Gewoon (h)eerlijk schrijven


Alles wat ik geniet zet ik op papier
recht of misschien wat krom
maar steeds uit mijn open hart
verstandig maar ook wel dom

van elke lettergreep wil ik genieten
schrijven in duidelijk zwart-wit
een verhaal een rijmpje of gedicht
gewoon zien of er perspectief in zit

ik hoef geen Cats of Vondel te zijn
gewoon schrijvend voor m’n plezier
zet ik m’n grijze cellen in beweging
bezorg misschien iemand nog vertier.

Feit


In licht en zon vervat
waarin gedachten rijpen
en zacht geluid niet stoort
stilte en vrede alles omvat
noden ons niet nijpen
angst niet doorboort

wereld waar hardheid in duister wijkt
zang vervangt daar oorlogsklanken
hulp in plaats van jaloezie
alles daar pais en vrede lijkt
waar men vete en ruzie af wil danken
dat is een droomwereld die noemt men

POËZIE!!!

Poëtische woorden


Warreling van klanken
als aan druivenranken
ongerepen ongezoet
is niet wat ’t zeggen moet

trossen van akkoorden
die tot iets behoorden
wat het brein voedt
gerangschikt smakelijk goed

bedwelmende gisting
van wit of rood
prikkelt de zinnen
verwarmt van binnen

stormwind van geruchten
stortvloed van vruchten
sprankelt in ’t licht
zoetheid van een gedicht.

Leven genieten


Mensen loop toch zo eens te genieten
van de wolken of een blauwe lucht
wind door je haren in een eindeloze zucht
de vogels in de weide grutto’s of kievieten

van het altijd groene bos of gras
van de rietkragen langs het water
zang van karekiet misschien eendengesnater
het gespetter van de vissen in een plas

maak je los van al die gedichten schrijven
kom eens achter je laptop vandaan
je kunt toch niet je hele leven binnen blijven

in een kantoortje hoor je kip noch haan
het is leuk maar je moet niet overdrijven
naast dichten is er ook best wel een bestaan.

Gedachten


Niet lang duren de uren.
De tijd vliegt weg.
Als ik ze in ruimte blijf sturen,
Ze niet hardop zeg.

Zonder inspanning of moeiten,
Glijden ze in tijd voorbij.
En, als ze me vermoeien,
Vind ik ze, ongewild, weer aan mijn zij.

Kleine helpers, die ik niet kan ontberen.
Groot, zijn ze in getal.
Malen, tracht ik te leren,
Hoe ik ze leiden zal.

’t Zal me niet veel helpen,
Als ik me door hen leiden laat.
Maar, ik kan de stroom niet stelpen,
Die onophoudelijk verder gaat.

Maar, ineens gaan ze zich richten,
Als soldaten in gelid.
Vormen samen de gedichten,
Waar ik uren op te broeien zit.

Lyrisch


Ze is geboren
uit sterren, maanlicht,
en zonnegloren
naar ik mijzelf richt
kan ik haar horen.

Ze is geboren
uit ’t puurste licht
en zal mij behoren
glans van haar gezicht
zal ieder bekoren.

Ze is geboren
als minimaal bericht
maximaal uitverkoren
m’n allerliefste gedicht
met blijdschap aan te horen.

Slaapkop


Dooreen genomen slaap ik als een vette os
En bijna ben ik door niets wakker te krijgen
Door alles heen snurk ik er echt lustig op los
Ook bij schoonste belofte of ernstig dreigen

Zo dikwijls maakt men zich over mij zorgen
En vraagt zich af hoe krijgt hij het voor elkaar
Hij zal toch wel ontwaken in de morgen
Voor mij is dat toch elke keer geen bezwaar

De nacht is duister dus kan ik beter slapen
Waarom zou ik liggen piekeren en draaien
De dag er op tot vervelens zitten gapen
Of gaan slapen als de hanen al gaan kraaien

Hoewel, met vioolmuziek kan men mij raken
Daar kunnen ze me ’s nachts voor wakker maken

Poëtische woorden


Warreling van klanken
als van druivenranken
ongerepen ongezoet
is niet wat ’t zeggen moet

trossen van akkoorden
die tot iets behoorden
wat het brein voedt
gerangschikt smakelijk goed

bedwelmende gisting
van wit of rood
prikkelt de zinnen
verwarmt van binnen

stormwind van geruchten
stortvloed van vruchten
sprankelt in ’t licht
zoetheid van een gedicht.

Mijn eigen muze


Een schim zoals ik haar van verre reeds zag komen
Reeds hoorde ik haar vrolijk sprank’lend blijde lach
Een schoonheid, schoner dan de schoonste uit mijn dromen
Nog mooier stralend dan ik ooit ter wereld zag.

Gelukkig heb ik haar in veld en bos bemind
Op paden tussen groene akkers, over heide,
Op stille plaats die men nog zelden ergens vindt
Als ‘t schone paradijs met haar aan mijn zijde.

Wij liepen langs rivier met oevers wuivend riet
Op ‘t stromend water voeren wij met schepen
In bomen klonk uit vogelkelen uitbundig lied
Door aangename rust werd ik aangegrepen.

Ze is en blijft voor mij het voorbeeld van bevrijden
Mijn muze, blijf mij heel mijn levenlang geleiden.

Illusie of afknapper


Zijn het woorden die mij drijven tot dichten
zijn het mijn dromen in de stille nachten
waarin ik vele uren lig te wachten
tot het aan de horizon weer gaat lichten.

Dan schrijf ik weer mijn diepste gedachten
genietend van heldere zonnestralen
schoner dan glans van edele metalen
warmte dat pijn en leed doet verzachten.

Slechts wolken kunnen vreugde verdrijven
donkere schaduwen die licht doorboren
alleen in somberheid te beschrijven.

Dan trekken kou en regen diepe sporen
door al mijn mooie dromen van die nacht
en mijn pen houdt die dag stil de wacht.

Vuurstorm


Het brandhout waaide mij om de oren
Daar heb ik niets voor hoeven te doen
Het kwam vanzelf dat was goed te horen
Zowel in de tuin als ook in ’t plantsoen

Nu is ‘t alleen zagen en hakken maar
En vele spaanders hoort men vallen
Het werk is op zichzelf best wel zwaar
Maar kan vooruitzicht niet verknallen

Dan wordt je ook nog warm van ’t kloven
En ’t sjouwen naar de houtopslag
’t Is een beste klus moet je geloven
Maar nu reeds verlang ik naar de dag

Dat het hout in mijn openhaard zal laaien
Laat voor mijn part dus maar een boom omwaaien.

In kwatrijnen en terzinen


’t Is heus niet zo heel erg gemakkelijk,
sonnet in balans, metrum en rijm te zetten.
Alleen de vorm is al niet toegankelijk
door haar strakke regels en de strenge wetten.

Verder kom je in de knoop met kwatrijnen
het gebruik van de juiste en nette woorden
die als aanvaardbaar volta kunnen schijnen
welk in de terzinen zich vormt tot akkoorden.

Dan vragen wij Muzen te musiceren
willen in reidans de zangen van hen leren
Hoor schoonheid in hun verleidelijke zang

het genot om daar te zijn duurt nooit te lang
samen toeven onder tonen van het kwatrijn
tot we aan het eind van de terzinen zijn.