Geniet


Dans met de vlinders tussen
bloemen en zonnestralen
door bries die streelt het gras
en golft door kinderharen
speel het spel van liefde en jeugd

lach met kinderen
die vrolijk stoeien
geniet van bloemen
die kleurrijk bloeien
gewoon op een zonnig terras

zing met de vogels
bij het eerste schemerlicht
met klank van hemelse geluiden
geniet van vrede en rust
dat in het paradijs op aarde was

Rivier


In beek of rivier
door groene velden
of schone wouden
en rijk met riet
en wilgen begroeide oever
bezocht door vis
en vogelstand.

Meanderend door landen,
onstuimig en bruisend
of kabbelend in zachte wind
weerspiegelend
azuren luchten
en witte schapenwolken
of herfstkleur langs de rand.

Daarin wil ik zwemmen,
leven van overvloed.

Aardse zorg faalt


Nu zorg hier kwijnt
geen geld kan krijgen
aards verdriet niet verdwijnt
en pijnen als snoeren rijgen
bij gebrek aan menselijk gevoel
velen angsten tot de lippen stijgen
verandert wellicht liefde in janboel

wees blij dat wij mogen vertrouwen
groter liefde en hulp dan de mens
macht waarop wij kunnen bouwen
verheven in Zijn liefde boven elke grens
niet voor geld of goed zal Hij ons helpen
enkel onze vrede is Zijn wens
en al onze tranen wil Hij stelpen.

Gebed om steun bij het gebed


Heer geef mij het oog waarmee U wilt dat ik zie
geef mij het oor waarmee U wilt dat ik hoor
geef mij de tong waarmee U wilt dat ik spreek
geef mij de geest waarmee U wilt dat ik U dien.

Heer laat mij zien zoals U wilt dat ik zal zien
laat mij horen zoals U wilt dat ik zal horen
laat mij spreken zoals U wilt dat ik zal spreken
laat mijn geest dienen naar Uw wil alleen.

Dan Heer, zijn mijn ogen een licht voor U
mijn oren zullen naar Uw wil horen
mijn tong wil Uw loflied zingen
en mijn geest en hart willen Uw woning zijn.

Amen

Drie maal


Hij stond te warmen bij het vuur,
’s morgens reeds in ’t vroege uur.
Dacht dat niemand hem zou zien,
of zou herkennen daar, misschien.

Een maagd keek hem doordringend aan
en vroeg; “Heb jij niet bij Hem gestaan?”
Hij antwoordde; “Hoe kom je er bij?”
Maar, ’t voelde hem echt niet blij.

Een ander meisje kwam, zag hem staan.
En ook die keek hem terzijde aan.
“Ik ken je, ook jij was daar in die hof”
“Ach mens, ik ken Hem niet”, zei hij grof.

De derde dienstmeid zag hem staan.
“Ja waarlijk, ook jij komt daar vandaan.
Ook jij hoort heus wel bij Hem.
Ik herken je werkelijk aan je stem”

“Ik mag, weet-niet-wat, zo ik die mens ken.
Denk je nou echt dat ik zo simpel ben?
Je zou je de ogen uit je hoofd schamen,
als je jullie beweringen zou beamen.”

Drie maal kraaide op dat moment de haan.
Jezus keerde het hoofd en keek hem aan.
Beschaamd heeft hij het hoofd gebogen
en is vol berouw toen weggetogen.

Drie maal heeft de haan toen gekraaid,
voor dat Jezus zich heeft omgedraaid.
Drie maal zondigen was slechts even.
En drieduizend maal heeft Jezus vergeven.

Wie was die mens, die toen daar stond?
Daar ’s morgens in de vroege ochtendstond.
Was het één van Jezus’ discipelen wellicht?
Ik kon moeilijk zien, er was zo weinig licht.

