Almacht


Hoe hoog zijn de bergen,
hoe diep de dalen
hoever stomen rivieren tussen oevers
zeeën ver tot de horizon.

Hoger is Uw liefde
dieper dan de dalen
meer nog stroomt Uw gena
dan water naar de zee.

Verder dan in de velden
het zicht de einder reikt
bent U aanwezig
ons tot steun en staf.

Als beschermer aan onze zijde,
ter verdediging in onze rug
overal wilt U ons schragen
ons in Uw almacht dragen.

Eerste wintertekenen


Het licht gedempt in ochtendschemer
doet denken aan komende herfstdag
grauw gehuld in flarden mist
somber met slechts flauwe zonneschijn
en witte door rijp bedekte velden

een vage lichtend rode lijn
in verte niet te benaderen
trekt strepen in bogen langs een gewelf
met kleuren in velerlei tinten
beloven de dag de eerste winterkou.

De magnolia bloeit


Als ik je in volle bloei zie staan
met je schitterende bloemen
voel ik me gelukkig en voldaan
en is ’t geen wonder
dat ik jou mijn trots wil noemen.

Daar in die hoek vol kleuren
waarvan ik jaarlijks weer geniet
behalve die prachtige azalea
mijn oog ook telkens ziet
genot van de schone magnolia!

Clematis


Onzichtbare draden
verbinden jou en mij
doorzichtig als ijle wind
zuiver water uit een beek

stralen van zonlicht
glans van maan
teer als kristal
in kleuren van zirkoon

met zachte fluister
als briesje door blad
streling door windvlaag
over teer jong gras.

Stil is de luister
mooi als engelenstem
vanuit het paradijs
en verre vlakten.

Buitenlucht


Ik verlang weer te zwerven
door het wijde polderland
over paden langs boerenerven
baggeren door klei of over zand.

Weidevogels weer te horen
en kikkers in plas of sloot
mij aan geen jager storen
die ergens een eendje schoot.

‘k Wil weer fietsen door bos en hei
horen de roep van wulp en tureluur
op paarse vlakte zoemen van een bij,
genieten op ’t vroege ochtenduur.

Ergens dwalen tussen bomen
onder ’t groene bladerdak
zomaar ergens dromen
in je eentje op je gemak.

‘k Verlang naar prachtige herfstkleuren
bladeren die dwarrelen in de wind
de intens doodringende geuren
dan voel ik me gelukkig als een kind.

Baan der zon


De dag begint met roze gloed
en rood glanst heel de horizon
als de zon de aarde weer begroet
en rijst als warme vurige ballon
de dag beschijnend met haar stralen
en toont ons weer het smaragden veld
om aan het eind der dag te dalen
verlicht de kim daar tegengesteld.

Dan eindigt weer de dag in roze gloed
dan daalt de zon als vurig rode ballon
en brengt de dag een laatste groet
voor ze verdwijnt achter de horizon.

Alle dingen komen langzaam


Ach, dat ik je eindelijk zag in mijn tuin
met je kleur van liefde en hartstocht
dat je bloeide met de zon op je kruin
en dat ik je geuren genieten mocht
ik wil vlinders, die je bezoeken, tellen
bijen die komen snoepen van je nectar
iedereen van je schoonheid vertellen

helaas is nu ’t weer nog koud en bizar
en laat de lente nog op zich wachten
maar jij , nog veilig in je knop geborgen ,
wacht geduldig op zachtere nachten
komt ’t niet vandaag, dan zeker morgen.

Maar je staat nog in mijn geheugen als toen
voorlopig zal ik het met deze zegel doen.