Na m’n pensioen


Ik hoef niet meer zo erg nodig
Te gaan in snelle passen der jeugd
Dat haasten is mij overbodig
Slechts rust en kalmte is mijn deugd

Mijn actie is een statisch voortgaan
In bewegende belangstelling
Al glijd ik ook op langzame baan
Naar nauwelijks merkbare verandering

Ik moet nu niet zoveel meer
Ik kan op voldoende ervaring bogen
En ’t kost me geen verweer
Niets te moeten, des te meer te mogen.

Stille liefde


Als geluiden niet worden gehoord
geen woorden storen in stilte tussen jou en mij
maar samen schoonheid zien in onze ogen
in vibrerende eenvoud van zwijgen
en handen samengevat over tafel in licht
dat schijnt op gezichten weerkaatst in ons oog
die spreken woorden genoeg.

Niet alleen geluk ook verdriet in jaren ervaren
vriendschap of wrok begrip en onbegrip
uiteindelijk comprimerend onze grenzen
geen scheiding bepalend leven met en voor elkaar
niet sudderend geen stilstand blijven in hoop
dat betere tijden weer zullen keren steeds zijn
voor elkaar ook al valt dat niet mee.

Verleden toekomst


Somber, in marmer op een rij
lange rijen zwijgen zij
wat het leven bracht
kille armoe, vergane macht

namen in goud gegroefd
herinnering, weemoed, bedroefd
bedekt in donkere aard
door hersenschimmen bewaard.

Ik sta in het licht van heden
mijn voetstappen die hun rust betreden
hoor hun droeve klacht
wat het leven hen bracht

vergetelheid uit het verleden
heeft mijn onrustig brein betreden
brengt mij droefenis
zie hier, wat de toekomst is.