Innerlijk stormgeweld


Opgezweepte golven
door storm en wind
doen mij angstig beven,
verloren voelen
op onstuimige zee.

Angst om te verdrinken
zonder redding
heel alleen
laat mij tot U vluchten,
mijn Heiland,
anders is er geen.

Doe de wind bedaren,
stop tomeloos geweld
van onstuimige baren
in mij ziel
door onrust gekweld.

Dank en vraag van iedere dag


Zacht tempert schaduw het zonlicht van de dag
en over de velden spreidt dauw als deken,
valt stilte over vlakke land als teken
dat men na drukke arbeid ter ruste mag.

Voldaan sla ook ik mijn ogen naar omhoog
en vouw mijn moede handen in dankbaarheid
een gebed aan ons aller schepper gewijd,
Vorst van het leven boven de hemelboog.

De dag was goed, door zonlicht beschenen,
de aarde bracht leven, vrucht en bloemen voort
de nacht zal ons kracht voor morgen verlenen.

“Geef dan Heer, als morgenvroeg de zon weer gloort,
ons lust tot Uw glorie arbeid te verrichten,
over Uw grote daden zingen en dichten.”