Dagstemmingen


Al is de morgen nu weer verrezen
En de hemel eentonig kleurloos grauw
Nergens een wolkje in ‘t hemelsblauw
Ach niet elke dag kan stralend wezen

Ook vandaag zal de zon nog wel schijnen
En kleuren het schitterend bladerdak
Met geel en bruin en rood als glanzend lak
In deze maand van druiven en wijnen

Ik zag ook jou vanmorgen weer ontwaken
Nou geen beeld van glanzende zonneschijn
Je was te druk met zo vele zaken

Straks slaat je stemming om als een rookgordijn
Samen maken we de dag dan een feest
Tenminste, dat hoop ik, ook als jij dit leest.

Vrij leven


Eens, wandelend door bos en veld,
Heb ik mijn muze ontmoet
Die ik met vreugde heb begroet
Schoonheid in geen sprookje ooit verteld

Aller schoonste leen mij je woorden
Leer mij het ritme van jouw stem
Ik volg je tonen zonder rem
Verpakt in luisterrijke akkoorden

Wat voelde ik mij toomloos vrij
Met mijn muze dansend in ’t veld
Zwervend door bos, veld en hei

Tussen straten voel ik mij bekneld
Hier tussen blokken steen en beton
Ziet men geen uitzicht, geen horizon

Koffiedik kijken


Verwacht niets bijzonders op deze morgen
de dag begint als iedere nieuwe dag
zoals je steeds opstaat hopelijk met een lach
en blijf je ook vandaag verschoond van zorgen.

Tijd omsluit dingen, die je gisteren zag,
houdt in geheim en toekomst verborgen
of blijdschap overwint of andere zorgen
danwel geluk, liefde op deze nieuwe dag.

In stilte wagen we ons af te vragen
wat de toekomst ons straks weer brengen zal
kabbelt tijd weer als deze vroege morgen,

of zullen al onze pogingen slagen
om nu op te veren uit dit diepe dal
maar toch heeft iedere dag z’n eigen zorgen

Laten we het bij versjes houden


Nog steeds wil ik leren een sonnet te schrijven
keurig uitgeteld in jamben en versvoeten
bij slagen zal het mij al mijn leed verzoeten
maar door de regels zal het behelpen blijven.

Ik reken, tob en zweet me welhaast een hoedje
echter denk weer, hier gaat iets in het metrum mis
al zoek ik me dan een rotje, ik snap niet wat ’t is
en leg me er dan maar bij neer, tsja wat moet je.

Máár, toch heeft het mij mooi van de straat gehouden
en ben ik een brave grote kerel geweest
dat is iets wat men beslist wel mag onthouden

anders had ik waarschijnlijk alleen maar gefeest
en was dan helemaal platzak thuis gekomen.
Oei! Van de gevolgen durf ik niet te dromen.

Sonnet met passie


Laat mij dageraad aan je voeten werpen
en met licht beschijnen je pad
mijn diensten wil ik aan je onderwerpen
liefste zo ik jou altijd heb liefgehad

bloemenkransen om je haren hangen
jou kleden als schone vestaalse maagd
benaderen met al mijn verlangen
en liefde zo het jou alleen behaagt.

Ach, de wereld is anders dan men wenst
zag ik toch je ogen vrolijk blinken
je naderend in verwachtingsvol begeren

en zou je mij niet telkens weren
zodat we op de liefde kunnen klinken
voordat voorgoed ons geluk verflenst.

Verzachten


Dichter waarom luister je naar je dromen
naar fluisterwoorden en taal die niet bestaan
met de vogels over grenzen vliegen gaan
verwacht je dat er echt ooit van zal komen

ach geef je niet over aan woorden van waan
daar iedere illusie wordt ontnomen
aan bestaan zul je nooit kunnen ontkomen
realiteit is hard denk daar toch maar aan.

Ach dichter wat er ook nog mag gebeuren
droom jij maar elke dag en nacht je dromen
fluister jij je zachte woorden door deuren

laat je wens van vrede overal komen
zodat geen hart door verdriet zal verscheuren
waar door geweld levens zijn ontnomen.

Protocol


Het is waarschijnlijk ‘t zeer curieus frustreren
dat wie zijn waardering uit moet spreken
na alle omstandigheden te hebben bekeken
in parlementaire enquête zich wellicht zal keren

tot de onschuldigen terplekke aldaar,
om zelfgenoegzaam zijn gelijk te halen
bij gebrek aan overeenstemming der verhalen
in oogverslagen of andere getuigenschaar

men kan dan immer tot de onschuld wenden
als later tijdstip ander feit belicht,
verbergen in de anonimiteit de reden

waarom men de oorzaak niet kon verzenden
aangezien dit misschien wel onrust sticht
omdat het protocol zwaar is omstreden.

Zelfverzekerd


Kom vrind, pak toch je eigen leven aan
Wie anders dan jij kan het besturen
Beslis langs welke banen het zal gaan
Door twijfel gaat het veel te lang duren

Ga vastberaden over eigen paan
Geniet van mensen en van het leven
Blijf niet vandaag stil bij gisteren staan
Morgen kan je zoveel meer gaan geven

Droom van tijden die eens komen gaan
Een fantasie die bestaat in dromen
Maar waarvoor steeds de hoop blijft bestaan
Dat ze op een dag uit zullen komen

Denk eens aan die tijden die komen gaan
Waar je de hoop voor open hebt staan.

