Herfstmuze


Mijn muze ik roep je op nu te ontwaken
En wekken het smeulend vuur in mijn brein en hart
Mijn klachten wenden tot positieve zaken
En leid mijn gedachten af van leed en smart

Zie toch mijn muze hoe ik blind loop te dwalen
Door doolhof van klanken muziek en fantasie
Ach muze wil nu toch niet langer meer dralen
Ik verwacht ieder moment dat ik je weer zie

Of zul je geheel uit mijn dromen verdwijnen
En mij hier achterlaten eenzaam als een wees
Die stil en droevig in een hoekje zit te kwijnen
Daar zonder jou geen enkele hoop meer rees

Toch hoor ik straks door wind in kalende bomen
Als jouw zachte zang van verre tot mij komen

Droomvlucht


Zwierend door zwerk
in parallelle baan
vleugel aan vleugel
zo vlogen wij saam
doorkliefden wolken
zijn steeds voortgegaan
en zongen ons lied
in ons zwervend bestaan

in gedachten over velden
waar het leven riep
heb ik je omarmd
minde ik je zo diep
droomde van jouw
en bouwde dat luchtkasteel
waarheen wij saam vlogen
vleugel aan vleugel.

Helaas, de fundamenten
bleven niet heel.

Vraag over rijkdom


Wat is de rijkdom waarop u zich beroemt
Wat is de waarde van goud of juwelen
Zelfs al wordt uw naam in gouden schrift geroemd
Nog steeds staat verderf klaar het van u te stelen

Al leeft men in burcht, kasteel of gouden slot
En wordt bediend door duizenden knechten
Geen mens is bestuurder over zijn eigen lot
Uiteindelijk zal de tijd zijn eind beslechten

Vanaf zijn geboorte bepalen de tijden
Of hij het geluk proeft van rijkdom en zegen
Of dat hij vervalt in armoe en lijden
Of is zijn levenslot in eigen hart gelegen

Ligt zijn edelsteen misschien ‘s morgens over veld
En is ’t goud de straling die de nieuwe dag vermeld

Inspiratiebron


Op zoek door droog dor land
geen schoon om te begeren
slechts hier en daar een plant
meest cactussen die ik wil weren.

Rotsen enkel onvruchtbare steen
hoorde alleen roek en kraaien
geen vogelzang, geen frisse wind,
geen bloemen die land verfraaien.

Vruchteloos lijkt al mijn zoeken
en alsof het licht verdwijnt
vormt schaduw donkere hoeken
waar laatste sprankje hoop nog kwijnt.

Maar langzaam schijnt de horizon
en straalt het veel belovend licht
vanuit een helder schijnende bron
ontstaat weer een nieuw gedicht.

Warrelig


Ik heb mijn trots, mijn eigenzinnigheid
Mijn eigen leven zo ik dat wil leiden
Ben ook wel tot compromissen bereid
Maar zal me niet aan discussie wijden

Noem mij een stijfkop of eigengereid
Ik sta gewoon pal voor eigen keuze
Houd steeds voet bij stuk is mijn beleid
En blijf zoals je bent is mijn leuze

Wat waai je nu dan mee met elke wind
Alsof je voet geen doel of richting heeft
Gedreven als blad dat rust noch duur vindt
Een veertje die voor niet weet dat hij achter leeft

Waar is nu je trots, je eigenzinnigheid
Je gaat nu de weg die nergens naar leidt.

Opmontering


Ach beste vriend vergeet wat achter je ligt
En leef je leven vandaag, leef in ‘t heden
Gooi achter je de deur naar ’t verleden dicht
Vergeet ’t verdriet wat je hebt geleden

Kom vriend en recht je rug, ga moedig voorwaarts
Zit niet gevangen achter een open poort
Met gebogen hoofd ga je zo snel neerwaarts
Geniet elke morgen als de zon weer gloort

Ieders leven kent nu voor- en tegenspoed
Het is niet slechts rozengeur en maneschijn
Toch weet ik dat je ’t geluk eens weer ontmoet
En ben je dan verlost van onrust en pijn

Kom beste vriend,leef vandaag, wees vrij en dans
Bedenk, in elke morgen zit een nieuwe kans

Innerlijke peiling


In het diepe van mijn hart ben ik de kwaadste niet
Voor elk mens tracht ik heus de beste weg te vinden
En zie ik leed of droefenis, doet mij dat verdriet
Toch maak ik met mijn keus niet altijd goede vrinden

