Nacht


Als zacht de nacht ontwaakte
met maneschijn en twinkelende ster
boerennachtegaal kwaakte
laatste klokken beierden van ver

verstomde mechanisch geweld
en aan de kim verdwenen laatste stralen
verstrijkende uren werden geteld
een oude man vertelde zijn verhalen

stil zat men bijeen bij lamplicht
en werd het grote boek geopend
met woorden als van een gedicht.

Blijf optimistisch


Er klinkt muziek, hoe kan het dat je treurt,
Laat niet die tranen uit je ogen stromen,
Verdriet dat woedt en raakt je hart, verscheurt
Geluk en vreugd waardoor de klank der dromen

Stilzwijgt en dus geen mens geluk meer vindt
In vrolijkheid noch lach, noch lust te leven,
En negatief slechts zich aan duister bindt
Geen licht ter hulp aan vriend of vijand geven.

Je oren zijn verdoofd, van vreugd verstoken.
Ach, open toch voor bloemenpracht je ogen
De schoonheid veler kleuren hier ontloken
Geluid der vogels ligt in jouw vermogen

Genietend aardse schoon zo puur gegeven
Wie zal al jam’rend klagend gaan door ’t leven.

Losse momenten


Dagen tellend blijf ik lopen
Ieder moment een tel vooruit
Al dromend van een happy-end
In woorden die mij ontbreken
En gedachten als roze wolken

Lopend tot het eind wat ik blijf zoeken
Een horizon bestaand uit enkel licht
Daar heb ik geen woorden nodig
Daarheen blijven mijn dromen gericht

Al gaande sterf ik duizenden doden
En sta ook duizenden malen weer op

Steeds weer blijft het leven mij roepen
Met dromen over een happy-end
Als ik kom daar bij die horizon
Bestaand uit enkel licht.

Natuurlijke dankbaarheid


Zag je in avondschemer stijgen
uit warme doorvochtigde aarde
een voile legde je over de landerijen
opstijgend als dank van dorstige natuur
omhulde vee en boerderijen.

Doodsheid van droogte even verdwenen
stuwing aan de kracht van het leven
die de aarde reeds eeuwen bezit
voorbeeld dat alles wat is gegeven
boven ontmoediging is verheven.

In bruisende kracht geeft als dank
heel het veld zijn veelkleurige schoonheid.

Eeuwig leven uit het graf


Heel Zijn leven vol van liefde en genade
nodend, alle mensen in Zijn Vaders huis
zich af te wenden van verdriet en ‘t kwade
is Hij gemarteld, gestorven aan het kruis

Zijn vrienden hebben hem in ’t graf gedragen
dat afgesloten met een grote zware steen.
Zodat niemand zich in de buurt zou wagen
zetten de Romeinen wachten er omheen

Maar in vroege ochtend van de derde dag
was de steen verwijderd van de spelonk
daar scheen ‘t Licht als bevrijdende lach
het eeuwig leven wat ons tegen blonk.

Nu durf ik door de dood te gaan


Hoe angstig is het menslijk hart
voor pijn en lijden in het leven
vreest voor noodlot en smart
als geen zekerheid wordt gegeven
dat alles zijn bestemming vindt
in handen van Hem die bestuurd
op aarde kwam als kwetsbaar kind
en dood voor ons heeft verduurd.

Hij die de mensen sprak van God
als Zijn Vader die Hem voor ons zond
en zondigde tegen geen enkel gebod
waardoor Hij eeuwige genade vond
terechtgesteld door ons op Golgotha
alleen omdat Hij ons de zonden wees
vertelde van de vergeving uit gena
om te komen tot Zijn Vader zonder vrees.

Zijn lichaam schonk Hij in wijn en brood,
toen Hij voor ons terecht moest staan
klaagde Hij ons niet aan in Zijn nood
in tegendeel neemt Hij ons in genade aan
aan het kruis vergaf Hij ons alle straf
ten derde dage is hij weer opgestaan
versloeg voor ons de vijand en het graf
nú durf ik met Hem door dood te gaan.

Handen vol wonden


Alle dagen,
hebben weer hun vragen,
moeilijkheden en zorgen, Heer.
Daarom komen we tot U, telkens weer.
Laden al onze zorgen en zonden,
in Uw handen, vol met wonden.
Wonden, die ook ik U sloeg,
zonder dat U genade vroeg.
Ook ik ben schuldig aan Uw sterven.
Toch, mag ik Heer, een plaats werven,
U neemt ook mij op in Uw huis.
Ondanks mijn schuld en kruis.
Wil U toch steeds al onze zonden,
nemen in Uw handen, vol met wonden.
Wast in Uw bloed ons vrij van ‘t kwaad.
In Uw bloed, door ons vergoten,
wast U ons van smaad.

