Eeuwig leven uit het graf


Heel Zijn leven vol van liefde en genade
nodend, alle mensen in Zijn Vaders huis
zich af te wenden van verdriet en ‘t kwade
is Hij gemarteld, gestorven aan het kruis

Zijn vrienden hebben hem in ’t graf gedragen
dat afgesloten met een grote zware steen.
Zodat niemand zich in de buurt zou wagen
zetten de Romeinen wachten er omheen

Maar in vroege ochtend van de derde dag
was de steen verwijderd van de spelonk
daar scheen ‘t Licht als bevrijdende lach
het eeuwig leven wat ons tegen blonk.

Nu durf ik door de dood te gaan


Hoe angstig is het menslijk hart
voor pijn en lijden in het leven
vreest voor noodlot en smart
als geen zekerheid wordt gegeven
dat alles zijn bestemming vindt
in handen van Hem die bestuurd
op aarde kwam als kwetsbaar kind
en dood voor ons heeft verduurd.

Hij die de mensen sprak van God
als Zijn Vader die Hem voor ons zond
en zondigde tegen geen enkel gebod
waardoor Hij eeuwige genade vond
terechtgesteld door ons op Golgotha
alleen omdat Hij ons de zonden wees
vertelde van de vergeving uit gena
om te komen tot Zijn Vader zonder vrees.

Zijn lichaam schonk Hij in wijn en brood,
toen Hij voor ons terecht moest staan
klaagde Hij ons niet aan in Zijn nood
in tegendeel neemt Hij ons in genade aan
aan het kruis vergaf Hij ons alle straf
ten derde dage is hij weer opgestaan
versloeg voor ons de vijand en het graf
nú durf ik met Hem door dood te gaan.