Ochtendkrieken


Bijna onmerkbaar verdween duister
lichte sluier van dauw over het veld
beschenen door krans van stralen
rondom kleuren vanaf de horizon.

Heel voorzichtig brak de stilte
door zangen uit elke bomenkruin
de wereld ontdoet van haar sluier
over velden een deken van parelen.

Langs lanen hangen aan takken
edelstenen in tal van schitter en kleur
de landman spoedt naar zijn werk
en de wereld baadt zich in licht.

Ochtendgenot


De hemel strekt zich
van horizon tot horizon
veld en bos koestert licht
van rijzende gouden zon
zwakke nevel bedekt veld
kleurt verten wazig blauw
lichte schittering vertelt
glans van laatste ochtenddauw.

Zachte bries zingt door bomen
als klinkt een stille harpsnaar
zangen die van verre komen
teer en nauw’lijks hoorbaar
’t streelt het graan en wuift ’t riet
speelt met rimpelend water
zo is de hele wereld die je ziet
één groot amfitheater.