Kleine tere wijsheid


Zomaar verdoold lopend door het veld
begroette mij die kleine bloem
heeft mij over schoonheid verteld
ver verheven boven rijkom en roem.

Onbevangen over liefde en geluk
over warmte en genot van kleur
leven zonder zorg, haast of druk
in licht van maan en rozengeur.

Ze verhaalde over lach en vrolijkheid
over prachtige zang en dans
muziek dat het hart verblijdt
en geeft de gratie kans.

Uren heb ik bij die bloem gestaan
geluisterd naar haar verhaal
een kleinigheid in mijn bestaan
is zij ’t belangrijkst van allemaal.

Dromen over en van geluk


Ik verlang naar een land
van vele dromen altijd groen
en vogels zingen in bomen
onder zon en blauwe luchten
steeds vrede en geen mens
ooit hoeft te vluchten

daar zullen we elkaar weer vinden
wandelend tussen bloemenpracht
genieten van liefde en geluk
heldere fonteinen beschenen door zon
met regenbogen vol kleuren

en als we daar ooit komen
badend in warmte en licht
ieder dromend eigen dromen
geef me dan jouw hand
dat ik je mag leiden

door dat dromenland.

Flierefluiter


Een flierefluiter meer ben ik niet op aard
Ik trek van plek tot plek en zoek de zonzij
Alleen een vrolijk gezicht maakt mij blij
En mijn blijde lach heb ik steeds bewaard

Geen zorg noch chagrijn achtervolgen mij
De ganse wereld ligt nog voor mij open
Ik kan overal mijn eigen tempo lopen
Ik ben mijn eigen baas hoe het ook zij

Zo trek ik van plaats tot plaats door zonneschijn
En neem genoegen met het leven zo het is
Al is ‘t niet altijd rozengeur en maneschijn

Het geluk blijft bestaan, verdriet is wat ik wis
Ik ben een flierefluiter zo is mijn aard
Bij regen of zon blijft mijn humeur bewaard.

Hemels paradijs op aarde


Tere vleugels door de tuin
als engelen in het paradijs
kleurrijk van bloem tot bloem
genietend van zoete nectar.

Ook zacht klinkt het gezoem
van honderden bezige bijen
honing verzamelend in raat
en bevruchten zo het zaad.

Verzameling van stil genot
toonbeeld van uitbundig leven
schoonheid en geluk zoals eens God
ons in de schepping wilde geven.

Muze van-tot


Hoe vaak bewonderde ik niet de ochtendgloed
De gouden glans die de horizon besproeide
Over smaragdgroen veld werd nieuwe dag begroet
Terwijl over ‘t stille meer ’t licht met golfjes stoeide

Schone belofte vanaf ’t eerste uur der dag
Gesteund door allereerste prille vogelzang
Verwekte bij ’t vroeg ontwaken een blijde lach
Die blijft de hele dag tot aan zonsondergang

Wees jij daarna bij nacht mijn heldere maneschijn
Die sterren strooit langs het duister firmament
En wil de hele verdere nacht ook bij mij zijn
Omdat er geen ander is die mij zo goed kent

O muze al besta jij alleen in mijn fantasie
Van ochtendgloed tot ochtendgloed ben jij mijn poëzie

Levensdag


In deinen van golven, in ruisen van riet
In ritme van dans en vogelzangen
Een regelmaat van walsen en lied
En tijden van liefde en verlangen

Een bries die fluisterend door bomen streelt
Een zacht geritsel ergens in de struiken
Een nachtegaal die in de verte zijn liedje kweelt
Tere plantjes die in vroege lente ontluiken

Gedachten ergens op een warme zomerdag
Drijvend met de wind op de wolken
Zoveel tovert op je gezicht een tevreden lach
’t Is moeilijk om het op papier te vertolken.