Ik zag nooit schoner muze


Ik zag als schim van verre haar reeds komen, schone mijner dromen
nog hoor ik klank van haar welluidend lach als zang van verre komen.
O, wonderbare schone muze, allermooiste droom van elke tijd,
je zang als duizend nachtegalen, vol melodie en vrolijkheid

Geluk dat ik je mocht beminnen, wandelend in bos en velden
genietend samen stralend zomerweer op paarse heidevelden
bewonderend het heideroosje, luisterend naar zoemende bijen
stiekem tussen struiken in liefdestaal geheimen delen en vrijen

Mijn muze die ik bemin


Hoe lief is mij de muze die ‘k bemin
ze komt van over veld of door het bos
als bruid in wit, op haar wang gezonde blos
een schoonheid stralend als een zongodin

van verre brengt ze mij het ritmisch lied
vertolkt door vogels in kruinen der bomen
en ’s nachts verrijkt haar lieve stem mijn dromen
zodat ik ’t hele etmaal haar bestaan geniet

haar zang en dans beroert naar ieders zin
haar lach welluidend als het harpenspel
van componisten als Mozart of Chopin

mijn muze is mijn lief mijn metgezel
ik weet niet wat ik zonder haar zal schrijven,
mijn muze, eeuwig wil ik bij haar blijven

In kwatrijnen en terzinen


’t Is heus niet zo heel erg gemakkelijk,
sonnet in balans, metrum en rijm te zetten.
Alleen de vorm is al niet toegankelijk
door haar strakke regels en de strenge wetten.

Verder kom je in de knoop met kwatrijnen
het gebruik van de juiste en nette woorden
die als aanvaardbaar volta kunnen schijnen
welk in de terzinen zich vormt tot akkoorden.

Dan vragen wij Muzen te musiceren
willen in reidans de zangen van hen leren
Hoor schoonheid in hun verleidelijke zang

het genot om daar te zijn duurt nooit te lang
samen toeven onder tonen van het kwatrijn
tot we aan het eind van de terzinen zijn.

Mij een mysterie


Vertel mij eens woordkunstjesmakers waarom
zou het gedicht niet mooi meer mogen zijn
de buiging en sneden niet vloeiend en fijn
maar explosief gevaarlijk dodelijk als een bom

niet meer in gelid van rijm en schone klanken
ja psychotisch opgediend als voer voor psychiater
klinkend als luid gebral of luider eendengesnater
ik steek mijn mening heus niet onder banken

wat jammer toch o Nederlandse poëten
uw vaardigheid is niet minder dan voorheen
bent u niet bereid om voor succes te zweten

vraagt u uzelf niet af waar moet dat heen?
Eigenlijk heb ik het allemaal wel gehad.
Waarom alles een mysterie, dat ben ik zat.

Muziek, woorden en gedachten


Wat is er heerlijker dan woorden
bij klanken van Liszt of Johann Strauss
dromend over der Liebe
of je pen laten walsen met zwier
als geladen met “Wienerblut”
huppelen op ritme van “Pizzicato Polka”
in spel met woord en papier.

En plots schrijft Frederick Chopin
een nocturne als muzikaal gebed
gestreken over snaren der violen
wordt daarna “Eine kleine Nachtmusik”
van Wolfgang A. Mozart ingezet.
Dit is genot van muziek
en dromend schrijven.

Verdrááit


Verdraait men noemt mijn woorden geen sonnetten
ziet geen metrum inhoud of zelfs melodie
vindt ook dat ik het verschil niet duidelijk zie
manlijk staand naast vrouw’lijk liggend te zetten

normaal houd ik mij meestens zeer afzijdig
van smalend opmerking en snerend kritiek
zelden hoort men van mij bijtende repliek
maar soms is men zelf toch slepend onzijdig

een ieder moet wel weten wat hij zoal doet
maar in het geval hijzelf slordig werk levert
wijl hij over andermans gebreken zevert
strooit men hem zijn fouten al snel voor de voet

hoeveelheid van mijn fouten is niet te vatten
van anderen wil ik ze ook niet schatten.

Geen inspirtie


Nergens kan ik mijn inspiratie vinden
niet in huis of ergens zo maar op straat
dan weet je weer dat je op aarde staat
een dichter waait vaak mee met vele winden.

