Ons hart


Laat geen hart koud zijn als gure winterdag
Kleurloos, hard, grauw bedekt door wolken
Alsof er geen warmte meer wezen mag
Slechts afgunst ons innerlijk kan bevolken

Laat elk hart warmer zijn dan een zomerdag
In stralende zonneschijn geboren
In glans die men aan de horizon ooit zag
Met vogelzang die elk mens kan bekoren

Laat elk hart zijn als het groen der bomen
Beschermend tegen regen en felle zon
Waar mensen in schaduw kunnen dromen
Over de belofte waarmee deze dag begon

Duizend tinten


AIs kleurloos beeld
verdeeld in enkel tinten
’t zij grijs of zwart
geen leven die ’t aanschouwt
’t is alleen een gebouw
van staal en binten
welk geen warmte behoudt

kleur het in met woorden
beschilderde gedachten
bespiegeling uit diepste ziel

verbind het staal
tussen de binten
met het kleurrijkst
zachtste materiaal.

Illusie


Loop niet de dromen na
Die ik heb gedroomd mijn vriend
Het bleken zo dikwijls illusies
Ze brachten niet wat ik heb verwacht
Slechts ijdel was mijn hoop

Nee stel jezelf zoals ik niet teleur
Maar hecht je aan realiteit
Al is de waarheid hard – zo is het leven

Klem je niet aan valse schijn
Dromen kunnen je geen zekerheid geven
Bij ontwaken blijft enkel de pijn

Nee, loop niet de dromen na
Dromen die ook ik ben nagelopen

Ad fundum


Ad fundum, tot de bodem leeg met zichtbaar genot
Waar ik eerst geen slok van door m’n strot heen kreeg

Ad fundum, vul mij opnieuw mijn glas
Met ’t sprankelend heilzaam geestrijk vocht

Ad fundum, nooit is mijn glas half leeg noch half vol
De bodem is slechts bereikt bij mijn laatste ademtocht

Ad fundum, vul mijn glas tot aan der rand, niet meer,
Ik zal hem legen, ad fundum, daarna nooit weer.

Carpe Diem


Ben soms geneigd de boel de boel te laten
Gewoon als vrije vogel te leven bij de dag
Zonder zorg over koetjes en kalfjes praten
Te doen of ik moeiten van gisteren niet zag

De dag van vandaag “Carpe Diem” vrij plukken
Zwieren en zwaaien als herfstblad langs de straat
Vrolijk en vrij zijn moet toch elk mens lukken
En hopen dat het leven ook morgen zo gaat

Door herfststormen niet gebonden aan één plek
Frank en vrij zorgeloos de toekomst begroeten
Elke dag hier en daar een luchtig gesprek
Gewoon alles mogen en nooit iets moeten

“Carpe Diem” de wereld is mooi, de wereld is van mij
Laat mij dwalen, laat mij zwerven dan pas ben ik vrij.

Op zoek naar Sangria


Ergens achter de horizon
Moet toch een plek zijn
Een plek waar de bron van licht is

Ver, heel ver hier vandaan
Schijnt daar eeuwig de zon
En eeuwig de maan

Daar staan aan wijde hemelboog
Duizenden fonkelende sterren

Daar heerst de vrede en geluk
Jaar na jaar in ware pure liefde
Daar breekt geen hart meer stuk.

Geboorte van een gedicht


Niet mijn mond
die woorden spreekt,
noch mijn brein
waaruit ze ontstaan,
ook niet mijn hand
die ze schrijft
en ze samen richt.

Geboren in mijn hart,
gewogen door mijn brein
worden woorden die ik spreek
geschreven met mijn hand
tezamen tot één geheel
uit het diepste van mijn ziel
gevoegd tot een gedicht.

Chagrijnerig gedoe


De wereld staat op z’n kop
iedereen roept “Móórd! en Brààànd!!”
loopt te kakelen als kip zonder kop
je vraagt af “Wat is er aan de hand?”

Oom Hoekstra keert z’n portefeuille om
maar stort alleen gebakken lucht
lange Mark loopt van zorgen krom
heel Nederland slaakt een diepe zucht.

Het enigst wat men aanschouwt
zijn lange gezichten vol rimpels
dat krijg je als je op luchtkastelen bouwt
en nergens straten vol met wimpels.

