Laten we het bij versjes houden


Nog steeds wil ik leren een sonnet te schrijven
keurig uitgeteld in jamben en versvoeten
bij slagen zal het mij al mijn leed verzoeten
maar door de regels zal het behelpen blijven.

Ik reken, tob en zweet me welhaast een hoedje
echter denk weer, hier gaat iets in het metrum mis
al zoek ik me dan een rotje, ik snap niet wat ’t is
en leg me er dan maar bij neer, tsja wat moet je.

Máár, toch heeft het mij mooi van de straat gehouden
en ben ik een brave grote kerel geweest
dat is iets wat men beslist wel mag onthouden

anders had ik waarschijnlijk alleen maar gefeest
en was dan helemaal platzak thuis gekomen.
Oei! Van de gevolgen durf ik niet te dromen.

Ieder z’n smaak en luchie

Wie zou vermoeden dat wij dichten voor de lol
En maling hebben aan hen die recenseren
Wat mij betreft, al schelden ze mij uit voor drol
Ze moeten eerst maar zelf eens schrijven leren
Reeds Bredero zei vroeger; het kan verkeren.

Waarom zou hij die slechts woorden kan vinden
Zijn mening mengt met stormen of iele winden
Alleen nut kennen van klanken die niets binden.

Dus zal ik mij door hen niet laten frustreren
Die denken mij met hun zotheid te beleren
Ze maken mij met hun kritieken heus niet dol
Op mijn fantasie kan ik nog heel lang teren
Wie ’t niet wil lezen doet zijn broek maar vol.

Alleen dat resultaat kan mij al amuseren.

Herinneringsemoties

British conductor Leopold Stokowski (1882 – 1977), UK, 24th April 1973. (Photo by Evening Standard/Hulton Archive/Getty Images)

Gedachten die hem vrolijk maakten
aan gebeurtenissen van toen
een glimlach om zijn lippen toverden
herinnering weerkaatsend in zijn ogen

stil mijmerend om die woorden
gesproken vriendelijk en teer
een hand strelend over zijn wangen
hoort hij in melancholie nog weer

een zachte stem alleen voor hem
alsof een harpsnaar werd beroerd
een zuivere heldere toon.

Maar waarom die tranen?

Mij een mysterie


Vertel mij eens woordkunstjesmakers waarom
zou het gedicht niet mooi meer mogen zijn
de buiging en sneden niet vloeiend en fijn
maar explosief gevaarlijk dodelijk als een bom

niet meer in gelid van rijm en schone klanken
ja psychotisch opgediend als voer voor psychiater
klinkend als luid gebral of luider eendengesnater
ik steek mijn mening heus niet onder banken

wat jammer toch o Nederlandse poëten
uw vaardigheid is niet minder dan voorheen
bent u niet bereid om voor succes te zweten

vraagt u uzelf niet af waar moet dat heen?
Eigenlijk heb ik het allemaal wel gehad.
Waarom alles een mysterie, dat ben ik zat.

Vrije vaste vers


Lieve mensen wat zijn er veel vormen
om te dichten naar de juiste normen
voor alles is vast stramien gevonden
wil je eens het Bastion bestormen
zul je geen letter mogen vervormen

val je uit de toon wordt je heengezonden
net niet met touwen of boeien gebonden
dus kun je beter niet aan inhoud wormen
al kun je bewijzen op vaste gronden
dat deze vormen reeds eerder bestonden

Opluchting


Mijn muze heeft mij onlangs bezocht
In glanzend schone zonnestralen
Kwam zij als uit de hemel dalen
Bracht mij de woorden waar ik naar zocht

Ik stond sprakeloos en zocht woorden
Door al haar schoonheid geheel verblind
Stond ik daar als een onmondig kind
Bang dat geluiden haar verstoorden

Maar zacht raakte ze mijn lippen aan
En gaf over mijn hoofd een streling
Dat gaf mij weer moed om door te gaan

Nu breekt schrijven weer mijn verveling
En zet ik de woorden weer op rij
Geen angst of schroom, mijn muze is er bij

Gewoon voor mijn lol


Zover ik kan bezien het veld mijner ogen
Een blik bekrompen als door een muur van nevel
Waardoor ik nooit op eigen werken kan bogen
En zijn mijn geschreven woorden slechts geprevel

Ach, bezie het zo u wilt interpreteren
En belicht het in uw eigen gedachtegang
Wellicht kan ik uw goede raad waarderen
En wordt mijn vers misschien geen zwanenzang

Doch het schrijven kan mij steeds weer plezieren
Al schaar ik mij nooit tussen literair intellect
En zal ook beslist niet bij kritiek gaan tieren
Ik weet, mijn sonnetten zijn absoluut niet perfect

Toch zet ik met liefde mijn woorden op papier
En wat men er van zegt of vindt doet mij geen zier

Voor oog en oor


Voedingrijke sapstromen reizen
door stammen van bomen
naar hoogste toppen
van wijd vertakte kruinen
om weelderig gebladerte
te voeden tot lust voor ‘t oog
uit één stam gevormd.

