Ver gouden oord


Ben zo benieuwd wat er ligt over de horizon
Nee, niet na het einder van het zicht
Maar daar, waar zelfs de zon de aarde niet bereikt
Daar ver buiten ’t heelal en buiten ’t licht

Men zegt dat daar geen leven mogelijk is
Daar schijnt noch morgen- noch avondrood

Toch moet juist ook daar zonlicht stralen
Daar licht een stad van schitterend goud
Gebouwen rusten op diamanten pilaren
En hebben gevels gekroond met ivoor
Zilveren fonteinen spuiten uit parelmoeren schalen

Maar niet de schoonheid van het aardse goed
Die men achter die parelen poorten zou verwachten
Het is de zachte hemelse gloed
Die geleden leed doet verzachten.