Van de ochtend tot de avond


Geef mij zacht getemperd licht in vroege morgen
door nevelige sluiers die sieren velden
verwachtingen in schaduwen nog verborgen
hoop dat zich in het kleine wil doen gelden.

Rust en vrede vindt men binnen steden zelden
kent men niet vredige ruime landerijen
zal zich zo weinig hoorbare stilte melden
daar is het moeilijk natuurlijk te gedijen.

Laten wij onder bomen in mos ons vlijen
genieten van de warmte en zonnestralen
gehele dag tezamen om lang te vrijen
zo zullen wij daar voldaan de avond halen.

Geef mij zacht getemperd licht ook in de avond
einde van een dag waarin ik geluk weer vond.

Aanbidding vn de muze


Als een schim zag ik je reeds van verre komen
zag je schoonheid, hoorde je welluidend lach,
wonderbaarlijke schoonste uit al mijn dromen
je bent nog mooier dan ik jou voor het eerst zag.

O wat een geluk dat ik jou beminnen mag
wandelen door de velden, bos en over hei
samen genieten van stralende zomerdag,
paarse kleur, een heideroos, een zoemende bij.

Door groene veld tussen lammeren in de wei
langs de rivieren met hun oevers wuivend riet
voel ik mij slechts gelukkig met jou aan mijn zij
wordt ik geprikkeld tot vrolijke zang en lied.

Je bent en blijft voor mij toonbeeld van bevrijden,
Muzelief, blijf mij mijn levenlang geleiden.

Zicht op verleden


Stil gaan de beelden voorbij uit het verleden
een leven lang van uur tot uur, dag tot dag
regelmaat van de klok met een traan of lach
trekken langzaam één lange rij tot op heden

en zwijgend denkend aan die tijden van toen
toen jeugd en toekomst nog volop naar ons lachten
overvallen mij soms sombere gedachten,
vragen of ik het allemaal nog zo zou doen

ik wist niet beter, ‘t waren andere tijden
dagelijks heb ik gewoon mijn plicht gedaan
zo goed mogelijk mij aan mijn taak te wijden

bij andere aanpak heb ik nooit stil gestaan
ik ben tevreden over wat ik heb verricht
nimmer waren mijn daden destructief gericht.

Als herfstbladeren


Laat mijn woorden kleurrijk vallen als van bomen
uit kruinen in de nevelige herfstbossen
op drassige bodem en de zachte mossen
waar ik deze zomer van voorjaar lag te dromen

bewaar ze als zaden in vruchtbare aarde
en dek ze straks toe met smetteloos kleed
dat ze in lente ontkiemen en iedereen weet
dat ik gedachten in pennenschrift bewaarde

dat ze uitspruiten zoals het frisse groen
op vruchtbare akkers in regels en rijen
zullen wassen en rijpen in groeizaam seizoen

in weer en wind en zonlicht volop gedijen
laat mijn woorden waaien als het kleurrijk blad
door herfstbossen die ik altijd heb liefgehad.

Herinnering aan mijn polder


Meerdere malen dwaalt mijn gedachte
naar de polder waar ik ben geboren
waar ik door velden zwierf in ochtendgloren
de zon vanaf de horizon mij toelachte

dan zie ik witte wolken door blauwe lucht
herinner mij nog vage bossen langs de kim
een verre struik als een nevelige schim
hoor de weidevogels in hun ochtendvlucht

nog stijgt de zon daar dagelijks over velden
en is het gras er nog steeds even groen
veel heeft voor economie moeten ontgelden

het weidse uitzicht is niet meer zoals toen
weiden zijn doorsneden met wegen en spoor
en nergens ligt er stilte meer zo in ’t gehoor.

Ik wil de schone muze zoeken


Ik wil de schone Muze overal zoeken
in het bos op de hei, ergens in het veld
‘t zij als schone maagd of fiere jonge held
Ik wil de schone Muze steeds weer zoeken.

Ik wil de schone Muze overal horen
in klanken van harpen en violen
met reien en gezangen als tegenpolen
Ik wil de schone Muze steeds weer horen

Ik wil de schone Muze steeds behagen
poëtisch spinsel aan haar opgedragen
haar bejubelend in schoonheid van minnedicht

Ik zie schone Muze komen vederlicht
als frêle deken die zich spreidt over velden
Zo vroeg ziet men schone Muze zelden

Hartstocht tot het uiterste

bride-3034400__340

Ik wil mij dompelen in hartstocht
dansen door jouw rozentuin
fluiten als merel in een eikenkruin
heel mijn ziel is aan jou verkocht.

Zwemmen in het water van jouw vijver
als een vis springen over ’t oppervlak
in een zwembroek, of een badpak
gedreven in ontoombare nijver.

Wees mijn nimf, mijn zeemeermin
laat je haren golven in het water
wijs mij niet af als ik jou bemin.

Luister stil als ik in de bomen zing,
bij mij weggaan kan nog altijd later
zie mij, voor ik uit die boom spring.

Duurzame natuur

Ik zal nooit wennen aan de drukte in de stad
al heb ik vele jaren daar op school gezeten
en heb in broeierige klassen zitten zweten
maar had ’t na veertien jaren al wel schoon gehad.

Ik heb gezworven door de weidse landerijen
genoot de vrije frisheid en het ruime zicht
en ied’re dag in warmte van het zonnelicht
aanschouw ik vlucht van vlinder en gezoem der bijen.

