Het komt ooit goed

Blank flyer poster on wood to replace your design

Vellen waar ik mijn gedichten op wil schrijven
blinkend wit van smet ontdaan en glad gestreken
worden zelden literair gelezen noch bekeken
gedachte troost mij dat zij in keurige staat blijven.

Mocht er wellicht ooit iemand zover komen
mijn geschriften ter hand nemen en bewaard
en ik bedoel niet voor in de open haard
is dat ‘t moment waar ik van heb zitten dromen.

Ja ééns worden al mijn moeiten gewaardeerd
ook al zal dat waarschijnlijk nog heel lang duren
maar van het wachten raak ik niet uit het lood

ik heb geen haast, geduld heb ik wel geleerd
het zal heus wel goed komen al duurt het uren
de meeste meesters worden geëerd na hun dood.

Veranderende tijd


Je hoeft geen trouw te zweren aan mijn zangen
Mij eren daaraan ben je niet verplicht
Een leugen zal ik niet van jou verlangen,
Zeg open wat je vindt van mijn gedicht

Jouw mening zal ik dragen zonder morren
Geef onomwonden jouw gedachten weer
Het zal mij slechts tot nieuwe opmars porren
In ‘t woord van vrienden voelt kritiek als eer.

De woorden blijf ik schrijven als verleden
Wellicht in ‘t heden meer op kans gericht
Daar deze tijden minder zijn omstreden
En schone taal niet hoop’loos wordt ontwricht.

Ik zal niet treuren om vernieuwde tijden
Wat was wordt nieuw, dat kan geen mens vermijden.

Zeg niet tot ziens


Als ik vertrek, voorgoed,
zeg niet tot-ziens maar laat me gaan
onze wegen liepen niet parallel
ga je eigen weg en blijf niet staan.

Al leek het nog zo mooi
het is schluss, voorbij, en we moeten
verder allebei zonder wrok
zonder denken stil elkaar groeten.

Misschien wacht een ander ons
om toch nog wat geluk te schenken
maar vergeten zal ik die jaren nooit
nog vaak genoeg zal ik aan je denken.

Maar…, als ik vertrek, voorgoed,
zeg niet tot-ziens, maar laat me gaan
onze wegen lopen niet parallel
sla geen arm om me heen, geen traan.

Bridge over toubled water


Bij die rivier met troebel water
wast U toch mijn zonden schoon
dompelt mij in liefde onder
schenkt gena al is ’t niet mijn loon
zegent mij met met gulle gaven
biedt bescherming mijn leven lang.

Daar bij die rivier met troebel water
zie ik U staan aan de overkant
U roept en zegt: Wacht niet tot later
maar gord je aan reik Mij je hand
vertrouw op Mij en waad naar hier
spoel alle zonde af in deze doodsrivier.

Hey, ’t is bijna mei


Zie in daglicht en bij zonneschijn
Niet het duister van de nacht mijn vrind
Wat is de zin van droefenis en pijn
Als men in zomer zoveel vreugde vindt

Hoor de klanken van de vogelzang
Die je elke dag vrolijk begroeten
Somberheid maakt je dag vaak zo lang
Zonder iemand in vreugd te begroeten

Daarom bezing de dag met vrolijk humeur
Geniet door met de vogels te zingen
Vul je longen met frisse lente geur
Rondom je zijn zoveel mooie dingen

Kom vriend, lach en wees vrolijk en blij
Het is voorjaar en over enige tijd mei.

Blijf optimistisch


Er klinkt muziek, hoe kan het dat je treurt,
Laat niet die tranen uit je ogen stromen,
Verdriet dat woedt en raakt je hart, verscheurt
Geluk en vreugd waardoor de klank der dromen

Stilzwijgt en dus geen mens geluk meer vindt
In vrolijkheid noch lach, noch lust te leven,
En negatief slechts zich aan duister bindt
Geen licht ter hulp aan vriend of vijand geven.

