk , baljurk met veel zwier
En ‘t maakt niets uit van welke stand of rangen.

Helaas, ook woorden die als donder klinken
En hart en ziel gevoelig kunnen raken,
Dan zullen zang en dans in droefheid zinken

Ze hebben niets met poëzie of dans te maken
Maar zullen tot onwaardig luchtledig slinken
Geen dichter maakt gebruik van derg’lijke zaken.

Gedicht

Uiting van leven,
Bij verdriet,
Bij vreugd.
Woord om te geven,
Om ’t niet,
Om de deugd.

Uiting van geest,
Een gedachte,
Een daad.
Iets wat je leest,
Waarop je wachtte,
Dat staat.

Uiting van onrust,
Van zorgen,
Van pijn.
Wat geen onlust,
Voor morgen,
Moet zijn.

Uiting van liefde,
Voor jou,,
Voor mij.
Wat ieder beliefde,
In trouw,
Zij aan zij.

Een belofte voor jaren,
In voorspoed,
In nood.
Geluk om te sparen,
Voor goed,
Tot de dood.

Een zang uit ’t hart,
Uit je brein,
Uit je geest.
Verwijdert smart,
Geeft zonneschijn,
Is een feest.