Herinneringen op ‘t duin


Vanuit weelderig wuivend helm op het duin
dromerig en soezend staren over zee
horen we hoe in het ritme van de branding
de herinnering nog aanspoelt van de nacht

proeven we nog zout dat onze huid bedekt
na lieven en minnen als spiegelt in golven
opgezweept als door wind van een orkaan
en op het strand herinneringen oproept
in warm gebakken zand door zon en licht.

Kiezen voor eenvoudig of moeilijk


Hoe eenvoudig is het stenen te werpen
Naar hen die weerloos zijn
Die machteloos slechts vrede wensen
Die wars zijn van spot en venijn

Hoe eenvoudig schuld te schuiven
Op schouders zwak en smal
Eigen verantwoording weg te wuiven
En brengen zwakkeren ten val

Hoe moeilijk moet het voor ons wezen
Iedere naaste te dienen als onszelf
Zo wij als levensopdracht voor ons lezen
Dan daalt vrede onder ’t hemelgewelf.

Zoeken?


Hoe vaak kunnen wij niet vinden,
geluk voorspoed of tevredenheid?
Zoekend naar de juiste vrinden,
naar eeuwig durend vreebeleid.

Zoeken en wanhopig streven,
naar menswaardig bestaan op aard.
Trachten elkaar ruimte geven,
in een vrede voorgoed bewaard.

Toch zullen wij niet begrijpen,
waar men de echte vrede vindt.
Zo wij niet de kansen grijpen,
Naar de stal te gaan, naar ’t Kind.

Waar moeten wij geluk zoeken?
Waar meer voorspoed, rust en vree?
Geluk zit vaak in kleine hoeken,
dus ga naar die kleine stal mee.

Nachtwake


Wakend onder rode bloesem
in stille en warme nacht
voelend streling over tere huid
geborgenheid in duister
tussen groen en parelen van dauw
alleen verzuchtend om morgen
en ontmoeting weer met jou.

Wakend in vroege nachten
angstig schuilend voor kou
denkend aan die mooie uren
die wij samen hebben doorgebracht
maar wij niet konden verwachten
dat ze niet lang zouden duren
hadden toch zoveel verwacht.

Ga…!!! Ga dan…!!!

Upset friend in the middle of a couple argument at home

Moet ik geloven
verhalen die je deed
waarom jezelf lachte
en hield mij voor imbeciel
als ik hing aan je lippen
je lichaam aanbad
omdat ik in onschuld voor je viel.

Moet ik geloven
wat jij voor waarheid zei
en mij steeds weer beloofde
waarom laat je mijn gedachte niet vrij
breng je mijn hoofd steeds op hol
stuur je elke keer weer die blik
zo verleidelijk naar mij van opzij.

Je geeft geen gevoel
dat je echt van me houdt
blijf bij die ander
dat laat me koud
je hebt genoeg onwaarheid verteld
of was ook maar iets van je liefde
echt gevoel?

Lichtend donkere tijden

A depiction of the nativity scene of christs birth in bethlehem with the isolated run down stable being lit by a bright star

Nu is de stille koude winter aangebroken
donker zijn de laatste dagen van het jaar
mensen diep in kraag van hun jassen gedoken
lopen kleumend zwijgend langs elkaar

duister heeft van de wereld bezit genomen
het hemelgewelf ziet grauw en grijs
alsof geen licht of warmte door wil komen
en mensen ook van binnen koud als ijs

toch… breekt juist in donkere koude tijden
voor velen besef van licht en warmte door
waarin doorbreken van het lijden
liefdevol in kleine stal is ontstaan.

Afstand


Slechts zal het kort verleden
ons ondersteunen naar de horizon
herinnering op de dag van heden
aan tijden dat het licht begon

en over de kort resterende paden
die kronkelend verder gaan
lopen wij door tijd beladen
tot wij voor gouden poorten staan

dan zullen wij de tijd moeten laten
en voortgaan in vertrouwend schijn
afstaan, al wat wij ooit bezaten,
omdat wij koningen zullen zijn.

Lees dit niet


Neem niet mijn woorden zoals ik het zeg
Dat is ook geenszins mijn verwachting
Want echt niet alleen mijn weg
Zorgt voor rust en verzachting

Jij hebt je eigen keus en verantwoording
Denk niet dat ik een last op je schouder leg
Dat is wat ik niet wil, onder geen beding

Maar bespot mijn woorden niet
Zo je ze niet horen wil draai je om
Doe of je mijn goede bedoeling niet ziet
En beschouw mij als naïef en dom.

De jaren


Het zijn geen jaren die ik zal tellen
maar enkel de stralen zonneschijn
die denkbeeld over mijn leven vellen
daar ’t anders één ellende zou zijn.

Al kent een jaar ook wind en stormen
en zal het zonlicht geen kim beschijnen
zal nog geen duister mijn leven vormen
geen tegenslag mijn hart doen kwijnen.

Al nemen de jaren toe in getal,
onafgebroken de vele dagen,
onmerkbaar leiden ze tot verval
en doen zoveel herinnering vervagen

Begrijp mij wat ik met dit vers bedoel.
Ik ben geen dag ouder dan ik mij voel.

Herfst en Jakobsladders


Nooit wil ik het leven als herfst bezien
maar terug denken aan de zomer
of aan voorjaar met schat van bloemen
klanken van vogels in de bomen
en kan ik van warmte dromen
als ik vlinders zie en bijen hoor zoemen.

Nee, nooit wil ik het leven als herfst bezien
maar ook dan de zonnestralen waarderen
tussen ’t gedempte licht gevat in vele kleuren
stralen die als ladders naar de hemel wijzen
om daar dan in gedachten misschien
engelen naar de hemel op zien rijzen.

Monumentaal


Vele jaren en lange tijden verstreken
gleden in rijen van glorie en roem voorbij
en tonen met de tand des tijds hun gebreken
tekenen hun sporen van wisselend getij

maar nog sta ik overeind, ben fier en vrij
beschermd door stalen zekerheid uit verleden
al komt dan de dag van afbraak dichterbij
nog is mijn laatste strijd dan niet gestreden

ik klamp mij aan de toekomst vast in het heden
zie met geduld en vertrouwen tegemoet
het einde van de weg die ik heb betreden
herinnering is het fundament dat er toe doet.

Dus was het leven nog niet helemaal verloren,
uiteindelijk werd ik als monument herboren.

Vuurstorm


Het brandhout waaide mij om de oren
Daar heb ik niets voor hoeven te doen
Het kwam vanzelf dat was goed te horen
Zowel in de tuin als ook in ’t plantsoen

Nu is ‘t alleen zagen en hakken maar
En vele spaanders hoort men vallen
Het werk is op zichzelf best wel zwaar
Maar kan vooruitzicht niet verknallen

Dan wordt je ook nog warm van ’t kloven
En ’t sjouwen naar de houtopslag
’t Is een beste klus moet je geloven
Maar nu reeds verlang ik naar de dag

Dat het hout in mijn openhaard zal laaien
Laat voor mijn part dus maar een boom omwaaien.

Kerstherdenking


Nu verwachten wij de dagen van het licht
dagen dat weer de zon op aarde gaat schijnen
dat wolken en zorgen opeen gepakt en dicht
door vrede en liefde voorgoed verdwijnen.

Nu zal iedereen elkaars vrienden zijn
en samen zingen op het grote feest
dan heerst overal rozengeur en maneschijn
in een sfeer of het altijd zo is geweest

Wij reiken dan elkaar de hand
bezielt door verwachting in de geest
en scheppen ons een vredesband
maar helaas lijdt nu de Jarige het meest.