Gewoon een daggie rust


Ze vinden dat ik te veel schrijf.
Nou,…en? Mag ik dat zelf weten?
Zolang ik dan maar netjes blijf
heeft men mij nog niets verweten.

Maar goed, ’t komt mij reuze uit.
‘k Wil best ’s een daggie rusten.
Hopen dat ik niet op weerstand stuit
morgen zullen ze op FB er van lusten.

Ik zal er nog een nachie over slapen
hoe ik één-en-ander aan moet pakken.
Want schrijven is wel ’t beste wapen
als men tracht je mond dicht te plakken.

En toch…. Kan ik het niet laten


Stilletjes aan zwerf ik toch weer naar sonnetten
wil mijn zinnen in poëtisch licht doen schijnen
lyrische klank niet uit mijn hart laten verdwijnen
mijn vreugde in ritmisch rijm op papier te zetten

in dansende woorden mensen horen zingen
als kinderen door straten en velden zo blij
zich overal wanend als dieren en vogels vrij
zonder zorgen om geld, goed of andere dingen.

Maar echt leven zit toch zo anders in elkaar
geen lyriek, poëzie of zelfs maar proza
daarin klinkt dikwijls geen zang, lied of gitaar

meer hoort men daar geweld vanuit arena
door ruzie en woorden als holle vaten
mijn liefde voor sonnet kan ik niet laten.

Arbeid in de tuin


Wie bloemen in velerlei kleur wil telen
planten wil van allerlei soorten en maat
waar het hem niet om winst of verdienste gaat
zal zijn oog welgevallig laten strelen

door hem zelf gekweekte roos of akelei
steekt voldoening niet onder stoel of banken
drinkt zelfs de wijn van eigen druivenranken
en voelt zich in zijn tuin als een vorst zo vrij

vanaf terras bekijkt men bewonderend
de uitbundigheid van geleide natuur
zover te komen is uitzonderlijk duur

maar men ziet niet hetgeen is bedonderend
men moet spitten zaaien planten en wieden
uit frustratie niet als dolle gaan zieden.

Niet alles is halleluja


Weg die sneeuw en ijzige kou
vogels zingen weer in de bomen
krokussen, narcissen en tulpen
verspreiden voorzichtig hun kleur
in de weide dansen lammetjes

halleluja!!!

maar tussen krokus, narcis en tulp
wordt ook distel en netel weer gewekt
aan de helder blauwe hemel
is ook van ver de donkere wolk te zien
al bedenk ik een goed gedicht

ik heb geen tijd het op te schrijven.

Woordenreis (hexsonnetta)


Helaas gedicht verslaafd
vervult het heel de tijd
en wordt succes een feit
gesnoeid en bijgeschaafd
is onze eer gelaafd
al kostte ons dat strijd

Vergaat het menig mens
in dichterlijke kring
bewogen door een ding
om elk vervuld van wens
te gaan tot gene grens
de ring van neveling

Omdat in ver verschiet
het menslijk oog niet ziet .

Ik zag nooit schoner muze


Ik zag als schim van verre haar reeds komen, schone mijner dromen
nog hoor ik klank van haar welluidend lach als zang van verre komen.
O, wonderbare schone muze, allermooiste droom van elke tijd,
je zang als duizend nachtegalen, vol melodie en vrolijkheid

Geluk dat ik je mocht beminnen, wandelend in bos en velden
genietend samen stralend zomerweer op paarse heidevelden
bewonderend het heideroosje, luisterend naar zoemende bijen
stiekem tussen struiken in liefdestaal geheimen delen en vrijen

Mijn muze die ik bemin


Hoe lief is mij de muze die ‘k bemin
ze komt van over veld of door het bos
als bruid in wit, op haar wang gezonde blos
een schoonheid stralend als een zongodin

van verre brengt ze mij het ritmisch lied
vertolkt door vogels in kruinen der bomen
en ’s nachts verrijkt haar lieve stem mijn dromen
zodat ik ’t hele etmaal haar bestaan geniet

haar zang en dans beroert naar ieders zin
haar lach welluidend als het harpenspel
van componisten als Mozart of Chopin

mijn muze is mijn lief mijn metgezel
ik weet niet wat ik zonder haar zal schrijven,
mijn muze, eeuwig wil ik bij haar blijven

In kwatrijnen en terzinen


’t Is heus niet zo heel erg gemakkelijk,
sonnet in balans, metrum en rijm te zetten.
Alleen de vorm is al niet toegankelijk
door haar strakke regels en de strenge wetten.

