Geniet


Dans met de vlinders tussen
bloemen en zonnestralen
door bries die streelt het gras
en golft door kinderharen
speel het spel van liefde en jeugd

lach met kinderen
die vrolijk stoeien
geniet van bloemen
die kleurrijk bloeien
gewoon op een zonnig terras

zing met de vogels
bij het eerste schemerlicht
met klank van hemelse geluiden
geniet van vrede en rust
dat in het paradijs op aarde was

Rivier


In beek of rivier
door groene velden
of schone wouden
en rijk met riet
en wilgen begroeide oever
bezocht door vis
en vogelstand.

Meanderend door landen,
onstuimig en bruisend
of kabbelend in zachte wind
weerspiegelend
azuren luchten
en witte schapenwolken
of herfstkleur langs de rand.

Daarin wil ik zwemmen,
leven van overvloed.

Droomfantasie


Woorden verwaaien met de wind
als vogels tussen wolken gedreven
met fantasie in stand gebleven
door de eenvoud van een kind.

En door het schemerlicht der avond
reist zacht de vurige gloed hen na
tot duister van de nacht valt weldra
de zon verdwijnt achter de horizont.

In stilte trekt de nacht zijn gordijn
geen woorden worden nog gehoord
de wereld lijkt uitgestorven te zijn

geen droom wordt thans verstoord
toch blijven door fantasie van het kind
de woorden zweven ergens in de wind.

Schrijvend verzet


Van dans, muziek, gezelligheid heb ik genoten
maar zo het gaat mijn leeftijd is gevorderd
is mijn beweeglijkheid tot minimum verorderd
door stramme gewrichten uit reuma ontsproten

vrolijk waren de tijden van jeugd en ontspanning
maar voeden helaas de pijn in het heden
het weten dat wij naar de ouderdom treden
gevangen in toekomst zonder ontsnapping

maar geen dag wil ik treuren om wat ik verloor
geen nacht in bed nutteloos liggen waken
nog ligt klank van dansmuziek in mijn gehoor

nog kan ik mij met gezelligheid vermaken
en als “literair” zeer aangenaam verzet
houd ik me bezig met schrijven van een sonnet.

Gelukkige jeugd


Nog zie ik het kiezelpad
door de tuin voor ons huis
nog voel ik de kiezels
waarop ik mijn knieën
tot bloedens toe viel

nog zie ik rozen langs het pad
voel de gemene scherpe doorns
waaraan ik me zo dikwijls prikte
me schramde toen ik er in viel
bij m’n eerste fietspoging

nog zie ik de perenboom
waar ik in klom en uit viel
en zie ik ook de krukken
die me nog een beetje steunden
bij het strompelen over het erf

’t is allemaal al lang geleden
en ik vraag me af
hoe zou het komen
dat ik het nog zo goed weet?
Dacht dat je alleen ’t goede zou onthouden.

In kleine gaven


Een klein straaltje licht
zomaar ergens door bladeren
een strookje zon over mijn pad
een beetje warmte wat lacht
vanaf een hoek met schaduw

speldenprik aan donkere lucht
een helder fonkelend sterretje
vuurvliegje in mijn bloementuin
het ene kleine sprankje hoop
in mijn leven de zonneschijn

en alle schijnsels bij elkaar
het licht warmte en de liefde
dat ik door mag geven.

Nachtlicht wordt ontstoken


Het is een mooie dag geweest,
de avond daalt de kim leurt rood
wolken kleuren in purper gloed
schaduwen bedekken de aarde.

Een kleine vogel zingt in de populier
in zijn zang nog zinderen van de dag
en koele bries streelt door ’t lover
rust en stemming van stille dank.

En in het langzaam vervagend licht
reist aan gene zijde een zilveren bol
teken dat ook het licht blijft schijnen
over de horizon voor alle leven daar.

Één voor één twinkelen de sterren
en wensen ieder goedenacht.

Kleine tere wijsheid


Zomaar verdoold lopend door het veld
begroette mij die kleine bloem
heeft mij over schoonheid verteld
ver verheven boven rijkom en roem.

Onbevangen over liefde en geluk
over warmte en genot van kleur
leven zonder zorg, haast of druk
in licht van maan en rozengeur.

Ze verhaalde over lach en vrolijkheid
over prachtige zang en dans
muziek dat het hart verblijdt
en geeft de gratie kans.

Uren heb ik bij die bloem gestaan
geluisterd naar haar verhaal
een kleinigheid in mijn bestaan
is zij ’t belangrijkst van allemaal.

Dromen over en van geluk


Ik verlang naar een land
van vele dromen altijd groen
en vogels zingen in bomen
onder zon en blauwe luchten
steeds vrede en geen mens
ooit hoeft te vluchten

daar zullen we elkaar weer vinden
wandelend tussen bloemenpracht
genieten van liefde en geluk
heldere fonteinen beschenen door zon
met regenbogen vol kleuren

en als we daar ooit komen
badend in warmte en licht
ieder dromend eigen dromen
geef me dan jouw hand
dat ik je mag leiden

door dat dromenland.

Flierefluiter


Een flierefluiter meer ben ik niet op aard
Ik trek van plek tot plek en zoek de zonzij
Alleen een vrolijk gezicht maakt mij blij
En mijn blijde lach heb ik steeds bewaard

Geen zorg noch chagrijn achtervolgen mij
De ganse wereld ligt nog voor mij open
Ik kan overal mijn eigen tempo lopen
Ik ben mijn eigen baas hoe het ook zij

Zo trek ik van plaats tot plaats door zonneschijn
En neem genoegen met het leven zo het is
Al is ‘t niet altijd rozengeur en maneschijn

Het geluk blijft bestaan, verdriet is wat ik wis
Ik ben een flierefluiter zo is mijn aard
Bij regen of zon blijft mijn humeur bewaard.