Leeftijdseizoenen


In ‘d ouderdom moet men niet eeuwig blijven hangen
niet zeuren over pijntjes kwalen noch tekort
geen mens kan zijn leden uiteind’lijk ooit vervangen
het leven is nu eenmaal niet alleen comfort

plezier en vreugd beleefde men volop in zijn jeugd
in rijper jaren valt nog genoeg te genieten
herinnering aan toen geeft dikwijls nog zo’n deugd
tenzij wij afgestompt het vroeger laten schieten.

het leven bestaat niet alleen uit voorjaarstijd
of zomerzon wanneer de rozen weeld’rig bloeien
aanvaard ook frisse wind in kleurige herfsttijd
als dansende blad’ren om je hoofd heen stoeien.

Het leven is als seizoenen over heel het jaar
als men er van geniet overlappen ze elkaar.

Wat doet ’t er toe

Sneeuw in de bossen
Strabrechtse Heide

Bergen zal ik niet meer beklimmen
dichte oerwouden niet doordringen
over oceanen vaar ik niet meer
zeeën kan ik niet meer beteugelen.

Over werelden kan ik niet vliegen
landen bezoeken gaat niet meer
stil kan ik nog zitten mijmeren
genietend van landschap en winterweer.

Kerst(vrede)licht


Avonds zie ik op straat lichtjes stralen
in vrolijke kleur en vorm overal
als een groet of om warm te onthalen
die eens geboren werd in koude stal

mensen lopen in feeststemming op straat
kopen cadeaus om elkaar te verblijden
alsof in heel de wereld nu om vrede gaat
en niet meer wordt gedacht aan strijden

dan denk ik schijnen al die lichtjes nu
niet alleen achter al die warme ramen
maar branden ze ook in elk individu
stralen we dat ook van binnenuit samen?

Wandeling


De dagen die ik ga zijn eindeloze paden
Telkens verwijderd zich de verre horizon
Mijn schreden zijn zwaar met last beladen
Verwijderen traag ’t punt waar ik begon

Geen stap brengt mij vooruit in ’t heden
En achter mij een blinde muur
Door tegenslag vervolgt mij het verleden
Als schaduw door het licht van uur tot uur

Toch gaan mijn dagen als seizoenen
En nemen ook voorjaarskleuren aan
Zo kan ik mij met het heden verzoenen
En kan ik optimistisch over paden gaan

En over verre horizon zie ik nu de glans dagen
Van wat verleden mij eens bracht
Hoef ik mij niet langer af te vragen
Hoe lang nog duurt die duistere nacht

Tussen leven en dood


Over ’t koord van wankele balans
Zoek ik mijn evenwicht in ’t leven
Mij klemmend aan iedere kans
Die mij tot steun wordt gegeven
Voorwaarts, voet voor voet,
Zoekend naar vaste grond
Waar zekerheid mij van onrust ontdoet
Verwijderd van valkuil en afgrond

Ik zoek balans tussen dood en leven

Schoorvoetend ga ik het pad
In onzeker wankel evenwicht
Verleden kennend, toekomst in mist gevat
Hoop enkel op vrede en liefde gericht

Ik zoek balans tussen leven en dood.

Liefste, mijn liefste


Ach liefste, mijn liefste
Eens zijn de velden met
Parelen weer bedekt
Over de smaragden dekens
Bekleed met saffieren en zirkonen
Beschenen door gouden licht
Ach liefste, mijn liefste, wanneer

Ach liefste, mijn liefste
Zal in de kruinen der bomen
Tussen het weelderig struweel
De zang der vogels ons weer lokken
Zullen wij in de schaduw weer dromen
Rustend van het lieven en minnekozen
Ach liefste, mijn liefste, wanneer

Ach liefste, mijn liefste
Wanneer zullen wij weer zitten
Daar aan de oever van dat gladde meer
En zien het vee daar vredig grazen
Ach liefste, ooit komt dat weer
Maar Liefste, mijn liefste, wanneer

Ach wanneer ….. wanneer?

Bergen weerstand


Zo graag wil ik zachte woorden spreken
die gevoel weerspiegelen uit mijn hart
in een liefdeslied dat geen mens verwart
geen band van vriendschap zullen breken.

Één zang van vroege ochtend tot de avond
de gehele dag vullen met genot
veraangenamen het menselijk lot
dat reeds zoveel ellende ondervond.

