Schrijvend verzet


Van dans, muziek, gezelligheid heb ik genoten
maar zo het gaat mijn leeftijd is gevorderd
is mijn beweeglijkheid tot minimum verorderd
door stramme gewrichten uit reuma ontsproten

vrolijk waren de tijden van jeugd en ontspanning
maar voeden helaas de pijn in het heden
het weten dat wij naar de ouderdom treden
gevangen in toekomst zonder ontsnapping

maar geen dag wil ik treuren om wat ik verloor
geen nacht in bed nutteloos liggen waken
nog ligt klank van dansmuziek in mijn gehoor

nog kan ik mij met gezelligheid vermaken
en als “literair” zeer aangenaam verzet
houd ik me bezig met schrijven van een sonnet.

Geschreven, gebleven


Woorden vloeiend uit mijn brein
in letters en tekst omgezet
gevoegd tot regels en strofen
vaak zullen ze niet anders zijn
dan zinnen uitgesproken
in kort bestek maar niet vergeten.

Gedachten die tot woorden leiden,
onvergankelijk in het verschiet
gevloeid op maagdelijk papier
van lange tijd, ’t papyrusriet,
bewaard en nog steeds te horen
wensen die nog steeds bekoren.

Futuristische droom


Hoe lichtend kwam uit de nacht deze dag
horizon tot horizon als brandend vuur
alsof de schoonheid van een vrouwenlach
ontwaakt in puurheid van veld en natuur.

Wolken langs een lucht van azuren blauw
gewichtloos zwevend door het ruime zwerk
de velden parelend bedekt met dauw
de landman spoed zich vroeg reeds naar het werk.

Nog slaperig open ik het gordijn
en rek stevig mijn ledematen uit
wens niets dan één met het leven te zijn
op deze dag die mijn vreugde niet stuit.

Ach, ’t was allemaal droom in deze tijd
ik draai me nog om in barre wintertijd.

Geef mij steeds nieuw vertrouwen


Waartoe leidt het licht
dat U wilt laten schijnen
als mijn pijn niet zwicht
angsten niet verdwijnen.

Wat helpt Uw hand
waarmee U mij wilt steunen
als ik zonder verstand
weiger op U te leunen.

Leidt mij toch door dat licht
dat Uw op aard laat schijnen
zodat ik door schuld ontwricht
niet hopeloos weg zal kwijnen.

Laat mij toch vertrouwen
op Uw goedheid en erbarmen
zodat ik op U wil bouwen
en mij overgeef in Uw armen.

Toon mij dan door Uw gena
dat U mij steeds wil leiden
en waarheen ik dan ook ga
niet eindloos hoef te lijden.

Kwetsbare opstelling


Als al mijn gedachten
in woorden waren te vangen
zielenroerselen zichtbaar zijn
emoties tastbaar waren

was ik omgeven door aureool
van vele fragiele kleuren
in alle tinten transparant
met open strijdbaar vizier

al mijn gedachten wil ik delen
en mijn woorden schenk ik u
transparant maar niet fragiel
standvastig aan mijn standpunt.

Een wijze spreuk


De dag is weer geopend als een boek,
eerste pagina bedrukt met wolkenveld
en mensen duiken somber en gekweld
ergens warm in droog beschutte hoek

luid mopperend op wind en regenvlaag
dieren blijven schuil in hun warme nest
de horizon blijft grauw van oost tot west
of zon vandaag komt is nog maar de vraag.

Ach, wie weet staat er op pagina twee
hier en daar toch ergens een blauwe lucht
dan leren wij weer uit wijze boeken

al zijn wij morrend en nog ontevree
straks beseffen wij blij en opgelucht
de dag niet voor de avond te vervloeken.

Gesprek met de dood


Je moet niet denken zei ik tot de dood
dat ik je ooit zou willen weren
of dat ik niet echt geloof in jou
jij zult mij steeds helpen herinneren
jij blijft als mijn schaduw
mijn hele leven trouw
zei ik tot de dood.

Je moet niet denken dat ik het niet weet
dat jij mij steeds staat te begluren
dat je eens toeslaat al duurt dat nog uren
vanachter duister gordijn
ik ken jouw stille stiekeme kuren
waar ik je niet verwacht zul je zijn
zei ik tot de dood.

