Vreemde machten


Hopend is verlangen
brandend in mijn ogen
dat vrede wordt gevonden
waar nu haat nog heerst
zoek ik tussen massa
begrip en menselijkheid.

Moe gestreden tegen onrecht
gebroken door zinloos geweld
alleen tot angst gedreven
door macht, arglistig, vol bedrog.

Slechts overeind gehouden
door hoop op overwinning.

Land in elk jaargetij


Ik zag het land in ’t stralend licht aan zee
de blanke duinen, ‘t blinkend witte strand,
en gouden wolken boven ’t vlakke land
en vele vogels vliegen of zweven mee.

Verspreid daar langs de ruime horizon
staan ginds de boerderijen tussen bomen
in groene wieden staat het vee te dromen
waar schaduw varieert met wolk en zon.

Ik zag het land in treurig doodse kleur
het bruine dorre veld in nevel gehuld
en ‘t vallend stervend blad verspreidt zijn geur

Ik zag het land bij sneeuw door zon verguld
’t met ijs bedekte water tussen ’t riet
waar jong en oud naar hartenlust geniet.

Mijn Herder heeft mij gevonden


Nooit laat ik gaan wie door Zijn lijden
tot na de dood mij leven geeft
mij draagt door moeilijke tijden
die ook mij nooit verlaten heeft
die mij zoekt als ik verloren
door vreemde streken dwaal
mijn klacht en wanhoop aan wil horen
en spijzigt mij met Zijn avondmaal

Hij zal mij uit ellende dragen
op Zijn schouder uit het diepste dal
mij niet naar eigen schulden vragen
omdat Hij mijn fouten al weten zal
Hij verzacht met liefde mijn wonden
met zachte stem vertroost Hij mij
vergeven en vergeten heeft Hij mijn zonden
zegt slechts; “Mijn kind ook jij hoort bij Mij”.

Waar vind ik Uw kerk


Alsof U zich zou binden aan steen en staal
of gesloten binnen blinde muren
enkel Uw aanwezig zijn laat blijken door verhaal
waarin gelovigen tijd zullen verduren
op dagen die U alleen behagen.

Hoeveel temeer verlangt U naar Uw gemeente
die als Uw lichaam Uw woning is op aarde
van vlees en bloed en niet van koud gesteente
maar door Uw geest haar taak aanvaardde
ook ’t lijden dat zij als Uw knecht moet dragen.

Uw kerk wilt U bouwen in ieders hart
dat zich wendt tot Uw vergeven
door wereldmachten of druk getard
in vrijheid met Uw woord wil leven
naar gemeenschap met gelovigen wil streven.

Ontspanning


Zorgen worden door wind uit mijn hoofd geblazen
alles gaat van “Leien dakkie” met wind in mijn rug
toch is er één “maar”, ik moet ook nog terug
misschien dat de wind uit andere hoek gaat razen

voorlopig denk ik daar nog maar niet over na
en peddel ik vrolijk over ’s heren wegen
zo de wind waait, waait m’n jas hopelijk zonder regen
want ik heb geen jas, zodat ik in m’n hempie sta

maar vrolijk en blij fiets ik over berg en door dal
ga veel liever omhoog dan naar beneden
ben ik eenmaal bovenop ga ik weer in vrije val
en ben je onderin kun je de hoogte weer betreden.

Wat is een mens toch een stukkie ongeluk
ben je beneden, trap je jezelf weer stuk.

Mijn hart verlangt U


Vanuit mijn hart vol verlangen
zie ik naar U omhoog
met een ziel vervuld met zangen
verwacht ik U in de hemelboog.

Geheel mijn geest verwacht Uw komst
zoals U op de wolken bent weggevaren
en verwelkomt ons bij thuiskomst
te saam met hemelkoor en snaren.

En het mooiste is wat U hebt beloofd
dat U eeuwig Uw woord zult houden
voor allen die in U hebben geloofd
nooit Uw liefde hen zult onthouden.

Dan zullen wij vrolijk zingen
van al Uw goedheid hier op aard
de schoonheid van alle dingen
vanaf de schepping voor ons bewaard.

Als ik alleen loop in gedachten


Als ik alleen loop in diepe gedachten
peinzend over moeilijkheden pijn en gemis
zonder iemand in mijn buurt te verwachten
voelt ’t net of er iemand vlak naast me is.

Iemand die legt Zijn hand op mijn schouder
die roept me heel zachtjes bij mijn naam
wiens stem gaandeweg wordt vertrouwder
en stil loop ik verder met Hem saam.

Hij praat als kent Hij al mijn zorg en gedachten
Hij neemt ze stuk voor stuk bij mij weg
’t is of Hij mij bevrijd van kwade machten
zonder dat ik mijn zonden aan Zijn voeten leg.

Hij spreekt van oorden waar wij samen komen
prachtige kleurrijke tuinen hier ver vandaan
paradijzen waar wij hier op aarde slechts dromen
en waar ieder schepsel ooit eens heen zal gaan.

