Ergens helpen we toch?


Voorzichtig klinken schuchtere klanken
in bomen en in struikgewas
alsof kleine zangers ons nu bedanken
voor voedsel toen er schaarste was

voor onze hulp in koude tijden
onderdak in huisjes tegen gevaar
waar ze liefde aan hun kroost wijden
voor onze vriendjes staan we klaar.

Ergens horen we andere klanken
over oorlog, honger en dood
geen schuchter en welluidend danken
maar hulpgeroep voor redding uit nood

daar…, zijn wij niet bereid te helpen
’t is zover bij ons bed vandaan
die noden kunnen wij niet stelpen
……………………………????????????

Stille uren


Wie kent mijn stille uren,

mijn onverwerkt verdriet?

De bitt’re stroom van tranen,

wie is het die ze ziet?

Ik lach en maak zelfs grapjes,

terwijl mijn hart soms huilt.

Het kind dat niemand waarneemt,

heel kwetsbaar in mij schuilt.

Toch weet ik dat er Één is,

die door mijn lach heenkijkt

en als ik mij alleen voel,

zacht door mijn haren strijkt.

‘k Heb dan een onderonsje,

een tweespraak met mijn Heer

en zonder zware woorden

legt Hij Zijn liefde neer.

Ik ben van Hem gaan houden,

omdat Hij mij bemint,

de avond met mij afsluit,

de dag met mij begint.

In al mijn stille uren

zie ik Zijn beeltenis.

Is het geen wonder dat Hij

er telkens voor mij is?