Levensrust


Hoe dikwijls heb ik daar niet stil zitten dromen
daar op die oever aan de rand van het meer
glans en spiegeling verwonderden steeds weer
in weerschijn van lucht, zon, wolken en bomen

bewonder reine lelie ontsproten uit ’t diep
ontworsteld aan slip het donker ontvloden
telkens weer kun je mij in extase noden
tot dank aan Hem die jou eens in leven schiep

O laat mij hier in vrede nog jaren blijven
hier op deze vredige schone plek
die ik als paradijselijk kan omschrijven

het ideale oord, een plaats zonder gebrek
een wereld vol van goddelijke natuur
waar ik genot zal vinden tot aan mijn laatste uur.

Laat herfstbos


Bomen zijn ontbladerd
door wind weer en storm
decoratief steken kale takken
tegen wolkenkunst en vorm
bladeren op grond verspreid
geven aanzien van stilleven
tussen zwijgende reuzen in ‘t woud
speelt zachte bries met twijgen

rust van gedempte geluiden
door een deken van stervend blad
zo nu en dan zonnestralen
in bundels nevelige schijn
hier hoor je de stilte en vrede
in schone schepping en natuur
de stille zwijgende hartklop
van aards paradijs zuiver en puur.