Ach, vele mensen oordelen vaak zo snel en licht
Alleen zo snel en ondoordacht naar de buitenkant
En zien geen inhoud van hart als werkelijk gewicht
Vandaar dat men gauw buiten samenleving beland

Hoeveel mensen op aard zijn beter dan wij denken
En hoeveel lijden er niet vreselijk veel pijn
Gewoon omdat wij hen te weinig aandacht schenken
Maar wij trekken ’t liefst alle mensen op één lijn

Zo moeilijk is ’t zien van de gedachten in ons hart
En ook ’t werkelijk medeleven van stille smart.

Positieve inkt


Nooit doop ik mijn pen in verzuurde inkt
Noch zal ik mijn papier met spot verminken
Ik verhoed dat mijn woord tot drek verzinkt
Noch zal mijn tekst op twee gedachten hinken

Liever schrijf ik mijn woorden tussen bloemen
In kleuren van lelie, jasmijn of rozen
Waar tussen vlinders vliegen en bijen zoemen
En meisjes lopen die lieflijk blozen

Laat iedereen dan zo mijn pennenvrucht lezen
Meegenietend op een zonnige dag
En net als ik vrolijk en opgewekt wezen
De dag besteden met een blijde lach

Dan wordt de pen niet in zure inkt gedoopt
Maar ervaart men hoe een lente dag verloopt.

Mijn trouwste hulp


Hoe dikwijls heb ik niet jouw figuur bezongen
De lof geuit over de klanken van jouw stem
Misschien in termen als die van een kwajongen
Maar door jouw charme gedraag ik mij zo adrem

Nog ben je voor mij een vlinder in het voorjaar
De tere bries die zacht het riet doet wuiven
Verkoelende wind zacht strelend door mijn haar
En langs het strand het zand speels op doet stuiven

Ik bemerk jouw aanwezigheid alle dagen
Jij geeft mij steeds weer blijdschap en levenslust
Steeds kan ik aan jou weer inspiratie vragen
Vanaf de ochtend tot jij me welterusten kust

Mijn trouwe muze ik ervaar jou overal
Ik wil niet denken dat ik jou eens missen zal.

Veranderende tijd


Je hoeft geen trouw te zweren aan mijn zangen
Mij eren daaraan ben je niet verplicht
Een leugen zal ik niet van jou verlangen,
Zeg open wat je vindt van mijn gedicht

Jouw mening zal ik dragen zonder morren
Geef onomwonden jouw gedachten weer
Het zal mij slechts tot nieuwe opmars porren
In ‘t woord van vrienden voelt kritiek als eer.

De woorden blijf ik schrijven als verleden
Wellicht in ‘t heden meer op kans gericht
Daar deze tijden minder zijn omstreden
En schone taal niet hoop’loos wordt ontwricht.

Ik zal niet treuren om vernieuwde tijden
Wat was wordt nieuw, dat kan geen mens vermijden.

Blijf optimistisch


Er klinkt muziek, hoe kan het dat je treurt,
Laat niet die tranen uit je ogen stromen,
Verdriet dat woedt en raakt je hart, verscheurt
Geluk en vreugd waardoor de klank der dromen

Stilzwijgt en dus geen mens geluk meer vindt
In vrolijkheid noch lach, noch lust te leven,
En negatief slechts zich aan duister bindt
Geen licht ter hulp aan vriend of vijand geven.

Je oren zijn verdoofd, van vreugd verstoken.
Ach, open toch voor bloemenpracht je ogen
De schoonheid veler kleuren hier ontloken
Geluid der vogels ligt in jouw vermogen

Genietend aardse schoon zo puur gegeven
Wie zal al jam’rend klagend gaan door ’t leven.

Gewoon rust en geluk


Liefste in de morgen hoor ik
je lach en zie je stralen
voel ik al de warmte
die jou omgeeft
in glans als
smaragd.

Je vurige omhelzing heel de dag
gevuld met passie en liefde
vertaald in tal van geuren
jouw zachte ademtocht
een lieve streling
door m’n haar.

En zacht vlij jij je aan mijn voet
toont nog even stille glimlach
fluisterwoordt zacht geluk
sluit je ogen langzaam
welverdiende rust
wens je liefde.