Iskariot


Zo graag had ik gelopen daar naast Judas
gepraat met hem over Romeinen en politiek
en over zijn grote Meester die mensen genas
wat volgens hem oplossing was in zijn optiek.

Zo graag had ik gesproken met Judas
over zijn vele zorgen voor zijn volk en land
om te begrijpen wat voor mens hij echt was
waarom hij zo aan zijn vrijheid was verpand.

Zo graag had ik aangelegen naast Judas
om diep in zijn ogen zijn verdriet te zien
dat zijn Meester niet die machtige Koning was
die het volk Israël zou verlossen misschien.

Zo graag was ik met Judas mee gegaan
had met hem gesproken en bij de hand gevat
om hem te smeken niet verder te gaan
gezegd; “Judas, wat je ook doet, doe niet dat!”.

Ik geloof niet dat Judas naar mij had geluisterd
misschien was ik wél met hem mee gegaan
wie-weet had hij mij in het oor gefluisterd
ook niet meer verder met die Rabbi mee te gaan.

Nooit zullen wij weten wat Judas heeft bezield
maar laten wij ons nooit beter dan hem prijzen
ook niet als u vandaag nog voor God knielt
hoe ver u van Judas staat kan alleen God bewijzen.

Kleur en geur


Bleke zon, een woud van kleuren,
stilte, die je haast nergens vindt,
gezonde lucht, boeket van geuren,
stil genieten, als een kind.

’t Vee, vredig grazend in de wei,
in struiken, tonen van een merel,
een natuur, zo toomloos en vrij.
Zo is de rust in een vrije wereld.

Over het weidse polderland
ontvouwend, als imménse ruimte,
boven nevels ’t silhouet van een boerderij
als een schip, dat is gestrand.

Alles omlijst door kobaltblauwe lucht,
verre horizon als schone lijst,
met vogels in hun verre vlucht.
Voor schoonheid is niet meer vereist.

Zó moet het bij de Schepping zijn geweest,
vol rust, vol kleur en vrede,
een wonder, een dans, een feest,
wat niet meer is. Wat is de rede?

Als de zon ter kimme gaat dalen,
de laatste geluiden sterven weg,
de nevel rood kleurt in haar laatste stralen,
blijft schoonheid van woud, bomen en heg.