Zwijgen of spreken?


We zullen nooit te veel spreken.
We zwijgen alleen te weinig.
Als je weinig spreekt is gebleken,
wordt je alleen maar chagrijnig.

Spreken mag dan zilver wezen
en misschien is zwijgen goud.
Waarom zou je spreken vrezen,
als je toch meer van zilver houdt?

Maar je moet altijd wel bedenken
dat goud van grotere waarde is.
Spreken kun je zonder krenken,
zwijgen vormt soms een hindernis.

Evenwicht in veel communiceren,
tussen het zwijgen en het gesprek.
Dat moeten zo velen nog leren.
Daaraan is nog zo veel gebrek.

Zwijgen is niets anders dan horen,
luisteren tussen de regels door.
Niet altijd zelf willen “scoren”,
interruptie ligt niet in gehoor.

‘t Is een kunst, een goed gesprek
als je zegt; “Daarvan heb ik geleerd”.
Lijd je niet aan het gebrek,
dat je iemand anders hebt bezeerd.

Heen en weer en weer terug


Bij struinen door struiken en bomen
geef dan maar je ogen goed de kost
evenals veel afval zwaar bemost
door natuur worden overgenomen
zaken die dagelijks op je af komen
je kunt er niet aan ontkomen
al je sores voel je van je stromen
van zorg en beslommering verlost
struinend door struiken en bomen
geef je ogen eens goed de kost
jezelf alleen maar opzitten fokken
blijf niet binnen zitten mokken
dat natuur verpauperd en vervuild
kom niet zo snel tot die conclusie