Doch zie ik aan de kim beton steeds naderen
het ruime veld verdwijnt achter flat en dijken
hoe ‘t verder gaat, mij stolt ’t bloed in d’ aderen,

misschien dat groen en akkers voor huizen wijken
dan gaat ook ruime horizon voor goed verloren
de vraag is, hoeveel vogels wij dan nog horen.

Oktober

Wel mogen dagen somber zijn en donker
Met gemis aan zonneschijn over dag
Maar ’s nachts staat de hemel vol stergeflonker
En toont de maan zijn stralende milde lach.

Nu en dan verras je ons met zware buien
En storm rukt de bladeren van de bomen
Die door de straten dansen langs de puien
Om ergens in luwe plek tot rust te komen

Maar ook dagen straal je met volop zon
Benader je bijna de warmte van zomer
En ieder geniet in ‘t park of op balko
Of ergens op het gazon als een dromer

En verder willen wij niet aan toekomst denken
Aan winterse kou en sneeuw geen aandacht schenken

Schone muze


Mijn muze ik wil je aan mijn zij niet ontberen
Jij bent de inspiratie van stem, mijn lach, mijn zang
Uit jouw stem kan ik steeds weer de woorden leren
Jouw uitstraling en liefde is waar ik naar verlang

Ach, blijf schoonheid in het ritme van mijn gedicht
En schenk ‘t metrum van je melodieuze stem
Zweef door mijn brein als schone vlinder vederlicht
Met jouw ideeën zo lieftallig en adrem

Als vogelzang hoor ik jouw wonderschone lach
Ik zie je figuur als een heldere fontein
Je slanke taille zo ik bij geen vrouw ooit zag
Ja heel mijn leven wil ik enkel bij jou zijn

O schone muze, elke dag dat ik jou bemin
Geeft mijn leven als een zonnestraal weer zin.

Geen sombere herfst


In steeds korter wordend licht der dagen
van het schone kleurende herfstgetij
zoek ik dikwijls antwoord op mijn vragen
waarom nu juist droefheid zo groeit in mij

konden wind en buien mij behagen
genoot ik eens van nevels op de hei
nu is mijn stemming zwaarmoedig dragen
zijn mijn dagen niet van somberen vrij

zie nu af en toe de zon nog rijzen
boven bergen van ellende en pijn
en vraag waar de jaren gebleven zijn

mijn spiegelbeeld zie ik steeds vergrijzen
naar verleden richt zich opnieuw mijn brein
toch mag ik mijn geluk nog dagelijks prijzen.

Herfststramien


Ik wil de wind horen door kruinen van bomen
veelkleurige bladeren in de herfst zien
waarin vele visioenen tot me komen
als een wisselend getijdenstramien.

De hemel bedekt met wolken bovendien
met wonderschone azuren blauwe plekken
en steeds weer andere beelden zijn te zien
zo de lucht niet in zijn geheel gaat betrekken.

In ieder veld en bos valt veel te ontdekken
iets wat velen zo dikwijls dreigt te ontgaan
maar toch menig interesse weet te trekken
zodra wij voor die schoonheid openstaan.

En tussen de bomen valt het stervend blad,
omhult de donkere aard als gouden mat.

Vlakke velden


Wandelpad gewoon ergens door de weiden
genieten van zon en windvlaag om je hoofd
met rust en kalmte die je jezelf hebt beloofd
om je op nieuwe taken voor te bereiden

neuriënd één of ander wat je hebt gehoord
maar de woorden zou je echt niet meer weten
op jouw leeftijd zijn de hersenen wat versleten
maar toch ben je heus nog niet zo gestoord

’t is een genot daar door ’t veld te wandelen
het bestuderen van de wolken in de lucht
gewoon naar eigen keus en doen te handelen

vrij als vogels die je waarneemt in hun vlucht
met hun kapriolen zwaartekracht ontmantelen
helaas ’t vlakke veld moet wijken en ik zucht.

Leven genieten


Mensen loop toch zo eens te genieten
van de wolken of een blauwe lucht
wind door je haren in een eindeloze zucht
de vogels in de weide grutto’s of kievieten

van het altijd groene bos of gras
van de rietkragen langs het water
zang van karekiet misschien eendengesnater
het gespetter van de vissen in een plas

maak je los van al die gedichten schrijven
kom eens achter je laptop vandaan
je kunt toch niet je hele leven binnen blijven

in een kantoortje hoor je kip noch haan
het is leuk maar je moet niet overdrijven
naast dichten is er ook best wel een bestaan.

Omgang


Heeft het heil van ’t spreken jou gezadeld
Op ’t vurige hoogste en ‘t edelste paard
Ben je door je herkomst of stand geadeld
Of ben je meer door wetenschap vergaard

Wie onderscheidt jou van elk gewoon mens
Gekluisterd aan ’t leven en aan d’ aarde
Met ieder eigen gave en eigen grens
Niemand meer of minder gesteld in waarde

Waarom meerder over anderen wezen
In ijdele hoogmoed overal boven staan
Van je gezicht valt dikwijls al te lezen
Dat je lang niet met ieder om wil gaan

Kom laat je hart toch spreken en wees niet bang
Jouw vriendelijk wezen is in ieders belang.