Lichtpalet


Dagen beginnen in schemer
zachte bries van lentegeur
in verfrissende koelte
met gedempte geluiden
zang van vogels, ruisende waterval
door zonlicht beschenen
al pracht, tot de avond vallen zal.

Om te genieten is het zonlicht
natuur en al wat daarin is
omvat de bloemengeuren
vanaf het ochtendrood
tot vele avondkleuren
na voldoening van bestede dag.

Flierefluiter


Een flierefluiter meer ben ik niet op aard
Ik trek van plek tot plek en zoek de zonzij
Alleen een vrolijk gezicht maakt mij blij
En mijn blijde lach heb ik steeds bewaard

Geen zorg noch chagrijn achtervolgen mij
De ganse wereld ligt nog voor mij open
Ik kan overal mijn eigen tempo lopen
Ik ben mijn eigen baas hoe het ook zij

Zo trek ik van plaats tot plaats door zonneschijn
En neem genoegen met het leven zo het is
Al is ‘t niet altijd rozengeur en maneschijn

Het geluk blijft bestaan, verdriet is wat ik wis
Ik ben een flierefluiter zo is mijn aard
Bij regen of zon blijft mijn humeur bewaard.

Monumentaal


Vele jaren en lange tijden verstreken
gleden in rijen van glorie en roem voorbij
en tonen met de tand des tijds hun gebreken
tekenen hun sporen van wisselend getij

maar nog sta ik overeind, ben fier en vrij
beschermd door stalen zekerheid uit verleden
al komt dan de dag van afbraak dichterbij
nog is mijn laatste strijd dan niet gestreden

ik klamp mij aan de toekomst vast in het heden
zie met geduld en vertrouwen tegemoet
het einde van de weg die ik heb betreden
herinnering is het fundament dat er toe doet.

Dus was het leven nog niet helemaal verloren,
uiteindelijk werd ik als monument herboren.

Ervaren


Zwijgzaam staren in gedachten
hunkeren naar die tijd terug
naar de jonge onbezorgde jaren
was het beter, de tijd ging zo vlug,
in de toekomst wacht onzeker
wat komend lot ons brengen zal
maar nooit zal tijd weer keren

hoe lang duurt de toekomst nog
lang genoeg om in te keren
zonder somberheid of spijt
geen illusies meer te maken
delen ervaringen met wie wil
rusten na verdiende dagen
mijmerend, zwijgzaam, stil.

Geliefde zwerver


Ik was een zwerver op deze aarde
niemand die mij zag staan
geen mens achtte mij van waarde
ik wist niet waar ik moest gaan.

Ik was een eenling op aarde
ging slechts mijn eigen weg
niets waar ik zorgen om baarde
flierefluitend langs heg en steg.

Ik ben zwerver op deze aarde
zoek nog steeds naar veilig huis
waar liefde en vrede vergaarde
verzoening en gena door ’t kruis.

Nee, ik ben niet eenzaam op aarde
ik heb steeds een grote vriend
die mij houdt in hoge waarde
ook al heb ik dat niet verdiend.

Wel ben ik nog zwerver op aarde
daar ik elke keer het goede zoek
omdat ik steeds verloor en niet bewaarde
de liefdewoorden uit Zijn boek.

Eens ben ik niet meer zwerver op aarde
mag ik door weelderige tuinen gaan
dan ziet Hij mij als Zijn scheppingswaarde
en zal lofzingend voor Hem staan.

Dichter und Bauer


In vroege krieken der dageraad
begint jouw dagtaak op het land
bewonder jij bij zonsopkomst
gouden stralen over bedauwde velden
de eerste jubelzang der vogels
genietend van Gods vrije natuur.

Geen klacht komt uit jouw mond
bij ‘t zware werk jou opgelegd
als rentmeester der aarde
zaai jij het zaad jou toebedeeld
uit oogst die de Heer vergaarde
met ijver en leven als Zijn evenbeeld.

Een leven in ’s Heren liefde en zorg
in schepping beloofd, Ik heb je lief,
in trouw aan deze aarde toegewijd
staat jouw arbeid voor leven borg
brengt aard en hemel vruchten
zo de Heer van ons verlangt.

Spiegelglas


Het spiegelglas heb ik gebroken en vertrapt
Het beeld zou alleen maar mens en dier doen schrikken
En wie veilig aan dit schrikbeeld is ontsnapt
Die zal geen poging doen de scherven te schikken

Geen poging tot lijmen der brokken wordt gedaan
Waar kostbaar glas der spiegel eens wordt gebroken
Daar zal geen eenheid van het geheel meer bestaan
Nog nooit is uit barsten nieuw geluk ontloken

Geen zicht geen herinnering meer voor morgen
Slechts alles wat nu nog bestaat is vandaag
De spiegel toonde enkel wat was met zorgen
En wat de toekomst brengt is nu nog de vraag

Helaas spiegelglas is niet meer te lijmen
En dikwijls ook de wil daartoe niet te rijmen.