Hemelsschoon


Wij stellen ons de hemel voor
met tal van aardse schatten
beelden van goud, diamant of ivoor
schoonheid te veel om te omvatten.

Een stad gebouwd van edelsteen
nieuw Jeruzalem schoon als bruid
daar wensen wij ons allen heen
ontvangen met tamboerijn en fluit.

Hoe anders zal het kunnen wezen
als in de hemel geen aardse waarde is
want in licht van het hemelwezen
voelt men aan rijkdom geen gemis.

Wat mag dan die rijkdom wel wezen
waar wij iedere dag van dromen
is het liefde waardoor wij niet vrezen
en vertrouwend tot Hem kunnen komen?

Overdenking in twee minuten


Hoe zal mijn hart
in schreeuwend verzet
de blikken vangen
van hen
wie eens gevangen
in machteloosheid
door pijn bezweken.

Wat zal mijn oog
nog pijnlijker treffen
dan het kind
dat wordt weggevoerd
in onbegrip.
voor het gezicht
van zijn ouders

Hoe zal mijn ziel
nog luider klagen
als ik colonnes aanschouw
van hen die meelij vragen
gedreven door hen
die de wereld
dompelen in rouw.

Ochtenddank der natuur


Rijzend schoon van ochtendzon aan verre kim
waar boven water een deken vormt van nevel
boven wuivend riet wilgenkruinen als een schim
in lichte bries fluisteren een zacht geprevel.

Witte wolken zweven in het blauw azuur
omringd met zonnestralen als gouden randen
een rijk decor in het vroege ochtenduur
hoop op zonnige zomerdag voorhanden.

Zacht begint het vogelkoor in bos en riet
in veel verschillende tonen en klanken
kan men in alle rust genieten van het lied
waarmee zij al vroeg de schepper danken.

Blik naar voren


Daar ik niet terug kan of wil
over jaren die ik ben gelopen
mijn blik voorwaarts richt
en stil blijf hopen
op nog gelukkig vergezicht
zal ik niet blijven staan
noch omzien naar die dagen
dat ik niet gelukkiger was
noch was ik ongelukkiger

iedere tijd heeft zijn vreugd
kent ook zijn verdriet
jaren tellen op en tellen af
we kunnen niet blijven hangen
dat wat ons toen beviel
kunnen we niet terug vangen
daarom leg ik mij neer
bij tijd die mij verliet.

Realisme


Zacht vervagend licht
schijnt aan de einder
kleurt het avondrood
over velden trekt de nevel
de nacht opent haar schoot

melancholie beklimt mij
bij afscheid van ’t licht
als de zon verdwijnt
vraag ik mij af
of hij ook morgen schijnt

bij ’t zacht vervagend licht
in het zicht van witte nevel
rijst bij mij de twijfel
in een wankel evenwicht.
Mijn dagen korten in.

Door de jaren


Die blik die in je ogen lag
laat mij die nog beleven
in de herinnering
aan je diepe lach

De streling van je warme hand
waarmee je mij je liefde hebt gegeven
zodat ik weer perspectief in ’t leven zag

En schud nog eenmaal de haren
als een waaier om je hoofd
een aureool van stralen

Kleed je in die witte jurk
versierd met bloemen
waarnaar ik slechts kon staren
en bijna niet kon ademhalen

Maar wees ook nu,
net als toen,
jezelf die stralende schoonheid
die ieder kent
waarvan je al die jaren
nooit veranderd bent.

Harde of zachte hand


De uren, die met zachte handen kweken,
De waan, dat ieder lijd’lijk eer bereikt
Zij zullen, reeds zo dikwijls al gebleken,
Verguisd, vergeten, zij zijn nooit geijkt

In levensstormen noch door tegenslagen
Hun lot gelegen in vergetelheid
Zal nimmer zware lasten kunnen dragen
Voor wie op deze bouwt in sulligheid

Door noeste handen zullen uren kreunen,
Gevormd worden tot sprekend beeld of woord
Niet zelden zal betekenis doordreunen
Als klokgelui door iedereen gehoord.

Die uren geven werk’lijk vast vertrouwen
Een stevig grondvest, jaren op te bouwen.