Heel gewoon; Herfst


Kleurrijk vallen de bladeren
van nakende takken in ‘t bos
geur van paddenstoelen
over paden kruipen slakken
het tuinpad bedekt met mos.

Korten van de dagen
hemel wisselend grauw
tussen takken spinnenwebben
rijk gepareld door dauw
schitterend in late zonnestralen.

Zacht gevoel van weemoed
over fris en groen getij
en kleur en geur van bloemen
van het jonge leven in de wei.
Herfst, te mooi om op te noemen.

Carpe Diem


Ben soms geneigd de boel de boel te laten
Gewoon als vrije vogel te leven bij de dag
Zonder zorg over koetjes en kalfjes praten
Te doen of ik moeiten van gisteren niet zag

De dag van vandaag “Carpe Diem” vrij plukken
Zwieren en zwaaien als herfstblad langs de straat
Vrolijk en vrij zijn moet toch elk mens lukken
En hopen dat het leven ook morgen zo gaat

Door herfststormen niet gebonden aan één plek
Frank en vrij zorgeloos de toekomst begroeten
Elke dag hier en daar een luchtig gesprek
Gewoon alles mogen en nooit iets moeten

“Carpe Diem” de wereld is mooi, de wereld is van mij
Laat mij dwalen, laat mij zwerven dan pas ben ik vrij.

Wintervogels


Zwaar ligt de rijp op de velden
geen beweging toont zich in de vaart
alles lijkt stil verstijfd bevroren
doods versteend en levenloos

slechts in de lucht nog zwarte kraaien
waarvan het krassen somber maakt
in kleuren van doodskleed langs wolken
grijs mistroostig koud en grillig.

Maar in de struiken druk gewemel
van bontgekleurde kleine veer
voedsel zoekend ondanks grauwe hemel
om straks het voorjaar te begroeten weer.

Noodzaak van natuur en leven


Dwarrelend valt gouden regen
over de paden waar ik loop
bedekkend donkere bodem
van verterend lang verleden
dat tot voeding van de toekomst
nu toegedekt wordt tegen kou.

En ook zal straks het blinkend goud
weer door rottingskleur vervangen
zijn nut bewijzen voor een oogst
niets wat zijn vorm blijft behouden
is voor de toekomst van belang
wat sterft zal nieuw leven geven.