Eeuwige vragen


Wanneer zal eindelijk het tij
z’n rust eens vinden
in gelijkheid van gemoed.

Zullen stromen eensgezind
een richting vinden
op de thermiek van de wind.

Gaan gedachten in één tempo
samen in vriendschap om
om parallel van geluk te zoeken.

Vinden woorden eindelijk
juiste klank van vreugde
in menselijke omgang met elkaar.

Warrelig


Ik heb mijn trots, mijn eigenzinnigheid
Mijn eigen leven zo ik dat wil leiden
Ben ook wel tot compromissen bereid
Maar zal me niet aan discussie wijden

Noem mij een stijfkop of eigengereid
Ik sta gewoon pal voor eigen keuze
Houd steeds voet bij stuk is mijn beleid
En blijf zoals je bent is mijn leuze

Wat waai je nu dan mee met elke wind
Alsof je voet geen doel of richting heeft
Gedreven als blad dat rust noch duur vindt
Een veertje die voor niet weet dat hij achter leeft

Waar is nu je trots, je eigenzinnigheid
Je gaat nu de weg die nergens naar leidt.

Mijn mooiste roosje


Als een vlinder fladderde je door mijn tuin
Een fleurig plaatje tussen mijn bloemen
In een kleurrijk perk waar ook bijen zoemen
Je lied was als vogelzang in een eikenkruin

Laten wij weer wandelen tussen mijn rozen
Samen genieten in de frisse ochtenddauw
Laat mij kijken in je ogen zo hemelsblauw
En samen tussen de struiken minnekozen

Kom, wees weer die vlinder, die vogel met zijn zang
En wandel weer tussen mijn perken met bloemen
Het wachten op jou duurde zo vreselijk lang

Jou wil ik weer mijn mooiste roosje noemen
Jouw haren zien blinken in de zonneschijn
Dan kan voor mij geen dag meer mooier zijn.

Hoop


Waarheen ik in de toekomst ooit nog eens zal reizen
Dat alleen ligt in hogere sferen beslist
Of nu zon of maan en sterren de weg mij wijzen
Nog nooit was er een aards profeet die dit beter wist

Ik loop die wegen van geboorte tot mijn sterven
Tot aan het licht dat schijnt achter de horizon
En hoop tot zover niet langer rond te zwerven
Maar daar dan uit te rusten bij de levensbron

Een bron van zuiver water, helder als kristal
Een ware oase te midden van een woestijn
Schaduwen van palmbomen en verfrissing overal
Waar door koele wind rust en vrede eeuwig zijn

Daar hoop ik dat ooit die weg mij heen zal leiden
Dat is hoop op toekomst vol liefde en bevrijden.

Ochtenddauwmuziek


Dauwdruppen in vroege ochtend
sprankelend als diamanten
geregen aan tere snoeren
sieren de nog kale twijgen
weerkaatsen bevroren
als glanzende rode robijn
in schuchtere zonneschijn

vallen twinkelend omlaag
als tere akkoorden
in ritme en metrum gestaag
en verwoorden
als pianospel van Chopin
het ware gevoel voor muziek.

’t Is geweest


Steeds denkend aan de jaren uit het verleden
Toen ik jouw in overmoed nog adoreerde
Voel ik mij oud en afgeleefd in het heden
Een oude man die in zijn jeugd niet leerde

Nog steeds ben jij de schoonste die ik vereerde
De fee, de engel onder alle sprookjes figuren
En al ben je degene die mijn hart bezeerde
Toch blijft mijn bewondering voor jou nog duren

Ik denk al lang niet meer aan al jouw kuren
Maar zie jou nog steeds lichtvoetig dansen door ’t veld
Maar wie jou van mij kaapte zal moeten bezuren
Omdat werkelijke liefde bij jou niet telt

Al denk ik aan die jaren uit het verleden
Toch ben ik nu oprecht gelukkig in ’t heden.

Chauvinistisch ?


Hoera! Heel de wereld lijkt ”Oranje boven”
en loopt achter een bal of elf dwazen aan
die het niet om punten maar om “ballen” gaan,
voor mij hoeft ’t niet zo, wil je wel geloven.

Rennen! En wie dat niet doet gaat op de bank
en krijgt van de coach een reprimande
dat hij niet beter weet, is gewoon schande
als straf krijgt hij een “tonnetje” minder als dank.

Maar weet je wat het geval met mij nu is,
ik zit met kromme tenen op mijn stoel
en scheld af en toe de “scheids” de pokkel vol

roep; “Hey oen!! Dat zie je weer eens goed mis!”
Knalt Arjan echter de bal in ’t goede doel
slaat mij de feestroes volkomen in mijn bol.