Je oren zijn verdoofd, van vreugd verstoken.
Ach, open toch voor bloemenpracht je ogen
De schoonheid veler kleuren hier ontloken
Geluid der vogels ligt in jouw vermogen

Genietend aardse schoon zo puur gegeven
Wie zal al jam’rend klagend gaan door ’t leven.

Losse momenten


Dagen tellend blijf ik lopen
Ieder moment een tel vooruit
Al dromend van een happy-end
In woorden die mij ontbreken
En gedachten als roze wolken

Lopend tot het eind wat ik blijf zoeken
Een horizon bestaand uit enkel licht
Daar heb ik geen woorden nodig
Daarheen blijven mijn dromen gericht

Al gaande sterf ik duizenden doden
En sta ook duizenden malen weer op

Steeds weer blijft het leven mij roepen
Met dromen over een happy-end
Als ik kom daar bij die horizon
Bestaand uit enkel licht.

Natuurlijke dankbaarheid


Zag je in avondschemer stijgen
uit warme doorvochtigde aarde
een voile legde je over de landerijen
opstijgend als dank van dorstige natuur
omhulde vee en boerderijen.

Doodsheid van droogte even verdwenen
stuwing aan de kracht van het leven
die de aarde reeds eeuwen bezit
voorbeeld dat alles wat is gegeven
boven ontmoediging is verheven.

In bruisende kracht geeft als dank
heel het veld zijn veelkleurige schoonheid.

Eeuwig leven uit het graf


Heel Zijn leven vol van liefde en genade
nodend, alle mensen in Zijn Vaders huis
zich af te wenden van verdriet en ‘t kwade
is Hij gemarteld, gestorven aan het kruis

Zijn vrienden hebben hem in ’t graf gedragen
dat afgesloten met een grote zware steen.
Zodat niemand zich in de buurt zou wagen
zetten de Romeinen wachten er omheen

Maar in vroege ochtend van de derde dag
was de steen verwijderd van de spelonk
daar scheen ‘t Licht als bevrijdende lach
het eeuwig leven wat ons tegen blonk.

Nu durf ik door de dood te gaan


Hoe angstig is het menslijk hart
voor pijn en lijden in het leven
vreest voor noodlot en smart
als geen zekerheid wordt gegeven
dat alles zijn bestemming vindt
in handen van Hem die bestuurd
op aarde kwam als kwetsbaar kind
en dood voor ons heeft verduurd.

Hij die de mensen sprak van God
als Zijn Vader die Hem voor ons zond
en zondigde tegen geen enkel gebod
waardoor Hij eeuwige genade vond
terechtgesteld door ons op Golgotha
alleen omdat Hij ons de zonden wees
vertelde van de vergeving uit gena
om te komen tot Zijn Vader zonder vrees.

Zijn lichaam schonk Hij in wijn en brood,
toen Hij voor ons terecht moest staan
klaagde Hij ons niet aan in Zijn nood
in tegendeel neemt Hij ons in genade aan
aan het kruis vergaf Hij ons alle straf
ten derde dage is hij weer opgestaan
versloeg voor ons de vijand en het graf
nú durf ik met Hem door dood te gaan.

Handen vol wonden


Alle dagen,
hebben weer hun vragen,
moeilijkheden en zorgen, Heer.
Daarom komen we tot U, telkens weer.
Laden al onze zorgen en zonden,
in Uw handen, vol met wonden.
Wonden, die ook ik U sloeg,
zonder dat U genade vroeg.
Ook ik ben schuldig aan Uw sterven.
Toch, mag ik Heer, een plaats werven,
U neemt ook mij op in Uw huis.
Ondanks mijn schuld en kruis.
Wil U toch steeds al onze zonden,
nemen in Uw handen, vol met wonden.
Wast in Uw bloed ons vrij van ‘t kwaad.
In Uw bloed, door ons vergoten,
wast U ons van smaad.