Verder kom je in de knoop met kwatrijnen
het gebruik van de juiste en nette woorden
die als aanvaardbaar volta kunnen schijnen
welk in de terzinen zich vormt tot akkoorden.

Dan vragen wij Muzen te musiceren
willen in reidans de zangen van hen leren
Hoor schoonheid in hun verleidelijke zang

het genot om daar te zijn duurt nooit te lang
samen toeven onder tonen van het kwatrijn
tot we aan het eind van de terzinen zijn.

Mij een mysterie


Vertel mij eens woordkunstjesmakers waarom
zou het gedicht niet mooi meer mogen zijn
de buiging en sneden niet vloeiend en fijn
maar explosief gevaarlijk dodelijk als een bom

niet meer in gelid van rijm en schone klanken
ja psychotisch opgediend als voer voor psychiater
klinkend als luid gebral of luider eendengesnater
ik steek mijn mening heus niet onder banken

wat jammer toch o Nederlandse poëten
uw vaardigheid is niet minder dan voorheen
bent u niet bereid om voor succes te zweten

vraagt u uzelf niet af waar moet dat heen?
Eigenlijk heb ik het allemaal wel gehad.
Waarom alles een mysterie, dat ben ik zat.

Muziek, woorden en gedachten


Wat is er heerlijker dan woorden
bij klanken van Liszt of Johann Strauss
dromend over der Liebe
of je pen laten walsen met zwier
als geladen met “Wienerblut”
huppelen op ritme van “Pizzicato Polka”
in spel met woord en papier.

En plots schrijft Frederick Chopin
een nocturne als muzikaal gebed
gestreken over snaren der violen
wordt daarna “Eine kleine Nachtmusik”
van Wolfgang A. Mozart ingezet.
Dit is genot van muziek
en dromend schrijven.

Verdrááit


Verdraait men noemt mijn woorden geen sonnetten
ziet geen metrum inhoud of zelfs melodie
vindt ook dat ik het verschil niet duidelijk zie
manlijk staand naast vrouw’lijk liggend te zetten

normaal houd ik mij meestens zeer afzijdig
van smalend opmerking en snerend kritiek
zelden hoort men van mij bijtende repliek
maar soms is men zelf toch slepend onzijdig

een ieder moet wel weten wat hij zoal doet
maar in het geval hijzelf slordig werk levert
wijl hij over andermans gebreken zevert
strooit men hem zijn fouten al snel voor de voet

hoeveelheid van mijn fouten is niet te vatten
van anderen wil ik ze ook niet schatten.

Geen inspiratie


Nergens kan ik mijn inspiratie vinden
niet in huis of ergens zo maar op straat
dan weet je weer dat je op aarde staat
een dichter waait vaak mee met vele winden.

Ik zoek me eerlijk bijna te pletter
vind alle troep die je maar bedenken kunt
ook fragmenten van ouwen slaan geen munt
aan ’t eind van mijn getob heb ik geen letter.

Alsof geen lamp bij mij wil gaan schijnen
de duistere avond valt op mijn oude dag
hoe zal mijn concurrente haar verblijden.

Misschien kan ik beter in niets verdwijnen
dan moeten horen haren honende lach
beter kan ik mij aan mijn schapen wijden.

Dichtersdroom


Een wit vel papier
nog onbeschreven
ligt voor mij in een droom
ik pak mijn pen
begin te schrijven
zonder te beseffen wat.

Ik schrijf met blinde ogen
al dromend over verre reizen
en velden vol van kleur
hemelsblauwe luchten
geluk dat zich vinden laat.

Als ik ontwaak zie ik nog
dat vel papier daar liggen
beschreven met mijn handschrift
een waar gebeurd verhaal,
ik hoef het niet meer te lezen

Chauvinistisch ?


Hoera! Heel de wereld lijkt ”Oranje boven”
en loopt achter een bal of elf dwazen aan
die het niet om punten maar om “ballen” gaan,
voor mij hoeft ’t niet zo, wil je wel geloven.

Rennen! En wie dat niet doet gaat op de bank
en krijgt van de coach een reprimande
dat hij niet beter weet, is gewoon schande
als straf krijgt hij een “tonnetje” minder als dank.

Maar weet je wat het geval met mij nu is,
ik zit met kromme tenen op mijn stoel
en scheld af en toe de “scheids” de pokkel vol

roep; “Hey oen!! Dat zie je weer eens goed mis!”
Knalt Arjan echter de bal in ’t goede doel
slaat mij de feestroes volkomen in mijn bol.