Ik zoek me eerlijk bijna te pletter
vind alle troep die je maar bedenken kunt
ook fragmenten van ouwen slaan geen munt
aan ’t eind van mijn getob heb ik geen letter.

Alsof geen lamp bij mij wil gaan schijnen
de duistere avond valt op mijn oude dag
hoe zal mijn concurrente haar verblijden.

Misschien kan ik beter in niets verdwijnen
dan moeten horen haren honende lach
beter kan ik mij aan mijn schapen wijden.

Dichtersdroom


Een wit vel papier
nog onbeschreven
ligt voor mij in een droom
ik pak mijn pen
begin te schrijven
zonder te beseffen wat.

Ik schrijf met blinde ogen
al dromend over verre reizen
en velden vol van kleur
hemelsblauwe luchten
geluk dat zich vinden laat.

Als ik ontwaak zie ik nog
dat vel papier daar liggen
beschreven met mijn handschrift
een waar gebeurd verhaal,
ik hoef het niet meer te lezen

Chauvinistisch ?


Hoera! Heel de wereld lijkt ”Oranje boven”
en loopt achter een bal of elf dwazen aan
die het niet om punten maar om “ballen” gaan,
voor mij hoeft ’t niet zo, wil je wel geloven.

Rennen! En wie dat niet doet gaat op de bank
en krijgt van de coach een reprimande
dat hij niet beter weet, is gewoon schande
als straf krijgt hij een “tonnetje” minder als dank.

Maar weet je wat het geval met mij nu is,
ik zit met kromme tenen op mijn stoel
en scheld af en toe de “scheids” de pokkel vol

roep; “Hey oen!! Dat zie je weer eens goed mis!”
Knalt Arjan echter de bal in ’t goede doel
slaat mij de feestroes volkomen in mijn bol.

Genot van eigen boeket


Heerlijk een daggie in de grond te wroeten
met handen als kolenschoppen zo zwart
voorzichtig bloemetjes op polletjes te planten
zo nu en dan nieuwsgierig worden bekeken
door een dom bologig koeienbeest

ruik je andere geuren dan co2 en uitlaatgas
niet alleen de reuk van rozen valt te bespeuren
maar ook die van vers gespoten koeienplas
één en al groeizaam is hier dan de natuur
maar als je in de winkel kijkt,
is je eigen boeketje toch wel duur.

Ontwaken van poëzie


Dikwijls gaan mijn gedachten
verder dan mijn woorden
waar zij in filosofische nachten
niet de stilte doorboorden
van het slapeloze brein
en rusteloos gemoed
dat in weerwil aller schijn
mij voor willekeur behoed

laat mijn geest met tal van zuchten
zoeken naar het juiste woord
wat mijn verzinsels in geruchten
in duister hebben gehoord
dragen naar verlossende morgen
en het bevrijdend ochtendlicht
onbevangen, vrij van zorgen
vertalen in gloedvol gedicht.

Gewoon (h)eerlijk schrijven


Alles wat ik geniet zet ik op papier
recht of misschien wat krom
maar steeds uit mijn open hart
verstandig maar ook wel dom

van elke lettergreep wil ik genieten
schrijven in duidelijk zwart-wit
een verhaal een rijmpje of gedicht
gewoon zien of er perspectief in zit

ik hoef geen Cats of Vondel te zijn
gewoon schrijvend voor m’n plezier
zet ik m’n grijze cellen in beweging
bezorg misschien iemand nog vertier.

Feit


In licht en zon vervat
waarin gedachten rijpen
en zacht geluid niet stoort
stilte en vrede alles omvat
noden ons niet nijpen
angst niet doorboort

wereld waar hardheid in duister wijkt
zang vervangt daar oorlogsklanken
hulp in plaats van jaloezie
alles daar pais en vrede lijkt
waar men vete en ruzie af wil danken
dat is een droomwereld die noemt men

POËZIE!!!

Poëtische woorden


Warreling van klanken
als aan druivenranken
ongerepen ongezoet
is niet wat ’t zeggen moet

trossen van akkoorden
die tot iets behoorden
wat het brein voedt
gerangschikt smakelijk goed

bedwelmende gisting
van wit of rood
prikkelt de zinnen
verwarmt van binnen

stormwind van geruchten
stortvloed van vruchten
sprankelt in ’t licht
zoetheid van een gedicht.