Zonnedag


Ken het rijzen en dalen
van de zon
met opgloeiend laaien
verduisteren van horizon
kleuren van oranje
tot diep rood.

Ken het genot
van vroege ochtend
velden onder dekens
van slingers nevel
of bestrooid met parelen
van helderste dauw.

Geniet de vogelzang
in groene lover
in ochtend en middaguur
tot de zon ter kim gaat dalen
en de horizon
weer kleurt in ’t rood.

Zicht op de IJssel


Vanaf de dijk zie ik de rivier stromen
meanderend door landelijk decor
kolkend water woest niet in te tomen
het dankbaar onderwerp voor een retor
schets dit beeld als schilderij in woorden
waarin men langs het water koeien ziet
neem de hoorder mee naar verre oorden
en teken nevelige horizon in verschiet.

Bruisend stroomt het water tussen weiden
al maar verder tot de einder van het zicht
waar de landerijen in nevel verglijden
niet meer helder beschenen door zonnelicht
voeren schepen naar hun bestemming toe
stroom op ofwel stroom afwaarts gaan
dit schouwspel genietend word ik nooit moe
en blijf ik dikwijls op de dijk daar staan.

Winterwandeling


Strak en rimpelloos licht nu de vlakte
waar golfjes kabbelden weleer
zilveren vissen sprongen over oppervlakte
rietkraag golfde langs oevers van ’t meer.

Bewegingloos staan nu de populieren
in rijen langs de waterkant
terwijl hun witte kruinen sieren
stille contouren van het achterland.

De velden met witte deken toegedekt
in serene zonnegloed gehuld
tot aan de horizon uitgestrekt
als blinkend decor verguld.

Gedachteloos loop ik door het veld
genietend van heel de natuur
verder niets dat voor mij telt
als deze schoonheid fris en puur.

Wintercharme


Hoe stil ligt nu wateroppervlak
verstijfd als dood geboren
geen rimpeling maar vlak en strak
spiegelend kou bij zonnegloren
langs oevers het geknakte riet
als met een poederlaag bestoven
wat decoratieve schoonheid biedt
in natuurlijk gebonden schoven

daarboven door azuren blauwe lucht
een enkele wolk als donzen vlek
afgewisseld met een vogelvlucht
van wilde ganzen op hun trek
stil en verlaten ligt nu het veld
de wereld lijkt wel uitgestorven.

Vroege voorjaarsavond


Ruisend richt weer het riet zich op
golvend met donzige pluimen
onder strelend zachte avondbries
langs vriendelijk rimpelend water.

Stil genietend zit ik aan de kant
zie als schepen met bolle zeilen
wolken drijven op het watervlak
omrand met purperen avondrood.

En statig drijft een witte zwaan
geruisloos langs de andere oever
langzaamaan zie ik weer kleur
na doodsheid van de dorre winter.

Voor dag en dauw


Met gouden kralen duizendvoudig
spreidt zich het licht vanaf de horizon
over zilveren nog uitgestorven velden
en door de wouden klinkt haar stem
in zachte welluidende klanken.

Takken en twijgen met edelsteen behangen
schitteren bij het vorderen der dag
zacht wiegend op de wind als klokken
nog slaapt de wereld gans onwetend
wat ik begin van deze dag weer zag.