Toch loop ik vrolijk in de zonneschijn
te feesten, dansen en springen
voor mij niet ál dat chagrijn
d’r zijn nog zóveel mooie dingen.

Herfstmuze


Mijn muze ik roep je op nu te ontwaken
En wekken het smeulend vuur in mijn brein en hart
Mijn klachten wenden tot positieve zaken
En leid mijn gedachten af van leed en smart

Zie toch mijn muze hoe ik blind loop te dwalen
Door doolhof van klanken muziek en fantasie
Ach muze wil nu toch niet langer meer dralen
Ik verwacht ieder moment dat ik je weer zie

Of zul je geheel uit mijn dromen verdwijnen
En mij hier achterlaten eenzaam als een wees
Die stil en droevig in een hoekje zit te kwijnen
Daar zonder jou geen enkele hoop meer rees

Toch hoor ik straks door wind in kalende bomen
Als jouw zachte zang van verre tot mij komen

Droomvlucht


Zwierend door zwerk
in parallelle baan
vleugel aan vleugel
zo vlogen wij saam
doorkliefden wolken
zijn steeds voortgegaan
en zongen ons lied
in ons zwervend bestaan

in gedachten over velden
waar het leven riep
heb ik je omarmd
minde ik je zo diep
droomde van jouw
en bouwde dat luchtkasteel
waarheen wij saam vlogen
vleugel aan vleugel.

Helaas, de fundamenten
bleven niet heel.

Vraag over rijkdom


Wat is de rijkdom waarop u zich beroemt
Wat is de waarde van goud of juwelen
Zelfs al wordt uw naam in gouden schrift geroemd
Nog steeds staat verderf klaar het van u te stelen

Al leeft men in burcht, kasteel of gouden slot
En wordt bediend door duizenden knechten
Geen mens is bestuurder over zijn eigen lot
Uiteindelijk zal de tijd zijn eind beslechten

Vanaf zijn geboorte bepalen de tijden
Of hij het geluk proeft van rijkdom en zegen
Of dat hij vervalt in armoe en lijden
Of is zijn levenslot in eigen hart gelegen

Ligt zijn edelsteen misschien ‘s morgens over veld
En is ’t goud de straling die de nieuwe dag vermeld

Inspiratiebron


Op zoek door droog dor land
geen schoon om te begeren
slechts hier en daar een plant
meest cactussen die ik wil weren.

Rotsen enkel onvruchtbare steen
hoorde alleen roek en kraaien
geen vogelzang, geen frisse wind,
geen bloemen die land verfraaien.

Vruchteloos lijkt al mijn zoeken
en alsof het licht verdwijnt
vormt schaduw donkere hoeken
waar laatste sprankje hoop nog kwijnt.

Maar langzaam schijnt de horizon
en straalt het veel belovend licht
vanuit een helder schijnende bron
ontstaat weer een nieuw gedicht.

Warrelig


Ik heb mijn trots, mijn eigenzinnigheid
Mijn eigen leven zo ik dat wil leiden
Ben ook wel tot compromissen bereid
Maar zal me niet aan discussie wijden

Noem mij een stijfkop of eigengereid
Ik sta gewoon pal voor eigen keuze
Houd steeds voet bij stuk is mijn beleid
En blijf zoals je bent is mijn leuze

Wat waai je nu dan mee met elke wind
Alsof je voet geen doel of richting heeft
Gedreven als blad dat rust noch duur vindt
Een veertje die voor niet weet dat hij achter leeft

Waar is nu je trots, je eigenzinnigheid
Je gaat nu de weg die nergens naar leidt.

Opmontering


Ach beste vriend vergeet wat achter je ligt
En leef je leven vandaag, leef in ‘t heden
Gooi achter je de deur naar ’t verleden dicht
Vergeet ’t verdriet wat je hebt geleden

Kom vriend en recht je rug, ga moedig voorwaarts
Zit niet gevangen achter een open poort
Met gebogen hoofd ga je zo snel neerwaarts
Geniet elke morgen als de zon weer gloort

Ieders leven kent nu voor- en tegenspoed
Het is niet slechts rozengeur en maneschijn
Toch weet ik dat je ’t geluk eens weer ontmoet
En ben je dan verlost van onrust en pijn

Kom beste vriend,leef vandaag, wees vrij en dans
Bedenk, in elke morgen zit een nieuwe kans