Een brug

rialto-bridge

Hoe lang zochten we
in lang vervlogen jaren
en wachtten we op geluk
zaten uren soms te staren
liepen elkaar blind voorbij
een brug te ver.

Hoe dicht waren we bij
de tijd die ons scheidde
van  ontmoeten in ogenblik
maar we sloten de ogen
liepen voorbij de tijd
een brug te ver.

Hoe snel werd de tijd vergeten
en vervloog in oneindigheid
dagen, maanden, jaren een leven
kenden wij elkaar toch weer
ontmoetten slechts één ogenblik
een brug terug.

Droom over volmaaktheid


Geef me ruimte te leven
aarde om vrij te zijn
lucht als stromen adem
wolken van bewijs

leven rondom te bewonderen
in kleuren vorm en pracht
laat mij dromen van wonderen
liefde waar ik op wacht

geef mij water als verfrissing
met weerspiegeling van rust
of een heel kleine rimpeling
een golfje aan veilige kust.

Doorzien


Kunnen dromen werkelijk smelten
opgaan in het naamloos niets
herinnering die als rozen verwelken
verdampen in ijle lucht?

Zijn verlangens alleen luchtspiegeling
die spatten als zeepbel uiteen
geen glans of vorm kunnen bewaren
wolken willoos meegedreven op de wind?

Is ook hoop dan zinloos wachten
op de vrede of op geluk?
Dan veranderen dagen in nachten
gaat er zoveel wat goed is stuk.

Nee, hoop mag en zal nooit verdwijnen
elk mens leeft met goede zin
en al mag dat soms ook anders schijnen
de goede wil zit immers binnenin.

Conclusie


Ik zou met vogels willen vliegen
naar daar waar altijd ’t zonlicht schijnt.

Met  vissen wil ik in golven wiegen
tot aan de verre horizonlijn.

Met vlinders zweven tussen bloemen
in tuinen, parken, over velden.

Als bijen die rond honing zoemen
in ’t prille voorjaar zich melden.

Gedachten zijn als wolken boven aard
verwaaiend in herinnering bewaard.

Beloning voor geduld

schone roze

Ik zag een knop en vroeg me af
welke bloem dat zou worden
hoe kleuren zouden schijnen
in de morgenzon.

Heel de dag heb ik gewacht
op ontvouwen van de kelken
maar ze was niet veranderd
bij het vallen van de nacht.

En de volgende morgen
overtrof ze mijn verwachten
in het nieuwe stralend licht
bloeide daar een schone lotus.

Als ik niet zou schrijven


Als ik geen woorden meer schrijf
waar zouden ze dan blijven
verwaaien ergens in het heelal
vergeten in immense ruimten
als vergeefse moeiten door de kosmos
van verloren begrip en liefde

welke zin hadden mijn gedachten
zou mijn hart liefdeloos zijn
omdat gevoel er niet toe doet
daar alle bewijzen ontbreken
van wat eens door mijn goede wil
mijn levenskracht en -vreugde voedt.

——————

Het leven is goed ik heb geen klagen
geen mens die mij pijnigt of kwelt
mijn ongemak is wel om te dragen
ook ik doe geen mens geweld.

Mijn leven kabbelt dagelijks verder
van dag tot dag in sleur en toon
mijn vertrouwen is slechts mijn Herder
ik ben mens als ieder, heel gewoon.

Vanwaar toch steeds die pijn
die in mijn hart steeds heerst
kan ik niet als anderen zijn
voelt mijn geluk zo onbeheerst?

Ben ik minder geschapen dan mijn medemens?
Heb ik voor verdriet gekozen?
Slechts rust, vrede en geluk is mijn wens.
Ik aanvaard ook echt wel doornen naast de rozen.

Achteraan


Een lange rij en iedereen dringt
wil vooraan bij de eersten horen
niemand voelt zich graag verloren
maar wil door vrienden zijn omringt

en in en zaal vol mensen
zit niemand op de achterste rij
alleen vooraan is ieder blij
zou zich geen betere plek wensen

toch blijf ik liever op mijn plekje staan
ver van het gewoel en het gedrang
voel ik mij tevreden in mijn rang
laat mij erbij zijn, hier achteraan

Een beetje Sterven?

Vroegere herfstzonsondergang

Een beetje stervend
zie ik vanuit ’t raam
druilige regen

bedekte hemel met
wolken somber grauw
glimmend natte straten

een beetje stervend
mis ik bloemengeur
en heldere horizon

aan ’t einde van de dag
breken toch de wolken

zodat ik in laatste zonlicht
niet meer hoef te sterven
maar toch nog leven mag.