Na m’n pensioen


Ik hoef niet meer zo erg nodig
Te gaan in snelle passen der jeugd
Dat haasten is mij overbodig
Slechts rust en kalmte is mijn deugd

Mijn actie is een statisch voortgaan
In bewegende belangstelling
Al glijd ik ook op langzame baan
Naar nauwelijks merkbare verandering

Ik moet nu niet zoveel meer
Ik kan op voldoende ervaring bogen
En ’t kost me geen verweer
Niets te moeten, des te meer te mogen.

Blauw of groen bloed


Bij jou is ’t of ik
bossen hoor ademen
geur opsnuif van dennennaalden
frisheid van de stromen voel

in je stem ligt klank van vogels
jij danst als een lichtvoetig ree
in je ogen zie ik sterren stralen
zon schijnt in je harenglans

zonder jou zou ik kikker wezen
ergens in de modder van een plas
maar ik zal me niet verbeelden

dat ik met jou van prinselijke bloede was.