“Eerlijke” beoordeling


Je moet toch wel van zeer goede huize komen
boven één ster te komen op gedichten.nl
en heel misschien lukt je dat dan soms ook wel
kun je aan zeven en een halve punt komen

maar dicht iemand je dan wel vier sterren toe
omdat hij vindt dat het toch wel iets heeft
en je daarom dan het cijfer negen geeft
vindt de ware dichter dit een zwaar taboe

razend snel honoreert hij met één ster het schrijven
zodat het gemiddelde cijfer danig daalt
tsja duidelijk verschil moet nu eenmaal blijven

zijn smaak die de werkelijke waarde bepaalt
dus oordeelt hij achter zijn bureau van ver
dat kan, uiteindelijk is hij de echte ster.

Zwijgende muze


Ach muze stop de tijd van eeuwig zwijgen
en geef mij ’t woord dat ik weer dichten mag
mijn woorden tot vers of zang zal rijgen
om droefheid om te buigen tot blijde lach.

Kom neem mij mee door dromen in de nacht
om saam te wachten op de schone ochtend
als zon en hoop voor ons weer stralend lacht
de horizon met rode gloed weer kleurend.

Ik wil genieten van de vogels in bomen
ik zie de paar’len over ‘t groene veld
genieten van wolken die van verre komen
maar waarom voelt mijn ziel zich zo gekweld.

Toch zal mijn muze spoedig wederkomen
geeft ’s daags de zon en ’s nachts de dromen.

De verschillen


Waar dagelijkse druk doet toenemen
een stroom van geluid en kakofonie
in drang, drift of sloven der economie
zal frustratie door stress ons claimen

geen schoonheid in poëzie verwoord
klinkt nu nog vanuit afgeladen zalen
zangen van Muzen in velerlei talen
worden op pleinen, straten niet gehoord

en ’s nachts als de geluiden verstommen
mogelijk de rust ook wederkeert
slechts hier en daar werktuigen grommen

schijnt men de weldaad van stilte verleerd
zoekt men razend vertier in auto of disco
geen verschil met de dag. Jammer, het zij zo!

Don Quichotte


Hij valt te paard met woedend strijdgekletter
open poorten binnen en de vijand aan
slaat zijn slag en ieder veegt hij van de baan
zijn trouwe knecht volgt met trompetter

ten aanval trekt hij moedig onverschrokken
geharnast en gezeten op zijn vurig ros
vijanden die niet vluchten zijn de klos
heeft geen tijd te eten of jagen achter rokken

de burger ziet hem naarstig komen
men heeft geen echte vrees voor hem
mensen kennen zijn verdwaasde dromen

zijn wapens zijn slechts houten speer en stem
geen standplaats is zijn huis hij kan slechts dolen
als oprecht dichter bevecht hij iedere molen.

Droomtuin


Mijn droom van luchten, bries van warme zomer
de witte wolken zwevend langs het blauw
vergeten, winter, hagel, sneeuw en kou
in mijmer over struik en bloem als dromer

en langs de oprit zie ik reeds de rozen
en lelie’s blanke kelken borders sieren
voor schoonste vormen heb ik steeds gekozen
ik zie de kleur’ge borders nu al tieren

helaas een harde domper zal mij wachten
als na de winter bloemen niet ontspruiten
geen tulp of rozen kunnen pijn verzachten

maar straks geen bloemen struik of boom hier buiten
en heel misschien is ’t niet zo ongewoon
gezien de flat waarin ik sinds kort woon.

De jaren


Het zijn geen jaren die ik zal tellen
maar enkel de stralen zonneschijn
die denkbeeld over mijn leven vellen
daar ’t anders één ellende zou zijn.

Al kent een jaar ook wind en stormen
en zal het zonlicht geen kim beschijnen
zal nog geen duister mijn leven vormen
geen tegenslag mijn hart doen kwijnen.

Al nemen de jaren toe in getal,
onafgebroken de vele dagen,
onmerkbaar leiden ze tot verval
en doen zoveel herinnering vervagen

Begrijp mij wat ik met dit vers bedoel.
Ik ben geen dag ouder dan ik mij voel.

Monumentaal


Vele jaren en lange tijden verstreken
gleden in rijen van glorie en roem voorbij
en tonen met de tand des tijds hun gebreken
tekenen hun sporen van wisselend getij

maar nog sta ik overeind, ben fier en vrij
beschermd door stalen zekerheid uit verleden
al komt dan de dag van afbraak dichterbij
nog is mijn laatste strijd dan niet gestreden

ik klamp mij aan de toekomst vast in het heden
zie met geduld en vertrouwen tegemoet
het einde van de weg die ik heb betreden
herinnering is het fundament dat er toe doet.

Dus was het leven nog niet helemaal verloren,
uiteindelijk werd ik als monument herboren.

Vuurstorm


Het brandhout waaide mij om de oren
Daar heb ik niets voor hoeven te doen
Het kwam vanzelf dat was goed te horen
Zowel in de tuin als ook in ’t plantsoen

Nu is ‘t alleen zagen en hakken maar
En vele spaanders hoort men vallen
Het werk is op zichzelf best wel zwaar
Maar kan vooruitzicht niet verknallen

Dan wordt je ook nog warm van ’t kloven
En ’t sjouwen naar de houtopslag
’t Is een beste klus moet je geloven
Maar nu reeds verlang ik naar de dag

Dat het hout in mijn openhaard zal laaien
Laat voor mijn part dus maar een boom omwaaien.

