Antwoord op het kwaad


Heer ik heb een vraag
zo heel graag wil ik weten
of U nog van mij houd
na alles wat ik doe of deed
ik ben zo dikwijls stout
heb tijden dat ik U vergeet.

Heer wees niet boos
ik wil U nog wat vragen
naar dat men zegt altijd
hebt U aan het kruis
al onze zonden gedragen,
Heer, dat is toch niet pluis?

Heer ik wil zo graag nog weten
waarom geeft U niet
alle mensen eten?
Er is op aarde zoveel nood
er wordt zoveel nodeloos geleden
zoveel mensen gaan nog dood.

“Mijn zoon alle antwoorden
kun je leren uit Mijn woorden
genoteerd in Mijn boek.
Waarom Ik op aarde kwam in een stal
arm en naakt zonder kleren
in de hoop dat iemand helpen zal.

Niemand heeft Mijn woord gehoord
men heeft Mij aan het kruis gehangen
toch heb Ik hen in gena aanvaard
vergeef, wie vraagt, alle zonden
denk niet meer aan al die wonden.
Mijn zoon, had je nog een vraag?”

Ad fundum


Ad fundum, tot de bodem leeg met zichtbaar genot
Waar ik eerst geen slok van door m’n strot heen kreeg

Ad fundum, vul mij opnieuw mijn glas
Met ’t sprankelend heilzaam geestrijk vocht

Ad fundum, nooit is mijn glas half leeg noch half vol
De bodem is slechts bereikt bij mijn laatste ademtocht

Ad fundum, vul mijn glas tot aan der rand, niet meer,
Ik zal hem legen, ad fundum, daarna nooit weer.