Herfstode


Ik lief het zacht getemperd licht
door kleuren van schoonst pastel
evenzo de vlucht van de libel
vloeiend tot één in het gezicht.

Ik lief geuren van het schemerwoud
het verhaal van vergankelijke tijd
herinneringen aan ’t leven gewijd
straks bewaard door ’t dorre hout.

Ik lief de ruimte op de verre hei
waar nog de kleur van zomer is
de wind waait al weer wat fris
over paden dartelt een lamprei.

Er is geen jaargetij dat ik zo lief
met heel zijn kleurrijke tooi
herfst is zo verschrikkelijk mooi
al brengt hij ook wat ongerief.