Tijd staat niet stil


De tijd heb ik langs zien trekken
In tikken van seconden
Die zich tot uren uit gingen rekken
En geen tel stil stonden
Maar zich vormden tot eindeloze rij
Vanuit een ver verleden
Trokken zij, zij aan zij
Tot zij belanden in het heden
En door blijven ze gaan
Tot ze de horizon bereiken
Nooit zal de tijd stil blijven staan
Nooit zal ook de toekomst wijken

Fundamenteel


Mijn verleden wil ik laten zwijgen
aan het heden heb ik genoeg
niet alle fouten en ellende rijgen
aan de frustraties die ik droeg

in het heden wil ik bouwen
aan een pad om door te gaan
fundament om op te vertrouwen
in het leven stevig te staan

in de toekomst niet verstarren
begripvol met ieder om kunnen gaan
niet principe met dwang verwarren
maar ook andere mening juist verstaan.

Narcisme optima-forma


Zijn ijdele waan als klatergoud gerezen
Door ’t glanzend spiegelbeeld voor zijn beneveld oog
Zijn verbeelding niet door waarheid te genezen
Geen eenvoud waar hij in nederigheid voor boog

Een schoonheid, trots van aanzien en gestalte
Ver verheven boven alle plebs en volk
Met intelligentie van zeer hoog gehalte
Zijn woorden dikwijls scherp als een geslepen dolk

Maar zie het lijf wordt ouder en gerimpeld
Het spiegelbeeld glanst nog maar wordt bedekt door stof
De geest wordt langzaam oud en versimpelt
Het aanzien, eens zo fier, ontvangt niet meer lof

Als een bloem, eens aanbeden door godinnen
Verteert zijn trots en klatergoud vanbinnen.

Nagedachtenis


Wat zal ter mijner herinnering blijven
Geen beeld of klinkend geschrift
Geen monument zal geschiedenis over mij schrijven
Geen romantische pen in goud gestift

Misschien zal hier of daar
Een vage herinnering zweven
Zoals aan een eenzaam kluizenaar
Die de wereld ook geen vrede kon geven
Maar slechts leefde als armoedig bedelaar

Ik zal mij tevreden stellen met een steen
Waarin mijn naam
Gebeiteld in eenvoudig schrift
En de woorden
“Hij ging in vrede heen”.

Nachtelijk schoon


Deze avond ving de vroege nacht zo duister aan
de hemel kleedde zich in stemmig zwart satijn
waar heldere sterren als rijen lichtjes zijn
die door de kosmos trekken ieder in eigen baan

een universum toch zo onmetelijk groot
wat is een mens om dat te kunnen bevatten
tracht slechts enkel het tal der sterren te schatten
voelt men zich dan niet steeds kleiner en devoot.

Waarom zouden wij dan naar die planeten gaan
terwijl onze aarde ons reeds veel te groot is
kunnen we niet hier zorgen voor beter bestaan

dat ieder hier leeft in vrede zonder gemis
op aarde kunnen we ook naar sterren kijken
wonderen die aan het firmament prijken.

Ook nú vertrouwen op de Heer

Nadia is 25 and has been training at the Kabul police academy for 5 months. She will be working at a checkpoint in Kabul city when she graduates.

Zal ook nu de Heer aan Israël niet vragen
“Mijn volk waarom vertrouwt u niet op Mij?
Geloven jullie niet dat Ik jullie zal dragen
uit aardse ellende en vijands heerschappij?”

Zie het leed, de rouw en haat die je veroorzaakt
stel toch opnieuw het vertrouwen in uw God
Hij is ‘t die zorgt en reeds eeuwen over u waakt,
uw vaderen nooit ongewis overliet aan hun lot.

Hij is nog steeds dezelfde goede Herder
die schonk het land Kanaän aan uw ouders
volg dan Zijn wil, Hij leidt u steeds verder
die uit moeilijkheden u draagt op Zijn schouders.

Vertrouw dan als uitverkoren volk van God
niet op eigen krachten of wereldmachten
maar leef in liefde en geduld naar Zijn gebod
slechts dan kunt u de overwinning verwachten.

Geslepen en gepolijst


Een ruwe klomp steen uit de aarde
verontreinigd door modder en zand
ik vraag me af waarom ik hem bewaarde
normaal smeet iemand hem aan de kant
maar ’t was of ik een hartslag voelde
in dat weerbarstig ruwe stuk steen
zag iets van glans toen ik hem afspoelde
als een zacht aureool om hem heen.

