Liefste, mijn liefste


Ach liefste, mijn liefste
Eens zijn de velden met
Parelen weer bedekt
Over de smaragden dekens
Bekleed met saffieren en zirkonen
Beschenen door gouden licht
Ach liefste, mijn liefste, wanneer

Ach liefste, mijn liefste
Zal in de kruinen der bomen
Tussen het weelderig struweel
De zang der vogels ons weer lokken
Zullen wij in de schaduw weer dromen
Rustend van het lieven en minnekozen
Ach liefste, mijn liefste, wanneer

Ach liefste, mijn liefste
Wanneer zullen wij weer zitten
Daar aan de oever van dat gladde meer
En zien het vee daar vredig grazen
Ach liefste, ooit komt dat weer
Maar Liefste, mijn liefste, wanneer

Ach wanneer ….. wanneer?