Ik zag nooit schoner muze


Ik zag als schim van verre haar reeds komen, schone mijner dromen
nog hoor ik klank van haar welluidend lach als zang van verre komen.
O, wonderbare schone muze, allermooiste droom van elke tijd,
je zang als duizend nachtegalen, vol melodie en vrolijkheid

Geluk dat ik je mocht beminnen, wandelend in bos en velden
genietend samen stralend zomerweer op paarse heidevelden
bewonderend het heideroosje, luisterend naar zoemende bijen
stiekem tussen struiken in liefdestaal geheimen delen en vrijen

Mijn muze die ik bemin


Hoe lief is mij de muze die ‘k bemin
ze komt van over veld of door het bos
als bruid in wit, op haar wang gezonde blos
een schoonheid stralend als een zongodin

van verre brengt ze mij het ritmisch lied
vertolkt door vogels in kruinen der bomen
en ’s nachts verrijkt haar lieve stem mijn dromen
zodat ik ’t hele etmaal haar bestaan geniet

haar zang en dans beroert naar ieders zin
haar lach welluidend als het harpenspel
van componisten als Mozart of Chopin

mijn muze is mijn lief mijn metgezel
ik weet niet wat ik zonder haar zal schrijven,
mijn muze, eeuwig wil ik bij haar blijven

Vervlogen tijden


De tijd wat is de tijd dan vliegen, door te rennen,
om steeds terug te zien wat was en verder gaan
nog meer gebruik van tijd en niet te blijven staan
dat is verloren tijd en moet je niet aan wennen

de tijd, de tijd jaagt voort en kent noch tijd noch rust
onzeker is de klok die onze tijd bepaalt
van ’t komen en gaan de tijd wordt duur betaald
is reeds in vroege ochtendstond op jacht belust

doch bij het gaan der jaren vergrijst vervliegt de tijd
en kunnen wij nog slechts kleine uren sparen
die ons nog zijn bedeeld in snippers toebereid

was tijd geen spiegeling van hoop in onze jaren
dat is waarom wij nooit en nimmer konden vermijden
verdriet in alle eeuwigheid van vervlogen tijden

Eeuwig blijvende hoop


Over strand langs branding
uitziend over deinende zee
gaan ook gedachten in ritme
van rollen der golven mee

volgen vogels tot de horizon
in zwevende glijdende vlucht
als ware luchtacrobaten
langs grauwe herfstlucht

en stil volgt mijn brein
in hoop en fantasie
alsof ik over verre kim
glanzend gouden toekomst zie

Droomfantasie


Woorden verwaaien met de wind
als vogels tussen wolken gedreven
met fantasie in stand gebleven
door de eenvoud van een kind.

En door het schemerlicht der avond
reist zacht de vurige gloed hen na
tot duister van de nacht valt weldra
de zon verdwijnt achter de horizont.

In stilte trekt de nacht zijn gordijn
geen woorden worden nog gehoord
de wereld lijkt uitgestorven te zijn

geen droom wordt thans verstoord
toch blijven door fantasie van het kind
de woorden zweven ergens in de wind.

Samen leven


In afzondering en stilte van de morgen
mijmer ik hoe een wereld vol vrede is
nergens oorlog, twist, onenigheid of gemis
enkel slechts liefde begrip en geen zorgen.

Mensen die leven met en voor elkaar
genieten van rust in natuur en op aarde
ieder laten zo hij is in eigen waarde
op een wereld zonder bedreiging of gevaar.

Wij mogen toch van elkaar verschillen,
ieder mens is geboren met eigen aard
maar wij zijn die rechten aan het verspillen

hebben samenleving met eisen bezwaard.
Ik verlang naar beloofde tijd die zal komen.
Zo zit ik ‘s morgens in stille tijd te dromen.

Het zijn niet onze woorden


Het zijn niet onze woorden, Heer.
Woorden, waarop de wereld wacht.
Woorden, die spreken van Uw leer.
De woorden van Uw troost en kracht.

U zelf hebt ons Uw woord gegeven.
Woorden waarnaar wij dagelijks vragen.
Uw woord, voor ons ten eeuwig leven.
Uw woord, waarin U ons wil dragen.

Uw woord van liefde, iedere dag.
Liefde, die U tot ons wil richten.
Uw liefde, die ons vult met ontzag.
Liefde, die ‘t duister op doet lichten.

Geef iedere dag Uw liefdeswoorden.
Geef ons, naar U, een luisterend oor.
Geef, dat ons Uw klanken bekoorden,
In afhankelijkheid ons hele leven door