Stralende schepping


In duizend vogelzangen
hoorde ik Uw stem vanmorgen
mocht ik de dag ontvangen
na nachtrust vrij van zorgen
weer genieten op Uw aarde
op een dag vol stralende zon
in dank dat U mij bewaarde
zodat ik U weer prijzen kon

Heer deze dag wilt U weer geven
als een groot hemels precent
mag ik weer in Uw genade leven
in zekerheid dat U bij mij bent
zoals de vogels zingen hier op aarde
bij het krieken van Uw zon
bevestigt U ook vandaag de waarde
toen deze stralende dag begon.

Seizoenverwachting


Onzichtbaar waaide het aan in de wind
in kruinen van bomen golvend door riet
ver langs de horizon in het verschiet
in vroege ochtend met de westenwind

en ik voel het onstuitbaar verlangen
te gaan langs water door bossen en veld
waar reeds het eerste teken zich meld
komend seizoen in de lucht lijkt te hangen

helaas is de temperatuur nog te laag
trekken langs de hemelboog nog wolken
‘s morgens rijst vanaf de kim de zon traag

terwijl vogels verwachting niet vertolken
met een vrolijk opgewekt ochtendlied
ofschoon men aan bomen jonge scheuten ziet.

Februari


Ik kan er niks aan doen,
ik verlang alleen naar ’t voorjaar.
Naar ’t jonge tere groen.
Jonge dieren in de wei bij elkaar.

Hier en daar gaat ’t er op lijken,
als je krokus en sneeuwklok ziet.
Dan denk je, de winter gaat wijken,
aan de temperaturen merk je ’t niet.

Steeds drijven nog te veel wolken,
voor de schaarse momenten zon.
Slechts in gedicht kan ik vertolken,
hoe graag ik wilde dat de lente begon.

Toch kan ik best nog even wachten
en mij vermaken met de eerste bloem,
zoals de krokussen teder lachten,
om het allereerste bijengezoem.

Maar helaas is de lente er nog niet.
Eerst komen nog de buien in maart
en al komt de lentezon in verschiet
toch roert maart z’n winterse staart.

Depressief wil ik er niet om wezen,
bij de kachel vermaak ik me best.
Heb ik ook de tijd om eens te lezen.
Als de zon schijnt doe ik wel de rest.