Stille plek


Stil zat ik in die hoek met peinzende gedachten
mijn denken dwaalde zomaar ergens heen
ook zat ik op niets of niemand hier te wachten
had behoefte hier te zijn helemaal alleen

mijn oog was naar de verte nergens op gericht
en het was of mijn bewustzijn hier niet toefde
daar midden op die dag in het heerlijk zonnelicht
waren er zo veel herinneringen die mij bedroefden

langzaam zakte ik daar weg in zachte dromen
zag een zaal vol mensen die ik van vroeger kende
tot mijn verbazing wilden ze allen bij mij komen

hoorde mijn vaders stem die zich tot mij wende;
“Zie zoon, de aarde is nog steeds Gods Paradijs.
Die dat steeds voor ogen houdt leeft goed en wijs”

Na de kerstdienst in het open veld


En toen ik huiswaarts ging
vanaf die kerstdienst op de hei
heb ik even naar boven gekeken

zag daar de sterrenlucht
maar díé ster was er niet bij
dat is achteraf ook niet nodig gebleken

want in duister van m’n slaapvertrek
scheen ’t licht helder en overvloedig
noodde tot een gebed zo vrijmoedig

de ster had Zijn licht in mijn hart geplant
maakte mij blij en gelijk deemoedig
door Zijn komst in de stal zo armoedig.