Laat gedachten stijgen
door stromen bloed
naar waar woorden groeien
in vertakking van overgave
tot iedere uiting gericht
om gemoed te voeden
en gehoor in luisterrijk gedicht

Fluitend door de tuin


Gedichten wil ik schrijven om op te fluiten
een deuntje dat zo heerlijk klinkt over straat
je overal kunt laten horen waar je ook gaat
zoiets als dat van alle vogels buiten

genietend ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat
niet voor de bizenis of voor de duiten
maar zomaar op de wal of op de schuiten
zij ’t zuiver van toon of vals zoals ‘ie gaat

laat iedere zuurpruim dan zijn mond maar houden
of zingen het lied van ach-en-wee
iets waar zij waarschijnlijk fundament op bouwden

reken er maar op daaraan doe ik niet mee
want ik loop vrolijk door de wereld, ’t is heus
fluitend op m’n vingers, ik heb geen enkele keus.

Het licht verkondigt de victorie


Een heuvel staat in duister
uitzichtloos het veld rondom
zonder glorie of luister
slecht stilte heerst alom

geen licht kan dit tafereel bereiken
geen geschiedenis vertelt het verhaal
donker van de nacht blijft de dag bestrijken
gehuld in goddelijk zwijgen allemaal

het Licht lijkt in de aarde opgesloten
verzegeld met een steen voor het graf
door verkeerde geesten uitgestoten
veroordeeld zonder schuld verraderlijk laf

als in rouw scheurt in de tempel het kleed
de hemel treurt om zijn Heer
die op aarde voor onze zonden leed
omdat wij niet luisterden naar Zijn leer

maar straks toont daar in het Licht
die heuvel de volle roem en glorie
als daar drie kruizen in het zicht
vanuit geopend graf verkondigen de victorie.

Vuurstorm


Het brandhout waaide mij om de oren
Daar heb ik niets voor hoeven te doen
Het kwam vanzelf dat was goed te horen
Zowel in de tuin als ook in ’t plantsoen

Nu is ‘t alleen zagen en hakken maar
En vele spaanders hoort men vallen
Het werk is op zichzelf best wel zwaar
Maar kan vooruitzicht niet verknallen

Dan wordt je ook nog warm van ’t kloven
En ’t sjouwen naar de houtopslag
’t Is een beste klus moet je geloven
Maar nu reeds verlang ik naar de dag

Dat het hout in mijn openhaard zal laaien
Laat voor mijn part dus maar een boom omwaaien.

Leef je uit


Steeds tracht ik ritme, metrum weer te leiden
in banen van hoog naar laag en dan terug
van dal tot berg, daarna in diepte glijden
van klank tot klank verbinding als een brug.

De woorden wil ik laten rijmen, zingen,
hoop, dat iedereen daarvan genieten kan
ik zie de mensen nu al dansen, swingen
pas maar op en krijg er geen beroerte van.

Vóélde me zitten

Close up portrait of young adult man with sursprised expression looking at camera against gray white background. Vertical shot of caucasian real people shocked in studio with brown hair and modern spiky haircut. Photography from a DSLR camera. Sharp focus on eyes.

Gezellig straks dacht ik
zo met een groepie dichters
een stuk of wat die versjesschrijven

laat ’t me nou een echte
hardstikke grote groep
professionele dichters wezen.

En daar zat ik dan tussen
als amateurtje!!!

Dichtersfatsoen


De schoonste woorden zijn gewijd aan ’t sonnet
En vragen klank en ritme als schoon akkoord
Waarop men danst in wals, in tango of ballet
Of in een quickstep wat ook bij stijldans hoort.

Men danst ritmisch, gracieus met veel plezier
Op woorden die door muziek zijn vervangen
In smoking, avondjurk , baljurk met veel zwier
En ‘t maakt niets uit van welke stand of rangen.

Helaas, ook woorden die als donder klinken
En hart en ziel gevoelig kunnen raken,
Dan zullen zang en dans in droefheid zinken

Ze hebben niets met poëzie of dans te maken
Maar zullen tot onwaardig luchtledig slinken
Geen dichter maakt gebruik van derg’lijke zaken.

Zomaar bakker van sonnetten


In woorden speelt hij de sterke held
ontziet geen mens met zijn scherpe spraak
maar is in gevoeligheid een ware staak
durft enkel op afstand met verbaal geweld

menig dichter denkt hij te manipuleren
met schijn en met verdraait advies
van vals geslijm is hij beslist niet vies
als hij van verre zich digitaal kan keren

wordt hem kritiek en tegenweer te massaal
zodat men hem van verraad gaat verdenken
gaat hij gegarandeerd snel aan de haal

om vanaf eigen site oude collega’s te krenken
in sonnet voelt hij zich dan wel superieur
daarin beledigt hij dichters te kust en te keur.