Zal dan het antwoord als echo keren
uit de verte, uit het diepe donkere dal,
van achter gindse hoge bergen

die ons van vrede en begrip weren
als angst onze leermeester wezen zal?
Dan zal het van ons nog vele krachten vergen.

Shalom vriendvijand


Open je poorten en ramen
toon mij je visie
van waaruit
je denken
je woorden
en je daden staaft.

Ik open mijn poorten
en ramen
toon je mijn visie
waaruit ik mijn denken
mijn woorden
en mijn daden staaf.

Laten we een huis bouwen
tussen onze burchten
van eigen
visie, denken,
woorden en daden
en vergelijken

en laten we dan bouwen
een kathedraal van vrede
een symbool voor
eeuwige vriendschap

Shalom
MIJN VRIEND!!!

Kerst en pacht


In de Kerstnacht kwam U op aarde,
niet in weelde, maar in een stal,
als Zoon, Die in Zijn Vaders gaarde,
de pachters wilde hoeden voor hun val.

Nee, U kwam niet om de pacht te eisen,
of om hen te straffen voor hun kwaad.
U kwam hen de goede vruchten wijzen,
en bij hen zaaien, ‘t goede zaad.

Maar, Heer, zij hebben U verstoten.
Wilden zelf heersers in Uw gaarde zijn.
Hebben zich voor Uw goedheid afgesloten,
en eisten zelf de opbrengst van de wijn.

Daarna zijn zij U vergeten.
Daarna zijn zij hun eigen weg gegaan.
Mochten van de goede vrucht nog eten,
maar verzwegen verder Uw bestaan.

Alleen op de dag van Uw geboorte,
vieren wij nog Uw verjaardagsfeest.
Daarna doen wij of wij niks weten,
alsof U nooit op aarde zijt geweest.

Heel het jaar wordt niet aan U gedacht.
Oogsten wij Uw goedheid, als de wijn.
Slechts denkend aan U, die ene nacht.
Heer, zou dat énkel Kerstfeest zijn??

Wereld vol muziek

In koelte van de avond
na een warme zomerdag
klinkt ergens een saxofoon
en ontlokt een blijde lach

luisterend naar de klanken
hoor ik woorden en geniet
een gedicht vanbinnen
de schoonheid van een lied

als spreken in gedichten
over liefde en poëzie
een briesje in de natuur
die verre zachte melodie

terwijl stralen van de zon
achter de horizon dalen
klinkt door bos en veld
het lied der nachtgalen.

Symphony gewijd aan schepping

Zie straling komen vanuit duister der nacht
nevel drijven op zachte bries
schoonheid en glans schijnen van het water
voel stroming gevuld met geur van kruiden
waar de slanke hinde zich voedt
magie van lichtbundels tussen bomen
onder overdrijvende kastelen aan blauwe lucht
verbonden door bogen van kleuren
na donderend en bliksemend vertoon.

In kleine gaven


Een klein straaltje licht
zomaar ergens door bladeren
een strookje zon over mijn pad
een beetje warmte wat lacht
vanaf een hoek met schaduw

speldenprik aan donkere lucht
een helder fonkelend sterretje
vuurvliegje in mijn bloementuin
het ene kleine sprankje hoop
in mijn leven de zonneschijn

en alle schijnsels bij elkaar
het licht warmte en de liefde
dat ik door mag geven.

Nachtlicht wordt ontstoken


Het is een mooie dag geweest,
de avond daalt de kim leurt rood
wolken kleuren in purper gloed
schaduwen bedekken de aarde.

Een kleine vogel zingt in de populier
in zijn zang nog zinderen van de dag
en koele bries streelt door ’t lover
rust en stemming van stille dank.

En in het langzaam vervagend licht
reist aan gene zijde een zilveren bol
teken dat ook het licht blijft schijnen
over de horizon voor alle leven daar.

Één voor één twinkelen de sterren
en wensen ieder goedenacht.

Élysée de libertée


Hoeveel kleuren zie ik
over velden zweven
als nevelen van fantasie
of langs hemelbogen
tussen wolken grijs als lood.

’s Morgens in rood ochtendgloren
kleurend wolken water
veld en bos waaierend over
wouden en heuvels door
straten over huizen.

Overdag kleurt zacht zonlicht
velden en wouden groen
geeft gele stranden langs
blauwe zee blanke duinen
en heldere horizon.

In avondschemer zie ik
rood dat vervaagt in duistere
schimmen overgaand naar
donker van nachten waarin
wij op Gods bescherming wachten.