Voor oog en oor


Voedingrijke sapstromen reizen
door stammen van bomen
naar hoogste toppen
van wijd vertakte kruinen
om weelderig gebladerte
te voeden tot lust voor ‘t oog
uit één stam gevormd.

Laat gedachten stijgen
door stromen bloed
naar waar woorden groeien
in vertakking van overgave
tot iedere uiting gericht
om gemoed te voeden
en gehoor in luisterrijk gedicht

Fluitend door de tuin


Gedichten wil ik schrijven om op te fluiten
een deuntje dat zo heerlijk klinkt over straat
je overal kunt laten horen waar je ook gaat
zoiets als dat van alle vogels buiten

genietend ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat
niet voor de bizenis of voor de duiten
maar zomaar op de wal of op de schuiten
zij ’t zuiver van toon of vals zoals ‘ie gaat

laat iedere zuurpruim dan zijn mond maar houden
of zingen het lied van ach-en-wee
iets waar zij waarschijnlijk fundament op bouwden

reken er maar op daaraan doe ik niet mee
want ik loop vrolijk door de wereld, ’t is heus
fluitend op m’n vingers, ik heb geen enkele keus.

Het licht verkondigt de victorie


Een heuvel staat in duister
uitzichtloos het veld rondom
zonder glorie of luister
slecht stilte heerst alom

geen licht kan dit tafereel bereiken
geen geschiedenis vertelt het verhaal
donker van de nacht blijft de dag bestrijken
gehuld in goddelijk zwijgen allemaal

het Licht lijkt in de aarde opgesloten
verzegeld met een steen voor het graf
door verkeerde geesten uitgestoten
veroordeeld zonder schuld verraderlijk laf

als in rouw scheurt in de tempel het kleed
de hemel treurt om zijn Heer
die op aarde voor onze zonden leed
omdat wij niet luisterden naar Zijn leer

maar straks toont daar in het Licht
die heuvel de volle roem en glorie
als daar drie kruizen in het zicht
vanuit geopend graf verkondigen de victorie.

Vuurstorm


Het brandhout waaide mij om de oren
Daar heb ik niets voor hoeven te doen
Het kwam vanzelf dat was goed te horen
Zowel in de tuin als ook in ’t plantsoen

Nu is ‘t alleen zagen en hakken maar
En vele spaanders hoort men vallen
Het werk is op zichzelf best wel zwaar
Maar kan vooruitzicht niet verknallen

Dan wordt je ook nog warm van ’t kloven
En ’t sjouwen naar de houtopslag
’t Is een beste klus moet je geloven
Maar nu reeds verlang ik naar de dag

Dat het hout in mijn openhaard zal laaien
Laat voor mijn part dus maar een boom omwaaien.

Leef je uit


Steeds tracht ik ritme, metrum weer te leiden
in banen van hoog naar laag en dan terug
van dal tot berg, daarna in diepte glijden
van klank tot klank verbinding als een brug.

De woorden wil ik laten rijmen, zingen,
hoop, dat iedereen daarvan genieten kan
ik zie de mensen nu al dansen, swingen
pas maar op en krijg er geen beroerte van.

Vóélde me zitten

Close up portrait of young adult man with sursprised expression looking at camera against gray white background. Vertical shot of caucasian real people shocked in studio with brown hair and modern spiky haircut. Photography from a DSLR camera. Sharp focus on eyes.

Gezellig straks dacht ik
zo met een groepie dichters
een stuk of wat die versjesschrijven

laat ’t me nou een echte
hardstikke grote groep
professionele dichters wezen.

En daar zat ik dan tussen
als amateurtje!!!

Dichtersfatsoen


De schoonste woorden zijn gewijd aan ’t sonnet
En vragen klank en ritme als schoon akkoord
Waarop men danst in wals, in tango of ballet
Of in een quickstep wat ook bij stijldans hoort.

Men danst ritmisch, gracieus met veel plezier
Op woorden die door muziek zijn vervangen
In smoking, avondjurk , baljurk met veel zwier
En ‘t maakt niets uit van welke stand of rangen.

Helaas, ook woorden die als donder klinken
En hart en ziel gevoelig kunnen raken,
Dan zullen zang en dans in droefheid zinken

Ze hebben niets met poëzie of dans te maken
Maar zullen tot onwaardig luchtledig slinken
Geen dichter maakt gebruik van derg’lijke zaken.

Zomaar bakker van sonnetten


In woorden speelt hij de sterke held
ontziet geen mens met zijn scherpe spraak
maar is in gevoeligheid een ware staak
durft enkel op afstand met verbaal geweld

menig dichter denkt hij te manipuleren
met schijn en met verdraait advies
van vals geslijm is hij beslist niet vies
als hij van verre zich digitaal kan keren

wordt hem kritiek en tegenweer te massaal
zodat men hem van verraad gaat verdenken
gaat hij gegarandeerd snel aan de haal

om vanaf eigen site oude collega’s te krenken
in sonnet voelt hij zich dan wel superieur
daarin beledigt hij dichters te kust en te keur.

Zo jammer


Hoeveel poëten plaatsen op één site
hebben allen hun eigen talenten
ieder doet zijn uiterste best
niemand om den-brode of centen.

Ieder puur om het plezier
vraagt oprecht feedback te geven
waar men ook nog positiefs in vindt
geeft een dichter weer plezier in het leven.

Maar zo vaak hoort men
dat eeuwig star gezemel
“Het moet niet zus, het hoort niet zo
mijn advies komt regelrecht uit de hemel”.

Wil een leerling dan niet horen
is juf/meester zeer gepikeerd
“Jij bent als hamstertje geboren.
Wie niet luistert heeft weer niks geleerd”.

We waren even van de aarde los


Even zweefden met elkaar
over velden, langs bossen
akkerranden of rivieren
plekken waar de Hunnen sliepen
genietend van een dolle vlucht.

Even overlegden we, hoe verder
binnen vleugelslagen ons doel
samen zwieren door luchtledig
zwaartekracht voorbij kan gaan
leven in een vogelvrij bestaan.

We zullen verder vliegen in formatie
als de vlucht ganzen boven ons
ons warmend aan de luchtstroom
van het ons bezielend vuur
onder leiding van Moedergans.

Vissend op genot


Een flauwe zon stijgt op
een zachte wind vult de vlakte
golven nevel stromen over ’t veld

een boot vaart rustig
over dof spiegelend water
witte vogels zweven in kolonies mee

een achtergrond van kleurige bossen
geheel in blauw gevat als overkoepeling
en in de verte zweeft een vroege buizerd

ergens hoor je de bronstroep van een hert
dat brullend zijn roedel roept
alles wijst op herfst

en ik geniet met m’n hengel tussen het riet.

Ringen en kringen naar omhoog


Waar ringen groeien
telkens weer
steunend naar boven
bescherming vinden
in verbindende band
van kringen
voor langdurigheid
stevig grondvest
in onwrikbaar
vaste gronden
geleidt een stam
als sterke zuil
naar breed
vertakte kruin
vele verschillen
die in streven
een éénheid tonen.