Herfst-winter


Niets mooier dan wandeling door nevelig bos
genot van zwakke zonnestralen door kruinen
over bladbedekte kronkelpaden struinen
bewonderen van bomen bedekt met mos

ergens rusten op een boomstronk in de stilte
ademen van de pure gezonde lucht
door het lover strijkt een bries als een zucht
’t is een voorbode voor de avondkilte

schaduwen beginnen langzaamaan te lengen
de zon begint te dalen met diep avondrood
van takken valt dauw alsof ze tranen plengen

het duurt niet lang of de kruinen zijn ontbloot
en een nieuw jaargetij beheerst heel de natuur
komt winter met vorst en sneeuw koud en guur.

Derde seizoen


Zie je komen
met witte wapperende manen
door goud beschenen
bedekkend vlakke velden
vertakken tussen bomen
hangen in brede straal

gedempt klinkt je stem door bossen
vertolkt in roep van edelhert
zacht geritsel in gekleurde bladeren
beluister ik beweging
van hermelijn marter en vossen
om je schoonheid
kan ik niet treurig zijn.