Je kunt mij nooit ontlopen zei de dood
dus blijf er altijd op rekenen
dat ik je vast wel ergens tegenkom
’t zijn geen waarschuwingstekenen
rechte wegen maak ik niet krom
langs zijpaden gaan is dom
zei mij de dood.

Oké zei ik toen tot de dood
uiteindelijk zul jij wel winnen
maar denk niet dat ik voor je vrees
er is er Één die verrees
die jou verslagen heeft
De dood werd buiten zinnen
sindsdien zag ik hem nooit weer.

Één van de honderd stenen


Een zandweg vol met gaten,
hobbels en kuilen.
Hardlopen zul je wel laten,
want je valt builen.

Voorzichtig verzet je de benen.
Plaatst onzeker je voeten.
Loopt met ingetrokken tenen.
Je zult ook wel moeten.

In het midden ligt die éne steen.
Dat blijf je altijd weten.
Daaraan stootte je gevoelig je teen.
Dat zul je nóóit vergeten.

Memorandum


Hoeveel woorden hebben we gelezen
Hoeveel verhalen hebben we gehoord
Hoeveel gedachten zijn bij ons gerezen
En hoeveel hebben we weer gesmoord

Over hoeveel woorden hebben we heen gelezen
Aan hoeveel verhalen hebben we ons gestoord
Met hoeveel gedachten hebben we onszelf geprezen
Maar hebben daarmee nooit de top gescoord

Hoeveel woorden en gedachten zullen wij nog dromen
Over een toekomst vredig en ongestoord
Zullen wij weten dat, dat nooit zal komen
Als wij vergeten die éne Naam, dat éne woord

Het gehele etmaal


Geniet van heel de dag
morgen, middag en avond
rust in de nacht
gevolgd door ochtendstond

geniet in vroege schemering
kleuren aan de horizon
en ’s avonds de herinnering
hoe ‘s morgens de dag begon

geniet van mensen op straat
van bloemen in de tuinen
als je eenzaam door velden gaat
of in bossen loopt te grasduinen

en ook al zit de dag niet mee
geniet toch van elkaar
ware vreugd deel je met z’n twee
gedeelde smart is zelden zwaar

Samenleving


Hart waarin een woord van vrede en rust
vol liefde en vertrouwen voeding vindt
zich door geen achterklap of onlust bindt
op geen zelfzucht van eer en roem belust.

Onbaatzuchtig hart dat slechts liefde kent
in een wereld zonder mededogen
waar mensen elkaar alleen gedogen
geen mens zich tot individuen wendt.

Laat je niet sleuren in die mentaliteit
zodat je ook niet zelf zo verhardt
strooi liefde en vriendschap overal rond.

Wees een mens, behels de realiteit,
dat de eenzaamheid iedereen verstart
niemand nog ooit in onvrede ‘t geluk vond.

Nee, jij bent niet weg


Nee, jij bent niet weg van deze aarde
ook al zien wij je hier nu niet meer
in onze gedachten blijft jouw waarde
we weten zeker, straks zien wij jou weer
als wij ons daar bij jou mogen voegen
zal onze vreugd zo overstelpend zijn
samen met de engelen die jou droegen
sámen feesten in het hemelse festijn.

Nooit zullen we dan meer droevig wezen
altijd met liefde en vreugde bij elkaar
geen verdriet of dood valt dan te vrezen
worden we behoed door onze Middelaar
jij waar wij van moesten scheiden
zien wij dan terug daar bij de glazen zee
vriend en vijand zullen nooit meer lijden
daar heerst enkel blijdschap, enkel vree.

Sociaal gedreven


Door hoop en vrees gedreven, twijfel over bestaan
En eens gekomen op het keerpunt van mijn leven
De stille vraag, waar komt mijn hoop en steun vandaan
Wie zal mij op mijn paden verder richting geven

Wie steunt mij waar onzekerheid mijn paden kruist
De moed en kracht om door te gaan mij zal ontvallen
In ’t hart slechts angst voor duist’re armoe en toekomst huist
Zodat ik eens tot bedelarij zou vervallen

Mij geeft de troost dat geen materiële zaken,
Waar wij ’t enig heil dikwijls in plegen te zien,
Op deze aard ons niet gelukkig kunnen maken
Maar meer als ik mijn medemens van harte dien.

Dan kunnen wij in vrede verder door het leven
Omdat wij elk respect en ruimte willen geven.