Genot in de ochtend


Hoe vaak bewonderde ik niet de ochtendgloed
De gouden glans die de horizon besproeide
Over smaragdgroen veld werd nieuwe dag begroet
Terwijl over ‘t vlakke meer ’t licht met golfjes stoeide

Vanaf het eerste uur de dag tot een belofte
Het leven als unieke aria uit blijspel of opera
Waarmee deze morgen als feest ons lokte
Aan de horizon de bossen nog in ochtendnevel

En langs de hemelkoepel de eerste wolken
Omkleed met randen van het schoonste goud
En vogels die dagelijks de hemel bevolken
Of rusten en nestelen in ’t groene woud.