Deur van bevrijden


Soms is alles mij even teveel
zie ik er geen gat meer in zitten
niets op aarde is bijna nog heel
geen delen, enkel nog bezitten

lieve Heer wilt U ons niet meer horen
en denkt U; “Modder maar aan!”
dan, Heer, is alles verloren
als wij overal alleen voor staan

U hebt belooft ons nabij te blijven
zolang Uw schepping bestaat
wilt nooit ons het verderf in drijven
en dat U ons nooit verlaat

U staat als een deur steeds open
voor onze noden en onze smart
als wij beladen tot U komen lopen
drukt U ons aan Uw Vaderhart.

Gedicht bij maanlicht

Onder de sterrenhemel zag ik je gaan
Daar eenzaam door die donkere straten
Je gezicht vaag belicht door ’t schijnsel der maan
Gezien door uilen die in de bomen zaten

Jij trok je niks aan van sterren noch maan
Noch voelde je de blikken der uilen
Heel even bleef je daar op dat kruispunt staan
Alsof je van richting wilde ruilen

Maar jij vervolgde je weg door diezelfde laan
En nog even zag ik in ’t maanlicht je gezicht
Totdat je voor je huisdeur bleef staan
En ik dacht “Ze is een schoon gedicht”.

Onbekend bekend


Ik kende hem niet van naam
al zag ik hem elke keer gaan
iedere dag hier over het fietspad
stille groet een vriendelijke lach
dan fietste hij zwijgend verder

’t is vreemd, ’t sprak haast vanzelf
en eigenlijk wist ik ook niet beter
dat rond de klok van tien, half elf
ik hem over het pad zag gaan
praktisch steeds in dezelfde outfit

gisteren keek ik vergeefs naar hem uit
ook zonder eigenlijk bij na te denken
’t is nou niet iets waar men over zeurt
maar bij het nieuws van twaalf uur
hoorde ik dat er in het dorp
een dodelijk ongeluk was gebeurd.