Zweverig


Op wind wil ik me laten drijven
met vleugels sterk en groot
zweven tussen wolken
genieten van de zon

gewoon zweven zonder zorgen
kijken op de aarde neer
op thermiek en zachte stroming
over velden, heuvels en rivieren

weg van al dat druk gewemel
naar heerlijk stille plek
in gedichten denken
tussen weelderig groen.

Zwart-wit


Ik zag schaduw langs lichte muur
in het zonlicht voorbij komen
donker tekenend vage gestalte
maar van geen mens een spoor

in donkere hoeken van ‘t vertrek
zag ik geen schaduw meer
daar bleef ‘t somber eenzaam grauw
vermeende mengeling van kleuren

maar in donkere nacht
zag ik tegen zwarte muren
weer die schaduw licht en zacht
en heeft weer heldere kleur gebracht.

Zwanenmeer


Dromend sta ik bij het donkere water
waarin hier en daar sterren spiegelen
en nog vaag de schaduw van bomen
het bleke licht der maan nuanceren
als ware werkelijkheid in schim gevat

mijmerend kijk ik naar enkele duiven
die aan overzijde in roestbomen rusten
of zijn het kraaien wellicht
in duister lijkt alles eender

zie nog even hoe een paar zwanen
in donker water rondjes zwemmen
voel mij toeschouwer bij het “Zwanenmeer”
lichte huivering van kou bevangt mij
en ik ga huiswaarts wachten op de morgen.

Zorg, vragen, realiteit


Is wel het stoffelijk vlees dat mij bekleedt
in mate die eens aan mij is toebedacht
het vegelijf dat nimmer van wijken weet
mij brengt tot aarzeling en op kennis wacht.

Is ‘t mijn treurend hart dat weent en weerloos smacht
tot mij het ochtendgloren verlossing brengt
van spoken en geesten in duistere nacht
en mijn bewustzijn zich weer met zonlicht mengt.

Mijn geest aanschouwt reeds de tranen zwaar geplengd
veroorzaakt door het vele menselijk leed
daar zich steeds opnieuw het kwaad met kwaad vermengt
hoewel de mensheid toch voor het goede streed.

Soms is leven als duistere nacht begon
uit donker weer opveert in de ochtendzon.

Zo ben ik


In de woorden die ik denk
zolang ik mij kan heugen
ligt mijn wezen opgeslagen
heel het houden van mijn zijn.

In de woorden die ik heb gezegd
heb ik mijn mening niet verborgen
maar in eerlijk rechtstaand feit
getracht vrienden te maken.

In woorden die ik nog wil zeggen
zal mijn gedachte niet verbergen
wat mijn wezen kenbaar maakt
in heel het houden van mijn zijn.

Zelfreflectie


Varen laat ik mijn gedachten
door ruimten over aarde en zeeën
zwevend langs bergen en over
vlakten waar ruisend riet mij aan jeugd
herinnerd en bomen staan in mijmering
van vele toekomst plannen eens gemaakt
om leven in andere banen te leiden.

En steeds weer keren mijn gedachten
naar slechts dat ene punt waar ik ooit
mijn hoop op richtte om daar geluk
en toekomst bepalend te laten zijn
in eenzijdig weten van begaanbare wegen
langs randen van onherbergzaamheid
komen mijn gedachten uiteindelijk zichzelf tegen.

Zélf??


In de wind die haastig over
de velden snelt
moeiteloos vele
hindernissen nemend
stuur ik mijn dromen
over grote afstand
tot in de uithoeken
van mijn fantasie

laat mijn gedachten
in woorden meegaan
in de droomloze
euforie van het verleden
die met moeite
worden begrepen
door het heden
en in de wind
de toekomst niet meer

volgen kunnen.

Zee-kerheid

ASCII

Langs strand en ruisende branding
zacht ritmisch met de golven mee
omsloten door behelmde duinen
komen mijn gedachten in schelpenecho
uit kosmische oorsprong terug

vanaf regelmatige deining over water
roepen duizenden stemmen aan
van wat achter de horizon ons wacht
in een toekomst om naar te leven
klinkt vertrouwen om door te gaan.

Yin-Yang


Vreemd dat juist de nacht
de dag zo duidelijk tekent
dat duister wacht
totdat de ochtend licht erkent

de nieuwe dag hervindt
met wolkenvelden of zonnestralen
schoonheid aan het leven bindt
in eindeloos zwart-wit herhalen

leven kan niet zonder goed of slecht
in spiegeling van reflecteren
wie zich aan normen of waarden hecht
moet ook teleurstelling verteren.

Woordelijk bewijs


Hoe heb ik met mijn woorden geschreven
de vele regels gevormd door mijn brein
met mijn doen en laten sterk verweven
door tijd en slijt ook weer vergeten zijn.

Nu zweven nog letters, nietig en klein,
ergens rond in het groot universum
blijft van mijn woorden niets over dan schijn
en in de klanken verdwijnt het metrum.

Ver weg belandt in het apogeum
waar geen geluid meer verte draagt
schieten uit die baan summa summarum
en is er geen mens die daar nog naar vraagt.

Maar steeds vloeien nog woorden uit mijn pen
dit is een teken, dat ik er nog ben.

Wolkeloze fantasie


Zijn het wolken zwevend in blauw
die mij gedachten trekken
mijn fantasieën ontmaskeren
als willoos gevoerd door ruimten
gedreven door enkel wind
zoals mijn zoektocht door vreemde
doorspekt met blinde ijdelheid
slechts windeieren vindt.

Ligt weten dan ver verwijderd
van zoeken naar inzicht
kernen van dagelijks bestaan
of is het juist de kern
van alle wezen dat in wind
wordt aangevoerd van verre
vanuit wolkeloze fantasieën
waar wijzelf eens hopen gaan.