Gewoon voor mijn lol


Zover ik kan bezien het veld mijner ogen
Een blik bekrompen als door een muur van nevel
Waardoor ik nooit op eigen werken kan bogen
En zijn mijn geschreven woorden slechts geprevel

Ach, bezie het zo u wilt interpreteren
En belicht het in uw eigen gedachtegang
Wellicht kan ik uw goede raad waarderen
En wordt mijn vers misschien geen zwanenzang

Doch het schrijven kan mij steeds weer plezieren
Al schaar ik mij nooit tussen literair intellect
En zal ook beslist niet bij kritiek gaan tieren
Ik weet, mijn sonnetten zijn absoluut niet perfect

Toch zet ik met liefde mijn woorden op papier
En wat men er van zegt of vindt doet mij geen zier

Route naar bestemming


De stille beden die ik prevel
in wanhoop of in hoop
waarvan mijn verwachting
nergens anders heen kan gaan
dan naar het Hoogstgerechthof
dat mij in nood bij kan staan

daar zullen al mijn beden
bewaard zijn als een grote schat
geen woord wordt daar vergeten
geen smeking niet verstaan
geen dank wordt er verworpen
elke blijdschap komt daar aan

en op het allerlaatste einde
mogen ook wijzelf daarheen gaan.

Mijmeringen op donkere avond


Als herfstbomen zachtjes ruisen
wind licht fluitend door takken gaat
langs kusten golven stilletjes bruisen
steeds minder mensen zijn op straat
lees ik bij het haardvuur oude woorden
ook al is het uit een nieuw boek
die volkeren reeds eeuwen bekoorden
over enkel pure liefde dat ik zoek.

Eens zijn deze woorden gesproken
door een Mens die als kind op aarde kwam
als een roos in donkere nacht ontloken
en voor ons de zonden op Zich nam
slechts liefde bracht Hij op deze aarde
en leerde ons over Zijn Vader God
in Wie Hij alle vertrouwen bewaarde
en legde in Diens hand Zijn eind en lot.

Aan het kruis is Hij ook voor ons gestorven
op die heuvel daar net buiten Jeruzalem
en leek het anders, Hij heeft zege verworven
al was in Vaders stad geen plaats voor hem
aan dat kruishout is Zijn lichaam gebroken
voor vrienden, broeders en moeders oog
heeft Hij het grootste troostwoord gesproken
“Zij weten niet, vergeef hen Vader van omhoog!”

Natuurlijk sterven en herstel


Nog niet vallen de bladeren
geen droefenis bevangt mijn hart
slechts kleuren willen tonen
naderende zonsondergang.

Al worden dagen korter
iedere morgen rijst weer ’t licht
komt schoonheid van leven
over de einder in het zicht.

Ook al zijn de middagen koeler
schijnt de zon niet meer zo fel
blijft toch ’t geluk nog schijnen
gaan meer zorgen verdwijnen.

Over enige tijd gaan bladeren vallen
zijn hun kleuren wonderbaar
sterft toch de natuur een beetje
in weemoed sterven ook wij iets mee.

En jaar op jaar zien wij het wonder
van een natuur die steeds herleeft.

Gewoon van natuur genieten


In ’t vroege heldere ochtendlicht
dat weer de nieuw dag begroet
over een zilver bedauwd veld
en nevelsluiers door zonlicht beschenen.

Zie ik wijds gezicht met kruinen van de bomen
en daarboven vogels die af-en-aan vliegen
en in de verte boerderijen
stil sta ik bij dit alles te dromen.

Stil genieten van al die schoonheid
en bewonderend de natuur
wensend dat het nooit zover zal komen
dat dit alles verdwijnt op de duur.

Dan dringt het besef door hoe kwetsbaar dit is
hoe snel schoonheid kan verdwijnen.

Klacht


Mijn hart is gevangen in beton
en longen verstopt door asfalt
een brein in nevel verstikt

bloedbaan door vuil dichtgeslibd
ingewanden verkrampt verwrongen

van huid ontdaan
sierraden en kleding gestolen.

Ontzet mijn hart
ontstop dan longen
en verdrijf nevel van mijn brein

filter de loopbaan van het bloed
ontneem mijn ingewanden druk

plant mijn huid
met sierraden en kleding.

Vrede


Een wereld die geen rust meer kent,
geen geluk, geen vrede,
waar niemand meer zijn blikken wendt,
naar boven, in een stille bede.