Maar als ik eindelijk in staat ben om te spreken
Hem wil vragen waar al dat schone dan wel is
Kijkt Hij mij aan ; “Zoek niet in aardse streken.
Zo je Mij niet volgt, loop je dat schone mis”.

Plotseling was Hij geheel verdwenen
maar Zijn stem klonk nog zo lieflijk na
nog kan ik niet vatten dat Hij mij is verschenen
maar ik weet mij opgenomen in Zijn gena.

Hoe zachtkens vaart ons bootje


De tempratuur loopt op
de ijskap smelt
‘t is heus geen mop
stemmen worden geteld
straks loopt Nederland vol
’t water wordt te hoog
de media staat bol
hoe houden we het droog.

We steken de dijken door
dan kalmeren we ’t water
en wie z’n land verloor
die zit dan met een kater
stemmen-horen op een zitting
één vierde is het eens
die heeft ook geen bezitting
is Chileens of Roemeens.

Na afloop telt men stemmen
en ondanks “kleine” minderheid
zal men de uitkomst niet remmen
men is tot onderlopen bereid
nu verder geen gedrens
zo zal ’t gaan en is besloten
en ligt de democratische grens
ergens onderin verzopen sloten.

Don Quichotte


Hij valt te paard met woedend strijdgekletter
open poorten binnen en de vijand aan
slaat zijn slag veegt ieder van de baan
zijn trouwe dienaar volgt hem met trompetter

ten aanval trekt hij moedig onverschrokken
geharnast en gezeten op een vurig ros
vijanden die niet vluchten zijn de klos
heeft geen tijd te eten of jagen achter rokken

de burger ziet hem naarstig komen
men heeft geen echte vrees voor hem
mensen kennen zijn verdwaasde dromen

zijn wapens zijn slechts houten speer en stem
geen standplaats is zijn huis hij kan slechts dolen
als oprecht dichter bevecht hij iedere molen.

Levensherinnering


Zie in ramen van mijn leven
weerspiegeling van velden
groen tot aan de horizon
golvend gras als op zeeën
bewogen in de oostenwind

hoor door openstaande deuren
zacht het klagen van een kind
gevallen in gespannen netten
en de strikken van een vrind
getroost door oude woorden

voel de streling van het water
dat mij draagt naar gindse zij
gewichtloos zonder enige moeite
als een schip naar stille kust
waar ik kan landen in veilige haven

zie in ramen van mijn leven
weerspiegeling van groene velden
golvend gras tot aan de horizon
hoor nog steeds het klagen van dat kind
voel het water dat draagt naar gindse zij.

Over een droom


Ik peins mij suf om zinnig woord te schrijven
Helaas, geen passend woord siert mijn papier
Daar mijn gedachten enkel bij jou verblijven
Geen enkel ander verschaft mij zo’n plezier

Waarom dan toch dat ik woorden moet zoeken
Daar jij al een schoon gedicht bent op zichzelf
Jouw schoonheid staat niet beschreven in boeken
In jouw beweging herkent men glans van een elf

Je bent gelijk een droom, een sprookje bij nacht
Waar geworden fantasie door dichters beschreven
En alleen in stilte door hun brein bedacht
In verhalen aan kinderen gebleven

Laat mij daarom dromen dat je steeds bij mij bent
Alleen door die hoop voel ik mij in m’n element.

Op zoek naar Sangria


Ergens achter de horizon
Moet toch een plek zijn
Een plek waar de bron van licht is

Ver, heel ver hier vandaan
Schijnt daar eeuwig de zon
En eeuwig de maan

Daar staan aan wijde hemelboog
Duizenden fonkelende sterren

Daar heerst de vrede en geluk
Jaar na jaar in ware pure liefde
Daar breekt geen hart meer stuk.

Zo lang nog


Hoe lang nog sta ik hier te wachten
Te wachten in weer en wind
Hoeveel dagen, hoeveel nachten

Nog schreit in mij het kind
Het kind dat gepasseerd door de tijd
Het wachten reeds zo moe is

Hoe lang sta ik hier te wachten

Iedere dag passeert het leven
En elk uur sterven ergens vele kinderen
Steeds duisterder worden nachten
En ergens rijst een rode maan

Hoe lang nog duurt het wachten

Geen sterren bekleden nog de hemel
En elke schaduw verbleekt
In de uren die nog resten van het wachten

Totdat de zon het duister verbreekt
Zolang zal ik nog wachten.

Gebruik van tijd


In gestage tik van seconden
verloopt traag de tijd
waarin wij steeds vonden,
maar raakten ook kwijt,
juiste wegen in ’t leven
in balans en evenwicht
om elkaar ruimte te geven
gunnend ieder levenslicht

in die gestage tik van seconden
vonden wij ook snel de tijd
elkaar dodelijk te verwonden
in woorden of in strijd.