Een engelbewaarder


Op een afstand sta ik te kijken
te ver want ik zie niets
slechts in de verte hoor ik geluiden
maar stemmen onderscheid ik niet

in het duister tast ik de vormen
maar voel de beweging niet
mijn mond vraagt om water
alleen stof waait om mijn hoofd

een zachte drang leidt mij terzijde
als plots de hel openbarst
waarna een milde dauw als regen
mij weer midden in het leven plaatst.

Afkikken


Het is al lang geleden dat ik hem doofde
mijn verslaving en allerlaatste sigaret
het was een peuk die mij van lucht beroofde
heb daarom de asbak maar uit huis gezet.

Mijn vrouw is nu echt dol gelukkig en blij
de atmosfeer is in heel het huis opgeklaard
een ieder ademt nu opgelucht en vrij
en uiteindelijk is dat toch ook wat waard.

Toch mis ik zonder rookgerij mijn vertier
wat moet ik met mijn handen beginnen
er mee lopen wapperen geeft ook geen plezier
’t wroet mij toch allemaal nog wel vanbinnen.

Maar ’t gespaarde geld besteed ik nu als troost
in ‘t vullen van een sprankelend glas, PROOST!

Aardse zorg faalt


Nu zorg hier kwijnt
geen geld kan krijgen
aards verdriet niet verdwijnt
en pijnen als snoeren rijgen
bij gebrek aan menselijk gevoel
velen angsten tot de lippen stijgen
verandert wellicht liefde in janboel

wees blij dat wij mogen vertrouwen
groter liefde en hulp dan de mens
macht waarop wij kunnen bouwen
verheven in Zijn liefde boven elke grens
niet voor geld of goed zal Hij ons helpen
enkel onze vrede is Zijn wens
en al onze tranen wil Hij stelpen.

Gewoon wonder, wonder gewoon


Geen wonder deze morgen
’t was gewoon een nieuwe dag
vergeten zijn weer de zorgen
we beginnen met een frisse lach

gisteren is het verleden
iets wat lang weer achter ons ligt
nu in het moment van heden
het oog al weer op morgen gericht

morgen weer gewekt door ’t licht
draait ’t leven perpetuum mobile
op dagelijkse eentonigheid gericht
in het gewoon profiel

en als ’s ochtends ’t licht niet rijst
de dag niet voldoet aan patroon
de tijd naar volgende dag niet verwijst
is dan de morgen nog zo gewoon?

Donderslag bij heldere hemel


Op mooie warme dagen
Als je denkt dat de zon
Zal blijven schijnen
Geen wolk de hemel bedekt
Je vol hoop de wereld in trekt
Kan met één klap
De zon verdwijnen
En komt donder bij helder hemel

Door schrik verblind
Genageld aan de grond
Zoek je waar je heil in vindt
Toch schijnt nog steeds de zon
En richt je je nog op de horizont.