Symphony gewijd aan schepping (9e Symphonie van Beethoven)


Zie straling komen vanuit duister der nacht
nevel drijven op zachte bries
schoonheid en glans schijnen van het water
voel stroming gevuld met geur van kruiden
waar de slanke hinde zich voedt
magie van lichtbundels tussen bomen
onder overdrijvende kastelen aan blauwe lucht
verbonden door bogen van kleuren
na donderend en bliksemend vertoon.

Ieder z’n smaak en luchie

Wie zou vermoeden dat wij dichten voor de lol
En maling hebben aan hen die recenseren
Wat mij betreft, al schelden ze mij uit voor drol
Ze moeten eerst maar zelf eens schrijven leren
Reeds Bredero zei vroeger; het kan verkeren.

Waarom zou hij die slechts woorden kan vinden
Zijn mening mengt met stormen of iele winden
Alleen nut kennen van klanken die niets binden.

Dus zal ik mij door hen niet laten frustreren
Die denken mij met hun zotheid te beleren
Ze maken mij met hun kritieken heus niet dol
Op mijn fantasie kan ik nog heel lang teren
Wie ’t niet wil lezen doet zijn broek maar vol.

Alleen dat resultaat kan mij al amuseren.

Gewetensvraag


“En dichter, met al je mooi verzen,
die je schrijft over goed en kwaad,
moet je toch beter wezen dan een ander,
dan ben je toch uit “het goede zaad!”?

Dat is een vraag die tot je komt,
je geest verwart en somber maakt.
Als men ook nog je fouten opsomt,
wordt je, door eigen verzen geraakt.

Ik ben niet beter dan een ander.
ik voel mijn fouten vaak veel meer.
Juist door de omgang met die ander,
die mij wil sterken in de goede leer.

Ik ben niet beter dan de grootste zondaar,
en ook niet slechter dan een zondagskind.
Ik ben een mens, en niet zomaar,
iemand die zich beter dan een ander vindt.

Maar te dichten is mijn gave.
Het is mijn troost en doet mij goed.
Ook al ben ik niet zo’n brave,
‘t is iets wat mij “van ’t hart af” moet.

Ik vraag de heer dan ook dagelijks,
“Geef mij inzicht, geef mij kracht.
Laat mij door Uw wijsheid waarlijk,
verzen schrijven over Uw grote macht.

Nee Heer, laat mij toch werkelijk inzien,
dat het niet mijn eigen verdienste is,
waarmee ik U in mijn verzen dien,
dat ik niet alleen in eigenroem beslis”.

Hopsasa


Van tsjingla, tsjingla boemsasa
in Holland staat een huis
daar vangt de kat een muis
en zit haar dan steeds na
Van tsjingla, tsjingla boemsasa

In Holland staat een huis jaja
daar vind je nu geen muis
het is er echt niet pluis
de hond die jaagt er katten na
In Holland staat een huis jaja

Van tsjingla, tsjingla, hopsasa
in Holland staat dat huis
noch kat, noch hond, noch muis
die lust daar pap noch vla
Van tsjingla, tsjingla, hopsasa

Zinderende stralen


Als uit maan en sterren opgebouwd
in vlammend vurige gestalte
rijzend boven water zee en oceaan
met zinderend verlangen te omarmen
wat eens niets was en ook tot niets zal worden
maar geven nu kracht van licht
tot wanneer je sterren en maan
weer zult ontsteken door weerkaatsing in je gloed.

Denkend aan jou in duistere streken
waar toch jouw gloed in overvloed schijnt
maar kan warmte niet doordringen tot leven
is je vuur verloren tot mijn spijt
daar is geen energie die jij geeft ontvankelijk
maar rest leven in armoe en verdriet
vol ellende ziekte en sterven
misschien, dat ooit de wereld dat ziet.

Der Übermensch


Het is een vreemde
hij brengt ons nood
hij is ontheemde
hij is geen mens,
hij is een pést!

Vervolg en roei hem uit.
Vervolg hem van oost tot west,
behandel hem als een schavuit!

Wij zijn het enig ras der sterken.
Beschaving is er slechts door onze werken.
“Wir sind, Dér Übermensch!”.

Verschoon de aarde van dat soort,
dat vuil, dat schorem,
vernietig hem, die niet tot ons behoort!

Stop hen in gevang en concentratiekamp.
Vergas hen, gebruik hun vel tot lamp.
“Bis weiterem glorie dem Übermensch!”.

Hij is de schuld van onze ellende.
Hij maakt de wereld tot een hel.
Wat goed is regelt “Der Führer”wel.

Miljoenen doden zijn gevallen,
in die zinloze oorlog vol geweld.
Miljoenen zullen nogmaals vallen,
als deze mentaliteit nog steeds telt.

En…., is op ’t eind der derde wereldoorlog,
de wereld reddeloos verwoest
dan rest de overlevende, niet nóg….,
“Wir haben es nicht gewusst!”.

Geplaatst naar aanleiding van actualiteit

Een wereld


Is er een wereld,
een wereld zonder leed ?
Een wereld, waarin niemand,
niemand vergeet ?

Is er een wereld,
waarin pijn niet bestaat ?
Een wereld vol liefde,
zonder haat ?

Is er een wereld,
een wereld, zonder geweld ?
Een wereld, vol mensen,
waarvan iedereen telt ?

Is er een wereld,
een wereld, vol geluk ?
Een wereld, zonder angst,
en psychische druk ?

Is er een wereld,
een wereld, vol rede ?
Een wereld vol schoon,
en hemelse vrede ?

Er komt een wereld,
een wereld, vol liefde!
Een wereld, waarin niemand
zijn naaste eens griefde!

Er komt een wereld,
een wereld, vol vriendschap!
Een wereld, waarin ieder,
mag leven in blijdschap!

Die wereld, die komt!
Hij heeft het Zelf belooft!!
Die wereld, bestaat!
Voor elk, die in Hem gelooft!!

Menselijkheid en troost


Lasten van zorg en pijn
wil ik dragen, er voor je zijn
je schragen in je verdriet
troosten waar niemand
je ellende ziet.

Zo voelbaar, zo zwaar is je gemis
zo somber nu je dagen
nu een dierbare niet meer is
blijf je eenzaam zitten
met al je vragen.

Alleen een hand kan ik je reiken
en drogen je betraande ogen
of dat voldoende is moet blijken
hopelijk zul je dat waarderen
het is slechts een menselijk pogen.

Het is zo moeilijk


Geen aardse goederen bezitten
enkel leven van Uw woorden
niet aan eigen rijkdom klitten
dikwijls dat wij daar aan stoorden
’t is zo moeilijk te verstaan
slechts in blind vertrouwen
zonder bezitting door te gaan
wij willen zoveel zelf houden.

Eens zullen wij onszelf verliezen
zelfs ons leven loslaten in Uw hand
help ons niet verkeerd te kiezen
maar ons scharen aan U kant
leer ons toch trouwe Vader
dat er zoveel meer nog is
trek ons met Uw woorden nader
in Uw liefde lijden wij geen gemis.