Ochtendnatuur


In nevel nog het veld gehuld
reeds vredig graasde het vee
de kim met gouden glans gevuld
dauw bedekte de aarde als een zee

en gevat in diep azuren blauw
zeilde in maagdelijk wit
sierlijke wolk als een schouw
of rijtuigen in gelijke rit

vogels buitelden boven de wei
over het nog schemerig pad
huppelde speels een lamprei
die daar in de berm gegeten had.

Nou ’s een ander luchie


Buiten door het vrije veld en door beemd
in frisse koelte of door de zon bruin gebrand
trekkend zo vrij en blij door het vlakke land
lichtelijk van ruimte en natuur ontheemd

genietend in de wei van het grazend vee
van alle dieren op het land groot of klein,
tenminste als ze ergens op de wei nog zijn,
met enig geluk zien we ook nog hert of ree

je staat verstelt van alle pracht in kleuren
als een bont geweven kamerbreed tapijt
en van iedere bloem ruikt men de geuren

waarin men steeds herkenning heeft van tijd
tussendoor vangt men nog andere odeuren
van noodzakelijke mest, de neus ten-spijt

Nog van vroeger


In regelmaat van zachte waterstromen
ruisend door de kragen langs de volle beek
blad der dichte struiken rond diepe kreek
valt mijn vreugd en geluk niet in te tomen

als ik zang hoor van pieper of de karkiet
vermengd met geluiden van de witte zwaan
ergens verscholen zodat je hem niet ziet
in de lucht trekt de buizerd zijn eigen baan.

Helaas zijn dit de beelden uit verleden tijd
door kortzichtigheid en de belangenstrijd
verdrongen is schoonheid puurheid en geluk

moderne expansiedrift maakt zoveel stuk
en wij leven of er verder niets gebeurt
niemand die verlies van de natuur betreurt.