Geschreven, gebleven


Woorden vloeiend uit mijn brein
in letters en tekst omgezet
gevoegd tot regels en strofen
vaak zullen ze niet anders zijn
dan zinnen uitgesproken
in kort bestek maar niet vergeten.

Gedachten die tot woorden leiden,
onvergankelijk in het verschiet
gevloeid op maagdelijk papier
van lange tijd, ’t papyrusriet,
bewaard en nog steeds te horen
wensen die nog steeds bekoren.

Kwetsbare opstelling


Als al mijn gedachten
in woorden waren te vangen
zielenroerselen zichtbaar zijn
emoties tastbaar waren

was ik omgeven door aureool
van vele fragiele kleuren
in alle tinten transparant
met open strijdbaar vizier

al mijn gedachten wil ik delen
en mijn woorden schenk ik u
transparant maar niet fragiel
standvastig aan mijn standpunt.

Een wijze spreuk


De dag is weer geopend als een boek,
eerste pagina bedrukt met wolkenveld
en mensen duiken somber en gekweld
ergens warm in droog beschutte hoek

luid mopperend op wind en regenvlaag
dieren blijven schuil in hun warme nest
de horizon blijft grauw van oost tot west
of zon vandaag komt is nog maar de vraag.

Ach, wie weet staat er op pagina twee
hier en daar toch ergens een blauwe lucht
dan leren wij weer uit wijze boeken

al zijn wij morrend en nog ontevree
straks beseffen wij blij en opgelucht
de dag niet voor de avond te vervloeken.

Één van de honderd stenen


Een zandweg vol met gaten,
hobbels en kuilen.
Hardlopen zul je wel laten,
want je valt builen.

Voorzichtig verzet je de benen.
Plaatst onzeker je voeten.
Loopt met ingetrokken tenen.
Je zult ook wel moeten.

In het midden ligt die éne steen.
Dat blijf je altijd weten.
Daaraan stootte je gevoelig je teen.
Dat zul je nóóit vergeten.

Parafrase


In vele golven gaan mijn gedachten
door zeeën van verloren tijd
waarin zowel goede als verkeerde ideeën
leegtes vulden die wijds verhulden
wat verwachtingen brachten.

Mijn woorden komen tekort
om alle gedachten te vertolken
door zeeën meegevoerd zowel goede
als verkeerde ideeën uit verloren tijd
door verval ingesnoerd
niet terug te verwachten.

En vele tijden bereiden zich voor
op nieuwe gedachten en ideeën
zowel goede als verkeerde
zoekend naar vertolking
door evenveel woorden

Die liefde, vrede en geluk
niet zullen verstoren.

Nieuwe bloei


Verlept, gestorven zijn de rozen van weleer
Hun stelen en doornen zijn slechts gebleven
Herinnering rest mij uit hun jonge leven
Hun geuren zo aromatisch en zo teer

Hoe schoon waren hun vormen en hun kleuren
Hoe lief’lijk charmant hun dansen in de wind
Hun glimlach in stralende zon als van een kind
‘t Verdorren van hun schoonheid laat mij treuren.

Doch staan de struiken weer in volle knop
Belooft het zonlicht ons weer nieuwe rozen
Dan leeft er weer een nieuwe toekomst op

Dan wordt er weer voor zang en dans gekozen
En jonge rozen kleuren nieuwe perken
Zo blijven we steeds aan vernieuwing werken.

Denken


Gedachten houd ik in mijn besloten wezen
In ruimte en maten aan mij toebedeeld
In parten en kwadranten van tijd verdeeld
Gedeeld tussen grenzen van hoop en vrezen

Ze zijn niet meer of minder dan een sleur
Van alle jaren wisselende seizoenen
Die zich als de getijden verzoenen
Door de verschillen in klimaat en kleur

Als ’t langzaam herwaarts schuiven van wolken
Zowel langs strakke Pruisisch blauwe lucht
Of somber door ’t grauw firmament kolken

Voor donder of felle bliksemflits beducht
Om weer tot rust en rede te komen
Na een nacht vol slaap en zoete dromen

Dilemma van Spinoza


Gelukkig hebben wij eigen wil en keus gekregen

ook daarvoor verantwoording en rekenschap

op alle door onszelf gekozen wegen

voor God en medemens

stap voor stap.

Geschapen zijn wij allen als individuen

naar Hem die in vorm en woord

ons voorbeeld wil wezen

zoals in het leven hoort.

In eigen vrijheid hebben wij de keuze

te gaan zoals van ons verwacht

of door geheel eigen leuze

te reiken naar macht.

Daarom ook steeds in onze gedachten

elk andere overtuiging of begrip

in stilte steeds weer verachten

want op eigen denken hebben

wij meestal zelf geen grip.

Vast bezit


Sluit mij in een cel
Met getralied venster
Uitziend op een blinde muur
Sla mijn handen in boeien
Sluit mijn voeten in een blok
En de deur met vele grendels
Gesel mijn lichaam met een stok

Maar nooit zal men mijn brein
Mijn gevoel en mijn denken
Kunnen vangen in een kooi
Hoe men over van mij denkt
Mijn mening blijft altijd vrij
Want mijn innerlijk beleven
En gedachten zijn van mij.

Driedimensionale vaart


Gisteren zijn we gestrand
aan de oever
van vlak spiegelend meer
kwamen door windstilte
en averij niet verder

vandaag varen we wel,
vergeten tegenslagen
trotseren dan storm
en tegenwind
tot we niet meer wagen

morgen richten wij de steven
met wind tegen of in ’t want,
zeilen bol of gereven,
naar toekomst
nieuw te ontdekken land.

Keren


Het was het reizen naar de verte
Gewoon een vlucht als met vogelzang
De tijd die mij noch riep
Noch tot in de lengte strekte
Was in mijn jeugd van enig belang

Ik had mijn nest verlaten
Gevlogen met de wind in de rug
Kwam ik niet verder dan de verre zee

Daar was de tijd om te keren
Door branding en felle tegenwind
Zag nog aan de einder palmbomen
En de zon ter kimme gaan.

Door de ogen van een ander


Is niet het later al
veel eerder geboren
of is er toekomst
wat nooit toekomst wordt

is heden wel ’t heden
want wat gisteren
nog morgen was
is vandaag toch heden

was voor gisteren
vandaag nog toekomst
ach, ’t is morgen
weer ’t verleden

wie heeft nog gisteren
gedacht aan mij
in toekomstige vorm

vandaag vraagt hij af
hoe ik zo jeugdig
ben gebleven

en

of ik morgen nog zal leven.