In mijn bagage heb ik hem meegenomen
voorzichtig als een kleinood verpakt
wellicht was niemand op zo’n idee gekomen
temeer omdat ik al voldoende was bepakt.
Thuis heb ik hem gereinigd en geslepen
in vorm van zeldzaam waardevol diamant
dat was ’t niet, ik kon er niet mee dwepen
maar zo nu en dan koester ik hem in mijn hand.

Hij is als van voor de tijd der aarde
hoe God ook eens ruwe leem en klei
in Zijn hand bewerkte en bewaarde
koesterde het net als ik nu deze kei.
Hij maakte ervan geen goud of edelsteen,
boetseerde zijn evenbeeld, gaf hem verstand
ook gaf Hij aan hem Zijn schepping te leen
beschermt hem in de palm van Zijn hand.

Ruimte en sterrenavond


Wie zal ooit ’t heelal verklaren
Weten van zijn en ontstaan
Ooit de ruimte evenaren
Wie zal ooit tot het einde gaan

Vanaf verre kunnen wij aanschouwen
’t Universum en zijn geheimenis
En slechts hopen en vertrouwen
Dat het niet onze ondergang eens is

Wij willen alle geheimen doorgronden
Van het grote en verre sterrengestel
Maar blijven aan de aarde gebonden
Waar ik elke avond duizenden sterren tel.

Memorandum


Hoeveel woorden hebben we gelezen
Hoeveel verhalen hebben we gehoord
Hoeveel gedachten zijn bij ons gerezen
En hoeveel hebben we weer gesmoord

Over hoeveel woorden hebben we heen gelezen
Aan hoeveel verhalen hebben we ons gestoord
Met hoeveel gedachten hebben we onszelf geprezen
Maar hebben daarmee nooit de top gescoord

Hoeveel woorden en gedachten zullen wij nog dromen
Over een toekomst vredig en ongestoord
Zullen wij weten dat, dat nooit zal komen
Als wij vergeten die éne Naam, dat éne woord.

Met open ogen


Loop langs de horizon mijn kind
In licht der morgenzon
Zie hoe je daar de nieuwe dag weer vindt
Als paradijs zo eens de aard begon.

Loop over het wijde veld mijn kind
Genietend van de rust
Vrijheid die geen ziel daar bindt
Ontspannen en zelfbewust.

Loop over blanke strand mijn kind
En hoor in regelmaat der golven
Het verhaal wat geen mens verzint
De geheimen op de bodem bedolven.

Loop over de wereld met open ogen kind
Zie de schoonheid om je heen
Pracht die iedere mens bijna verblindt
Dit alles kregen wij voor niets te leen.

Einde van het pad


Starend naar wolken en blauwe lucht
Naar zon en schaduw
En zien het verschil tussen leven en dood
Waar verdriet zich verschanst
Achter kransen van kleurrijke bloemen
Tussen velden vol witte kruisen.

En recht lopen paden naar de horizon
Die het veld verdelen in vieren
Terzijde de namen in strak gelid
Zwijgend en toch veelzeggend
Wijzend naar het eind van het pad
Waar straks ook ons kleurige bogen sieren.

Schreeuw uit…..! Maar…….Bid!


Schreeuw uit ! Je zorgen.
Maar, bid om verlichting.
Schreeuw uit ! Je angsten.
Maar, bid om moed.
Schreeuw uit ! Je noden.
Maar, bid om bijstand.
Schreeuw uit ! Je pijnen.
Maar, bid om verzachting.
Schreeuw uit ! Je ellende.
Maar, bid om inzicht.
Schreeuw uit ! Je onmacht.
Maar, bid om wijsheid.

Schreeuw uit !
Maar ……….., bid -in stilte- om rust in je hart!

Schreeuw uit !
Roep, de noden van de daken.
Schreeuw uit !
Roep, de ellende door de straten.
Schreeuw uit !
Roep, het onbegrip door de steden.
Schreeuw uit !
Roep, de wanhoop door de wereld.
Schreeuw uit !
Roep, al het verdriet naar de hemel.

Schreeuw uit !
Maar …………., bid -in stilte- om vrede in je ziel!