Een wereld die geen tijd meer heeft,
voor rust of voor gebed,
die enkel naar meer bezitting streeft,
niet op andermans noden let.

Een wereld die steeds streeft naar macht,
naar glorie, roem, en eer,
waar men om armoe en verdrukking lacht,
ként men zelfs ‘t geluk niet meer.

Daar in zo’n wereld vol eigenbelang,
waar men enkel bouwt op macht,
daar komt de vrede enkel in gedrang,
en wordt geen leed verzacht.

Maar ééns zal men de wereld zien,
in ‘t licht van de schepping en van God,
en zal de wereld dan misschien,
zich draaien in geheel ánder lot !

Ons leven als jaargetijden


Door kleurrijk lover in nevelig verschiet
en vale zonnestralen door nog zoele bries
opgejaagde bladeren onder melkwitte lucht
tussen steeds doodsere bomen en leggen
zich neer in eindeloze laatste rust.

En veld en woud wachten samen stormen
bedekkend hen in serene witte sluier
als doodsgewaad in verstild schoon
bergend teer jong onontsproten leven
tot zon en warmte wekken uit hun slaap.

Zo Heer zal ook door herfst en winter
ons leven gaan door tegenslag en zegen
als kleurrijk lover in nevelig verschiet
en na aards lijden in onze laatste jaren
is niet sterven of dood ons eeuwig lot.

Kleurige herinneringen


Langzaam zie ik kleuren leven
naar een nieuwe jaargetij
een eenzame vlinder
fladdert nog in mijn tuin
snoept nog de laatste nectar
uit de laatste hemelsleutel.

Een roos staat nog in bloei
en hier en daar herinnert
een gele plant nog aan zomer
tijden gaan door en seizoenen
volgen in gestaag tempo op
in jaarlijks wederkeren.

Het stervend groen kleurt
koortsig rood en geel
voordat bladeren ter aarde vleien.
De herinnering neem ik mee
van de laatste bloemen
zodat in mijn hart altijd lente
en zomer zal blijven.

Visioen en realiteit


Een wereld heb ik als een tuin gezien
vol bomen, heldere beken en bloemen
met paden gekleurd als nooit voordien
en klanken te schoon om op te noemen
een licht bescheen de hof van alle kant
schaduwen onder lommerrijke bomen
ik werd geleid door vriendelijke hand
naar plaatsen waar men van kan dromen.

Vanmorgen heb ik de vrede weer begroet
in morgendauw, zonneschijn en vogelvlucht
en in menig windvlaag heb ik ontmoet
een zachte stem die verspreidde het gerucht
dat alle leven hier bij ons op deze aarde
onder één naam samen was te noemen
allen en ieder in zijn eigen waarde
als Gods schepping slechts is te roemen.

Nagedachtenis


Woorden die ik heb geschreven
Waarover mijn gedachten zijn gegaan
Waar blijven die nog na mijn leven
Als ze zelfs op papier niet meer bestaan

Nergens een steen van mijn gedachten
Herinneringen waarover mijn mijmeringen zijn gegaan
Woorden die slechts mensen achten
Maar die nergens geschreven staan

Zal ooit iemand mijn naam nog kennen
Weten waar mijn wieg heeft gestaan
Wellicht moet ik er aan wennen
Dat ik alleen nog ergens voor paal zal staan

Moeilijke zoektocht


Roep het licht vanuit duister
vraag de zon en vraag de maan
zoek de stilte en luister
waar komt ’t antwoord vandaan.

Vraag de dood naar het leven
de wereld naar al wat leeft
in aureool die liefde wil geven
weer naar waarheid streeft.

Zoek in jezelf het zonlicht
duisternis verlicht door maan
open je ogen op de dag gericht
zie, waar komt ’t antwoord vandaan.

Zoals licht z’n eigen glans heeft
de zon z’n warmte straalt
maan in de nacht zijn liefde geeft
is ’t toch dikwijls de mens die faalt.

Één, twee, drie


Verdampen en vervluchten
door eindloze zuchten
staand op één plek bij elkaar
steeds niet begrijpen
dat gedachten rijpen
door bewegen zonder bezwaar.

In stille ongelukkige momenten
zichzelf traag inprenten
dat slechts goed is wat loont
niet eigenwijsheid
kwaad bestrijd
maar door hersenen weggehoond.

Zo zitten zij daar gedrieën
ter dis op hun knieën
schransen van rund en everzwijn
verzwelgen goede der aarde
kennen daaraan geen waarde
zuipen zich dood aan kwalijke wijn.