Huwelijkssonnet


Ogen hebben een wig in mijn ziel gedreven
en vele woorden hebben mijn hart verwond
waar gevoel op afgunst en afkeer was gegrond
waar onschuld geen rede was om te vergeven

in aanvaarding heb ik mij er bij neergelegd
ik wist wel dat je het niet zo bedoelde
jij kon er niets aan doen dat ik het zo voelde
maar dikwijls hadden wij toch weer teveel gezegd

laten we in jaren onze liefde delen
onze woorden en daden wegen tot elkaar
elkaar steunen, er valt nog zoveel te helen

herinneren de eed voor het trouwaltaar
ach, ’t hoeft heus niet altijd pais en vree te wezen
zolang wij maar liefde in onze ogen lezen.

Helaas… nóg een droom


Als ik dagen kon beschrijven zonder nachten
de hemel blauw zonder wolken, enkel zon,
tijden van geluk waar mensen altijd lachten
een aarde groen tot aan de verre horizon

samenleving waar alleen liefde overwon
in een leven zonder verdriet of droefenis
beloofde tijd waarin eeuw’ge vrede begon
waarin ieder van de toekomst verzekerd is

dan leeft men in het geloof zeker en gewis
laat men elkaar met respect in eer en waarde
dan gaat daar alles goed en is er niets meer mis
heeft men geluk gevonden op nieuwe aarde.

De aarde weer als een nieuw paradijs zo schoon
als het goed was geweest was dat toch heel gewoon

Ode aan de rode roos


Gewoon een rode roos zegt zoveel woorden
een schone bloem ontsproten uit goede grond
geschenk waar hart of gevoel geen uiting vond
maar toch zo menig mens in liefde bekoorden.

Een brug van hart tot hart, jij vormt de band
gesmeed voor liefde, passie vol verlangen
wat geld noch goud nooit één keer kan vervangen
je bent een liefdesgift voor d’ hoge stand

Je bloem een droom, je kleur is als robijn,
in tuinen sta je fleurig boeiend aan struiken
als geurige ruiker in warme zonneschijn

een weldaad in elke hoek je geur te ruiken.
Nogal geprikkeld ben je van je aard
je doornen hebben menig vrijer bezwaard.

Kinderlijke hoop


Schilderij van Hans Versfelt

Ik droom de dagen van weleer als in het heden
De dagen onbezorgd van jeugd, geluk en spel
Toen tijden onbekommerd om de toekomst streden
Gedachten aan zorg en last waren niet in tel

Ik droom de wereld geschapen in zijn eenheid
Met menig hemellichaam en sterren en maan
Die ongeschonden door menselijke domheid
Als ‘t paradijs vol bloemen en bomen zal staan

Ik droom mijn dromen van liefde geluk en hoop
Dat ooit op deze aarde de vrede zal komen
Een eind zal komen aan ellende en wanhoop
Dat elk volk zal koesteren deze dromen

Wie weet wordt ooit mijn droom nog eens realiteit
Al wordt hij nu aangezien voor naïviteit

Levensherfst


Mij stemt de herfst niet somber en neerslachtig
ondanks temperatuur en vallen van blad
en overal water dat van paden spat
geniet ik van bladkleur rood, geel of bruinachtig

de wolken mogen dan wel grauw zijn van kleur
de zon mag dan wat korter en minder schijnen
mijn humeur zal er beslist niet door verdwijnen
dagelijks geniet ik nog van frisse herfstgeur

mijn hoop is dat mijn levensherfst ook mag wezen
als heel de aard in dit kleurrijke seizoen
echter zonder dat men mijn jaren af kan lezen

mijn vroegere leven wil ik niet overdoen
het is als de kleuren van het vallend blad
ene keer was het glimmend maar meer nog mat.

In extase


Wie heeft de vorm in hand die jou geweven heeft
Het schoon vervaardigd, vlekkeloos, gelijk geen wezen
Daar nooit de aardkorst zulk een schone sterv’ling geeft
Zelfs Venus zal jouw schone slanke lichaam vrezen

Geen ranker taille hult mijn oog, noch voller buste
Nooit eerder zag ik zachter welgevormde hand
Nog nooit zo honingzoet de lippen die ik kuste
O schone schepsel, geef jou heel mijn hart in pand

Niemand beminde ooit een schoner maagd dan jij
O bloem, in eigen tuin met liefde daar geplant
Zo heerlijk open onbevangen lief en vrij
Aan jou, o schoonste, heb ik ziel en heil verpand

Nooit groter trouw dan jij bewees in vele jaren
Kan men bij geen enk’le schone nooit vergaren

Herfststramien


Ik wil de wind horen door kruinen van bomen
veelkleurige bladeren in de herfst zien
waarin vele visioenen tot me komen
als een wisselend getijdenstramien.

De hemel bedekt met wolken bovendien
met wonderschone azuren blauwe plekken
en steeds weer andere beelden zijn te zien
zo de lucht niet in zijn geheel gaat betrekken.

In ieder veld en bos valt veel te ontdekken
iets wat velen zo dikwijls dreigt te ontgaan
maar toch menig interesse weet te trekken
zodra wij voor die schoonheid openstaan.

En tussen de bomen valt het stervend blad,
omhult de donkere aard als gouden mat.