Liefdesdromen


Ach laat mij ook bij helder daglicht dromen
van maanverlichte nacht dat wij samen zijn
genietend van elkaar in zachte maneschijn
met fantasie mijn verwachting omzomen

jouw beeltnis zien als bedwelmd met zoete wijn
voelen de streling van je zachte handen
om daardoor in extase te ontbranden
jou aanbiddend als een schone cherubijn

laat ons in de hemel van liefde belanden
en deze nachten enkel minnend elkaar
omstrengelen in teder woord en gebaar

elkander begroeten aan morgenstranden
waar nieuwe zonneschijn ons weer verwarmt
tot volgende nacht de liefde ons weer omarmt.

Vergelijk de herfst


Zacht hoor ik een bries door wonderschone kleuren
in eenparige samenzang van den en eik
haast word ik bedwelmd door de frisse herfstgeuren
en overal een bont tapijt waar ik ook kijk

alsof de natuur nog eenmaal feest wil vieren
trekt zij nu haar kleurrijke feestkleding aan
wil zich met het vele pracht en praal sieren
toont de rede van seizoenen in haar bestaan

zongen vroeg in het voorjaar vogels luid van toon
nu heerst stilte en zachte kwinkslag van een mees
bijgestaan door triller van roodborst zacht en hees

licht melancholisch bedenk ik dat al dit schoon
een teken is van het vergankelijk leven
want ondanks lengte van tijd duurt dat maar even.

Winternachten


In zachte sluimering van winternachten
diep dromend over lente en van zomer
de jaargetijden van het hoop’loos smachten
naar dagen van genot als zonnedromer

En horen reeds in onze fantasieën
heerlijk zang der vogels in hoge bomen
genietend deze schone melodieën
hopend op dagen dat die tijden komen.

En rijpe granen wuivend op de akker
het grazend vee bevolkt de groene weiden.
Met verbijstering worden wij dan wakker
daar de dromen met werkelijkheid strijden.

Wij hebben gedroomd van de schone dagen
om kou en wintertijden moedig te dragen.

Mij een mysterie


Vertel mij eens woordkunstjesmakers waarom
zou het gedicht niet mooi meer mogen zijn
de buiging en sneden niet vloeiend en fijn
maar explosief gevaarlijk dodelijk als een bom

niet meer in gelid van rijm en schone klanken
ja psychotisch opgediend als voer voor psychiater
klinkend als luid gebral of luider eendengesnater
ik steek mijn mening heus niet onder banken

wat jammer toch o Nederlandse poëten
uw vaardigheid is niet minder dan voorheen
bent u niet bereid om voor succes te zweten

vraagt u uzelf niet af waar moet dat heen?
Eigenlijk heb ik het allemaal wel gehad.
Waarom alles een mysterie, dat ben ik zat.

Opluchting


Mijn muze heeft mij onlangs bezocht
In glanzend schone zonnestralen
Kwam zij als uit de hemel dalen
Bracht mij de woorden waar ik naar zocht

Ik stond sprakeloos en zocht woorden
Door al haar schoonheid geheel verblind
Stond ik daar als een onmondig kind
Bang dat geluiden haar verstoorden

Maar zacht raakte ze mijn lippen aan
En gaf over mijn hoofd een streling
Dat gaf mij weer moed om door te gaan

Nu breekt schrijven weer mijn verveling
En zet ik de woorden weer op rij
Geen angst of schroom, mijn muze is er bij

Gewoon voor mijn lol


Zover ik kan bezien het veld mijner ogen
Een blik bekrompen als door een muur van nevel
Waardoor ik nooit op eigen werken kan bogen
En zijn mijn geschreven woorden slechts geprevel

Ach, bezie het zo u wilt interpreteren
En belicht het in uw eigen gedachtegang
Wellicht kan ik uw goede raad waarderen
En wordt mijn vers misschien geen zwanenzang

Doch het schrijven kan mij steeds weer plezieren
Al schaar ik mij nooit tussen literair intellect
En zal ook beslist niet bij kritiek gaan tieren
Ik weet, mijn sonnetten zijn absoluut niet perfect

Toch zet ik met liefde mijn woorden op papier
En wat men er van zegt of vindt doet mij geen zier

Clown


Hij dicht sonnetten bij het leven
en is een meester zo ieder zegt
in het sneren links en rechts te geven
en doet op verzoek ook niet slecht

geen ander kan hem met woorden evenaren
de waan verbergt hij achter rode neus
vindt dat hij kan kwetsen zonder bezwaren
geen enkel compliment meent hij serieus

maar stelt zich op als echte rechtse bal
zal ooit nog eens op verzoek zichzelf
tentoonstellen in lachwekkende niemendal

hij wordt gesteund door raad van elf
die hem waarschijnlijk ooit leidt tot zijn val
maar hoe het wendt of keert hij blijft de clown zelf.